Hoe vuil is het sportmilieu in Rio?

Afgelopen vrijdagavond keek ik op tv naar Poetin; hij hield een toespraak voor de vertrekkende sporters richting Olympische spelen. In de zaal zaten ook atleten die in Rio niet welkom zijn.

Poetin was boos, sprak van discriminatie. Ik keek naar zijn gezicht, las zijn houding. Het vormde een onwerkelijk contrast met de flonkerende schoonheid van het oude Kremlingebouw.

Ik vroeg me af: Hoeveel contrast kan een normaal mens behappen? En, hoeveel overdaad aan architectuur is nodig om de schijnheiligheid van woorden enigszins te verdoezelen? Ik ben er nog niet uit.

En dat terwijl ik ervaringsdeskundige ben, want in het buitenland wil ik altijd wel even zo’n goudomrande RK kerk binnen wippen.

Het gekke is dat ik me aan de tweeëenheid Geloof en Schijnheiligheid, fraai getooid in SpätBarock, nooit heb gestoord. Sommige menselijke aberraties neem je nu eenmaal voor lief. Voor de combinatie van sport en manipulatie van foute regimes weiger ik echter elk begrip.

Bron van deze treurigheid is dat hoofdbesturen van sportbonden op cruciale momenten slappe knieën vertonen. Ik doel hier nadrukkelijk op het IOC.

Maar ze zijn geen uitzondering, vrijwel elke sportbond vervalt regelmatig in goedkoop geschipper of vilein gemarchandeer. De UCI bijvoorbeeld heeft vele hoofdstukken van haar geschiedenis geschreven op inktzwart papier.

Bij de recente Tour moest ik daar even aan denken. Nergens een vertegenwoordiger van de bond te zien of te horen toen de rit richting Mont Ventoux volledig uit de hand liep.

Het leek erop of juryleden, die daar toch de UCI regels behoren te waarborgen, plotseling volledig monddood waren. Al eerder dit jaar gebeurde iets vergelijkbaars.

Tijdens de Dauphiné vergaten ze in te grijpen toen een sprinter meende dat de helm niet ter eigen bescherming was, maar simpelweg een wapen waarmee je ongestraft kunt rondbonken. De UCI zweeg. Bang voor de heren van het te machtige ASO wellicht?

Zouden ze zich, zoals hier op het slogblog wel gebeurd, ooit druk maken over zoiets essentieels als de geest van een wet die op het moment suprême elke simpele regel hoort te overrulen?

In ieder geval hebben regimes met een luchtje te lang vrij spel gehad. Een voorbeeld: sinds een aantal jaren is de wielersport opgescheept met wielerploegen die het grote Oostblokgeld vertegenwoordigen.

Kijk naar hun leiding en je verdwaalt bijna in een bos van oud-renners met een duister dopingverleden. De UCI laat ze ongemoeid. In Rio doen ze ook weer alsof hun neus bloedt.

Waarom durft een bond als de IAAF zo iets nu wel? Jarenlang zaten ook zij opgescheept met regelrecht gajes als hoogste leiding.

Nu trotseren ze wereldleiders die schijnheilige praat als enig verweer hebben. Zou je zoiets voortschrijdend inzicht mogen noemen?

Gelukkig hebben we in Nederland nog Herman Ram van de Dopingautoriteit; hij is zeer expliciet. Hij juicht de houding van het IAAF toe. Tegelijkertijd keurt hij het IOC standpunt nadrukkelijk af.

Het huidige Rusland en de manier waarop ze lak hebben aan de fysieke en mentale gezondheid van de Russische atleten, is toe aan een hand heel diep in eigen boezem. De beste plaats daarvoor is aan de zijlijn.

Door Joep Scholten, 31 juli 2016 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web