De burgerlijke stand van 1 maart.

Gastone NENCINI (1930, overleden 01.02.1980, Italië)

Het zal een bittere pil zijn geweest voor de grote Franse president Charles De Gaulle toen de Tourkaravaan in 1960 lang zijn buitenoptrekje in Colombey-des-deux-Eglises kwam en er een Italiaan in plaats van een Fransman in het geel reed. De Tour stopt voor niemand en dus ook niet voor een Franse president. Maar voor onzelieveheer zelf en voor Charles De Gaulle wordt in Frankrijk  een uitzondering gemaakt. De hele karavaan stopte voor zijn oprijlaan en de geletrui mocht op het bordes komen. Hij kreeg daar de felicitaties van de president en een ieder deed een kort gebed voor de in die Tour zo tragisch ten val gekomen Roger Rivière. Het heeft voor Rivière geen baat gehad, maar Nencini bracht de maillot jaune met de vingerafdrukken van de president in Parijs. Hij stond er op het erepodium met nog een Italiaan Graziano Battistini en de Belg Jan Adriaenssens. Drie jaar na zijn zege in de Giro d’Italia haalde de Leeuw van Mugello nog een grote ronde binnen. Het zijn twee diamanten op zijn kroon, waar verder weinig edelstenen in zitten. Er had nog een derde grote triomf kunnen zijn, want in 1955 had hij de zege in de Giro al vrijwel binnen toen een lekke band op twee dagen voor het einde hem parten speelde. Het peloton onder aanvoering van Fausto Coppi en Fiorenzo Magni sloeg op hol en Gastone kreeg het gat niet meer dicht. Hevig teleurgesteld stond hij als derde op het podium. Twee jaar later nam hij wraak en deed hij in feite hetzelfde toen Charly Gaul in de leiderstrui de tijd nam voor een sanitaire stop. Onder aanvoering van Nencini vloog de snelheid omhoog en Gaul verloor de ronde. Sindsdien had de Engel van het Hooggebergte er een bijnaam bij: Monsieur Pipi. Nencini was een echte ronderenner, die het zeldzame vermogen had om op niveau te blijven als anderen na twee weken koers minder werden. Hij was een uitstekend klimmer en een kamikaze-piloot als daler. In die laatste hoedanigheid hoort hij in het rijtje van Magni, Savoldelli en Rini Wagtmans, mannen die zich zonder angst als bakstenen naar beneden konden storten.

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Reg HARRIS, (1920, overleden 22.06.1992, Groot Brittannië)

‘In 1948 kregen we een nieuwe jongen in ons sprinterskorps. Hij was iets minder arm dan Job. Want volgens het Bijbelverhaal bezat Job helemaal niets en deze knaap had tenminste nog een fiets, een racefiets.’ Dit schreef Jan Derksen in 1960 in zijn boekje ‘Met banddikte’ en hij doelde daarmee op Reg Harris, de rossige en besproete Brit die zijn raceschoentjes droeg als waren het rijlaarzen en op de fiets de baan inspecteerde als zat hij op een edel ros. Hij droomde – volgens Derksen – permanent van een groot landgoed met een stoeterij vol renpaarden. Veel mensen schijnen van die dromen te hebben maar The Lord maakte ze in slechts tien jaar volledig waar. Zijn landgoed lag nabij Willemslow in de omgeving van Manchester. Harris was in zijn tijd een superieur sprinter, die niets anders kon. Hij heeft nooit een zesdaagse gereden of een omnium, hij kon alleen maar sprinten. En dat kon hij dan ook als geen ander. Hij werd vijf keer wereldkampioen, één maal bij de amateurs en vier keer bij de profs. Hij beschikte over een zogeheten dubbele sprint en dat betekent dat hij nog een versnelling in huis had als hij met zijn tegenstander in de laatste honderd meter op volle snelheid. Dan zag je hem die jump maken en zo van de concurrentie weg schieten. In matches à trois of meer wisten routiniers als Van Vliet, Derksen, Maspes en Plattner wel raad met hem, maar in een match à deux was hij vrijwel onklopbaar. Hij stopte op het hoogtepunt van zijn roem om zijn landgoed te gaan beheren. Maar toen hij daar jaren van genoten had maakte hij begin zeventiger jaren nog een comeback. Als 50 plusser werd hij nog twee keer kampioen van Engeland, maar aan het WK waagde hij zich niet meer. The Lord wist altijd precies wat hij wel en wat hij niet moest doen. Lord Reginald from Willemslow. (archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 1 maart geborenen zijn:

CORTI, Claudio (1955, Italië)
GOMMERS, Jan (1916, overleden 27.07.2002, Nederland)
HAMILTON, Tyler (1971, Verenigde Staten)
IN ’T VEN, Willy (1943, België)
MARZOLI, Samuele (1984, Italië)
MÜLLER, Christian (1982, Duitsland)
NEK, Klaas van (1899, overleden 19.05.1934, Nederland)
PASQUIER, Arthur (1883, overleden 07.12.1963, Frankrijk)
WAMSLEY, Kyle (1980, Verenigde Staten)

Door Fred van Slogteren, 28 februari 2007 23:00

29 februari

nog altijd geen ploeg:

Plaza Molina, Ruben (1980, Spa)

Geplaatst door Philip, 01 maart 2007 05:59:25

Nencini

Charly Gaul leek de Giro van 1957 voor de tweede maal te gaan winnen. Hij had, uiteraard tegen een flinke financiële vergoeding, de steun van de ploeg Pellenaars gekocht. Tegen het einde van de Giro zei Gaul tegen Pellenaars dat hij het verder wel zonder zijn hulp kon stellen. De volgende dag, tijdens een plaspauze van Gaul, sloegen de ploegen van Pellenaars en Bobet de handen ineen en er werd voluit gereden. Gaul verloor meer dan 10 minuten en zijn roze trui. Nencini kwam in het roze en Bobet zat op het vinkentouw. Toen Nencini de dag daarop kopje onder dreigde te gaan, werd hij door Gaul op sleeptouw genomen, zodat vooral Bobet niet de Giro van 1957 zou winnen. De aanval tegen Gaul tijdens zijn plaspauze staat bekend als de “coup de pissette”. Bij het grote publiek staat Charly Gaul bekend als de “Engel van het Hooggebergte” onder zijn collega’s was zijn bijnaam “Chéri-pipi”.

Toen de Tour in 1960 stopte voor generaal de Gaulle heeft men (zoals al beschreven staat) een kort gebed gehouden voor Roger Rivière.
Het mocht niet baten. De stop had wel grote gevolgen voor een andere Franse renner. Pierre Beuffeuil was door een lekke band achterop geraakt en reed in een kansloze positie. Door de stop bij de Gaulle kon hij terugkeren in het peloton, bij de herstart ging hij er vandoor en won de etappe

Geplaatst door Piet vd Meer, 01 maart 2012 20:00:29

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web