Uit de ordners van Jan …

Op vrijdag 1 juli 1983 startte in Fontenay-sous-Bois de zeventigste editie van de Tour. De route voerde via Roubaix, de Pyreneeën, het Centraal Massief en de Franse Alpen tegen de klok in naar Parijs waar de Tour op 24 juli 1983 eindigde.

Hoofdredacteur Evert de Rooij van Wielerrevue verontschuldigde zich dat hij bij het ter perse gaan van deze Tourspecial nog niet de beschikking had over uitgewerkte routekaartjes, noch precies wist welke ploegen zouden gaan deelnemen.

De uiteindelijke route werd namelijk pas half juni aan het publiek vrijgegeven. Helzelfde gold voor de ploegen. De deelname van sommige ploegen stond namelijk nog allerminst vast. Er is gelukkig veel verbetert in 33 jaar.

Toch is dit dubbeldikke Tournummer zeer de moeite waard. Aandacht voor alle etappes, historie, kanshebbers, moeilijkheden en een portrettengalerij van alle renners die tot aan 1983 de Tour wonnen. De legendarische wielerjournalist Evert van Mokum was verantwoordelijk voor dit unieke tijdsbeeld.

Zijn naamgenoot De Rooij vatte het parcours als volgt samen: “Tussen Fontenay-sous-Bois, praktisch de achtertuin van Joop Zoetemelk’s hotel in Meaux, en Parijs liggen hemelsbreed niet zo verschrikkelijk veel kilometers.”

Hij gaat verder met de vaststelling dat de organisatie er desalniettemin in was geslaagd tussen die start en finish de nodige hindernissen te creëren, die menige renner bij voorbaat van zijn broodnodige rust zou beroven.

Een totaalafstand van iets over de 3700 kilometer met daarin een ploegentijdrit over honderd kilometer (!), een rit over de kasseien in de Hel van het Noorden, vier individuele tijdritten, waarvan twee vlak en twee bergop.

Voor de echte liefhebbers van bloed, zweet en tranen waren er dan nog één Pyreneeën- en twee Alpenritten. Dit alles moest er voor zorgen dat alleen aan absolute toprenner in staat zou zijn de laatste gele trui in Parijs in ontvangst te nemen.

Toch leek het daar na afloop geenszins op. Geen Bernard Hinault (niet gestart), geen Zoetemelk (op doping betrapt) stonden na afloop op de hoogste trede van het erepodium, maar de nog vrij onbekende Parijzenaar Laurent Fignon (foto 2).

De verhalen, zoals die jaar in jaar uit in de diverse Tourspecials verschijnen, zijn prachtig en voor de voorbeschouwingen en verwachtingen maakt het natuurlijk niet uit of ze 33 jaar of een week geleden zijn geschreven, het blijft nattevingerwerk.

Maar er staan ook terugblikken in deze special. Over Woutje Wagtmans bijvoorbeeld die in 1956 heel dicht bij de Tourzege was. Of de jeugdherinnering van ene Willem Vermeulen over het plaatjes sparen.

Een rage in de jaren vijftig en in dit geval ging het om het album ‘40 Sporten en Spelen in woord en beeld’. Dat was een omslagmap waar de tien deeltjes in pasten waar de honderdvijftig met engelengeduld bij elkaar gespaarde plaatjes ingeplakt moesten worden.

Goh, wat moet er in die tijd veel Blue Band margarine op nog veel meer boterhammen zijn gesmeerd om zo’n schat te kunnen bemachtigen.

Foto 2: © Cor Vos

Door Jan Houterman, 13 juni 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web