Met Kwieperre uit de brand …

In 1977 stonden mijn vrouw en ik met een bevriend echtpaar uit het dorp waar we toen woonden en totaal vijf kinderen op een camping in Les Landes aan de Atlantische kust. Een prachtig breed strand met een heerlijke wilde zee.

We maakten er enthousiast kennis met de plage naturiste en voelden ons in ons blootje als god in Frankrijk. Mijn vriend en ik begonnen de dag steevast met een fietstochtje van een kilometer of veertig.

Hij op zijn groene RIH en ik op mijn rooie. Het was midden juli en de Tour was halverwege. Aan het eind van de middag streken we na het strand en een douche steevast neer in het restaurant om met een aantal mannen en une pression de finish van de etappe te bekijken op het daar aanwezige tv-toestel.

Op een dag vertrokken onze vrienden in alle vroegte voor een bezoekje aan familieleden die honderd kilometer verder op een camping stonden.

Ik reed mijn ritje die ochtend alleen en mijn vrouw en ik besloten om daarna niet naar het strand te gaan om de verbrande schouders en benen wat rust te gunnen. Met de transistor op de campingtafel en onder de parasol volgde ik zo goed en zo kwaad als het ging het verslagvan de Tour op de Franse radio.

Nederlandstalige uitzendingen konden we daar diep in Frankrijk niet ontvangen en dus deed je het met de woorden op de Franse zender, die je verstond. Ik wist dat de naam van Hennie Kuiper in het Frans wordt uitgesproken als Ennie Kwiepérre en dat TI-Raleigh in Franse monden wordt verhaspeld tot Tieralékke.

Het was de beroemde etappe naar Alpe d’Huez waar Hennie Kuiper een van zijn mooiste triomfen beleefde. Naarmate de finish naderde werd het spannend en Franse radioverslaggevers winnen het in hun enthousiasme en volume ruimschoots van driftige landgenoten als Theo Koomen en later Jacques Chapel.

Omdat de naam Kwiepérre om de haverklap viel, kon ik niet blijven zitten en met de krakende transistor aan het oor sprong ik van vreugde op en neer toen onze eigen Goudkuip op de Alp gewonnen bleek te hebben.

Ik hoefde me niet voor mijn rare gedrag te schamen, want de camping leek uitgestorven. Iedereen lag aan het strand te bakken. Plotseling zag ik dertig meter van me vandaan een vrouw die net zo enthousiast stond te springen als ik. Zonder transistor aan het oor.

Dat kon niet, dacht ik want dat mens kwam uit Zwitserland en ik had haar noch haar man ooit bij dat TV’tje in het restaurant gezien. Ze schreeuwde erbij en wees naar iets dat achter mij moest plaatsvinden.

Ik keek om en schrok me kapot. Achter me stond de voortent van de caravan van onze vrienden in de hens. In die tent stond een op gas gestookte koelbox met een waakvlammetje en daarmee was kennelijk iets misgegaan.

Zonder na te denken stoof ik de bloedhete tent binnen en draaide de kraan van de gasfles dicht. Vervolgens pakte ik de groene RIH en parkeerde die op veilige afstand van het vuur tegen een boom.

De echtgenoot van de Zwitserse mevrouw was intussen bezig het brandje te blussen met een brandblusapparaat dat daar aan de bomen hing. In no-time konden we ‘brand meester’ roepen en trakteerde ik de landgenoot van Kübler en Koblet op een biertje.

Jaren later heb ik het verhaal eens aan Hennie Kuiper verteld, omdat ik altijd aan dat voorval moet denken als ik zijn naam hoor of lees in verband met Alpe d'Huez. Hij wist wel dat hij in zijn grote jaren veel bij het thuisfront losmaakte, maar dat dat soms letterlijk ‘in vuur en vlam’ betekende was nieuw voor hem.

De tent was geheel verloren, de caravan was aan één kant helemaal zwartgeblakerd. Maar dankzij mij heeft mijn vriend nog jaren op die groene RIH gefietst. En ik op mijn rooie!

Foto: © Cor Vos



Door Fred van Slogteren, 4 juli 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web