De Burgerlijke Stand van 2 maart.

Roger WALKOWIAK (1927, Frankrijk)

Hij was in 1956 een zeer verrassende winnaar van de Tour de France. Ik weet niet of er in die tijd al weddenschappen op de eindwinnaar konden worden afgesloten, maar zijn naam zal niet zijn genoteerd. Sterker nog: het was al een wonder dat hij meedeed. Pas enkele dagen voor de start kreeg hij te horen dat hij naar Reims moest komen waar op 5 juli 1956 de start van de Tour zou plaatsvinden. Hij was reserve en een geselecteerde renner moest het vanwege een blessure laten afweten. Nog geen week later reed de bescheiden renner uit Montluçon in het geel, omdat hij in de etappe van Lorient naar Angers deel uitmaakte van een grote kopgroep die 19 minuten voorsprong pakte. Walko stond ergens in de 30, maar daarmee was hij de bestgeplaatste van de 31 koplopers. Hij bleef drie dagen in het geel, maar moest de leiderstrui toen afstaan aan Gerrit Voorting. Er was dat jaar geen uitgesproken favoriet, want grootheden als Coppi, Koblet, Kübler, Bobet, Geminiani en Robic moesten om uiteenlopende redenen verstek laten gaan. In vrijwel iedere Tour hebben kleinere renners de mogelijkheid het geel te veroveren. Maar als de bergen komen, zakken ze doorgaans ver weg in het klassement. Zo niet Walkowiak. Hij kon aardig klimmen, prima dalen en redelijk tijdrijden en hij bleef hoog in het klassement staan tot hij in de etappe van Turijn naar Grenoble zijn kans greep en op indrukwekkende wijze het geel terugpakte. Hij beklom de Croix de Fer alsof ’t het circuit van Zandvoort was en in de afdaling kon niemand hem volgen. De gele trui zat om de schouders van Wout Wagtmans, maar de Brabander had de slechtste dag uit zijn bestaan als wielrenner en hij kwam uitgeput en ondersteund door Jan Nolten over de finish. Walkowiak had geschitterd, maar werd over de finish weer direct het bescheiden rennertje dat moeite had met zijn nieuwe status. En dat heeft hij de rest van zijn carrière behouden en hij heeft zijn Tourzege nooit meer kunnen bevestigen. Tot op de huidige dag schijnt hij te lijden onder het gewicht van die overwinning. Als renner zat hij in het verkeerde lijf. Hij ontbeerde het vedettendom en daarom was het winnen van de Tour voor hem meer een straf dan een zegen. Maar ik bestrijd dat hij een onterechte winnaar was. Die bestaan niet in de Tour. In een eendagswedstrijd kan het toeval en het geluk soms een rol spelen, maar in de Tour lukt dat niet drie weken lang. Bij gebrek aan betere renners was de Poolse Fransman dat jaar de beste. Helaas heeft nog niemand hem daarvan kunnen overtuigen.

De andere op 2 maart geborenen zijn:

ANTON HERNANDEZ, Igor (1983, Spanje)
BONNAIRE, Olivier (1983, Frankrijk)
CHAILLOT, Louis (1914, overleden 30.01.1998, Frankrijk)
DOUMA, Vladimir (1972, Oekraïne)
EGG, Oscar (1890, overleden 09.02.1961, Zwitserland)
GROUSSARD, Joseph (1934, Frankrijk)
HALGAND, Patrice (1974, Frankrijk)
HEESWIJK, Max van (1973, Nederland)
MANDERS, Henri (1960, Nederland)
MARA, Michele (1903, overleden 18.11.1986, Italië)
MERTENS, Jan (1904, overleden 21.06.1964, België)
REE, Monique van de (1988, Nederland)
SCOTTO DABUSCO, Michele (1983, Italië)
SUTER, Max (1895, overleden 14.10.1936, Zwitserland)
SZMYD, Silvester (1978, Polen)

Door Fred van Slogteren, 2 maart 2007 0:00

Roger Walkowiak

Onderstaand een stukje uit mijn boek over de Tour de France van 1956.
De voor het grote publiek onbekende Roger Walkowiak was de terechte winnaar van deze Tour. Hij beschikte over een uitmuntende ploegleider, de Parijse “kroegbaas” Sauveur Ducazeaux. Ten onrechte wordt de Tourzege van Walkowiak opgehangen aan de etappe Lorient-Angers toen een groep van 31 man een voorsprong nam van 18 minuten. Bij die 31 zaten ook Bauvin, Adriaenssens, Wagtmans, Defilippis, Lauredi, Dotto, Desmedt enz. Die 30 andere renners wonnen niet de Tour. Walkowiak zat in de eerste anderhalve Tourweek tot vijf keer toe in een succesvolle ontsnapping. In de etappe naar Bayonne nam hij op aanraden van Ducazeaux afstand van de gele trui. De voorsprong van de kopgroep met de nieuwe gele truidrager Gerrit Voorting was waarschijnlijk wel groter dan de bedoeling was. De druk van het verdedigen van de gele trui lag niet meer bij de ploeg van Walkowiak. Hij kon zijn krachten sparen voor de bergen. Op de echte klimmers had hij vele tientallen minuten voorsprong. Ondanks wat huzarenstukjes van Gaul en Bahamontes bleef hij op beiden een ruime voorsprong houden. Zonder geluk vaart niemand wel. Het geluk van Walkowiak was de pech van Bauvin in een Pyreneeën etappe en vervolgens het gebrek aan steun van zijn ploegmaten van de Franse A ploeg. De voedselvergiftiging van Adriaenssens speelde ook in de kaart van Walkowiak.
In geschriften over de Tour van 1956 lees je meer dan eens dat het deelnemersveld zwak was, dat er geen echte vedetten waren. Op Louison Bobet na gingen alle mogelijke kanshebbers op een Tourzege in 1956 van start. Inderdaad Coppi, Bartali, Koblet, Kubler en Robic ontbraken. Echter deze renners waren of gestopt of geheel opgebrand; in ieder geval geen van deze renners had de Tour van 1956 kunnen winnen. Wie eveneens ontbrak was Anquetil, daar zou ik aan kunnen toevoegen dat Merckx, Hinault en Armstrong evenmin meereden. Onzin dus: de carrière van Anquetil als ronderenner moest nog beginnen. In 1956 was hij 22 jaar. Wie er wel waren: Gaul, Bahamontes en Nencini, toekomstige Tourwinnaars, verder gingen van start Ockers, Brankart, Impanis, Adriaenssens, Geminiani, mannen die soms meer dan eens een podiumplaats in Parijs haalden.
Heel bizar was dat door de overplaatsing van Gilbert Bauvin van de Noord Oost Centrum ploeg naar de Franse A ploeg i.v.m. het afhaken van Bobet, Walkowiak de plaats innam van Bauvin. Walkowiak won de Tour, Bauvin werd tweede.

Geplaatst door Piet vd Meer, 02 maart 2012 11:08:18

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web