De Burgerlijke Stand van 13 maart.

Gianni MOTTA (1943, Italië)

Een blonde Italiaan, ze zijn zeldzaam. Gianni Motta was door zijn afwijkende haarkleur erg populair in de laars. Met Felice Gimondi samen vormde hij in de jaren zestig de voorhoede van het Italiaanse wielerpeloton. Motta barstte van het talent en hij reed een mooie erelijst bij elkaar, maar hoofdzakelijk in Italië. Het was toen heel gebruikelijk dat Italiaanse renners hun brood vooral in Italië verdienden. Daar waren heel wat koersen te betwisten in een lekker klimaatje en over fraaie wegen. Waarom zou je je dan afbeulen op de kasseien van het Noorden? Zwitserland was ver genoeg. En zo won Gianni Motta de Ronde van Lombardije, de Giro, de Ronde van Zwitserland en die van Romandië. En verder een hele reeks van die Italiaanse semi-klassiekers. Hij kwam slechts twee keer naar de Tour. De eerste keer in 1965 en hij werd derde achter Gimondi en Poulidor. Dat schept verwachtingen maar hij kwam pas zes jaar later terug en toen was zijn hoogtepunt voorbij. Hij stopte al toen hij pas 31 jaar was. Hij was een renner die al op heel jonge leeftijd grote overwinningen behaalde, want toen hij Lombardije won was hij nog maar 21. Meer renners die op heel jonge leeftijd grote koersen winnen, haken jong af. Atletisch hebben ze nog grote mogelijkheden, maar geestelijk kunnen ze het vaak niet meer opbrengen. In Nederland hadden we ook zo’n renner. Evert Dolman. Maar dat is een ander verhaal.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Fritz SCHAER (1926, overleden, Zwitserland)

In 1951 ging de Tour de France in Nederland voor het eerst leven. In dat jaar veroverde Wim van Est als eerste Nederlander de gele trui. De volgende dag volgde zijn duik in het ravijn en Wimme werd op slag een Tourlegende. Een jaar later won de Nederlandse ploeg twee Touretappes en er was een Nederlander opgestaan die in potentie de Tour kon winnen. Dat was de Limburger Jan Nolten en we geloofden er heilig in. Bovendien kwam de Nederlandse ploeg voltallig in Parijs aan en dat was ook een grootse prestatie. Daarom waren de verwachtingen voor 1953 hooggespannen. Al in de eerste etappe lieten twee Nederlanders zich opvallend zien. Wout Wagtmans en Thijs Roks werden tweede en derde, maar de winst was voor een kleine kalende Zwitser. Fritz Schär of Schaer uit Etzwillen troefde de beide Nederlanders in de sprint af. Kan gebeuren natuurlijk en dus trok Woutje Wagtmans er in de tweede etappe weer op uit. Er ging slechts één renner met hem mee en dat was weer die verrekte Zwitser. Woutje deed alles om hem kwijt te spelen, maar Schaer was een van de beste renners in het peloton, die zijn sporen al had verdiend in de Giro. En weer klopte hij Wagtmans. We konden zijn bloed wel drinken, maar daar trok Schaer zich niets van aan. Hij bleef nog drie dagen in het geel en hij werd de eerste winnaar van de rode trui, het leiderstricot van het puntenklassement waar in 1953 voor het eerst om werd gestreden. In het algemeen klassement eindigde hij als zesde op 18 minuut en 44 seconden van winnaar Louison Bobet. En toen was Wagtmans wel zijn meerdere, want die eindigde als vijfde. Bovendien won de Brabander ook nog twee etappes. In datzelfde jaar was Fritz Schaer twee keer kampioen van Zwitserland, één keer op de weg en één keer bij de stayers. Na zijn wielercarrière werd hij boekhandelaar.

De andere op 13 maart geborenen zijn:

ADRIAENSENS, René (1921, overleden 27.12.1995, België)
BERKOUWER, Cor (1945, Nederland)
CONTERNO, Angelo (1925, Italië)
DANIELSON, Tom (1978, Verenigde Staten)
DEBRUYCKERE, Arthur (1915, overleden 04.08.1995, Frankrijk)
GOUBERT, Stéphane (1970, Frankrijk)
HUNT, Jeremy (1974, Groot Brittannië)
MEYS, Raymond (1968, Nederland)
MICHAELSEN, Lars (1969, Denemarken)
SUTER, Franz (1890, overleden 01.06.1914, Zwitserland)

Door Fred van Slogteren, 13 maart 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web