De jarige van vandaag …

De voornaam Désiré betekent ‘gewenst’ en ik heb me altijd afgevraagd of alle kinderen die geen Désiré of Désirée (meisje) werden genoemd ‘niet gewenst’ waren.

Dat is natuurlijk best een gerechtvaardigde vraag in een tijd dat er nog geen betrouwbare voorbehoedmiddelen waren en iedere wip werd gevolgd door dagen van spanning.

Of Désiré door vader en moeder Keteleer gewenst was of niet laat ik in het midden, maar dat hij als renner zéér gewenst was door diverse vedetten in het peloton van de jaren vijftig, staat buiten kijf.

Dis, zoals ze hem noemden, was een hele goede wielrenner. Veel talent en een formidabel koersinzicht paarde hij echter aan een nederig soort bescheidenheid, die van hem een meesterknecht maakte in plaats van een wielervedette.

Wat zijn wielertalenten betreft had hij op die kwalificatie aanspraak kunnen maken. Op zijn erelijst staan overwinningen in de Waalse Pijl en de Ronde van Romandië, alsmede etappes in de Tour en de Giro. Hij was dus bepaald geen koekenbakker, maar hij verbond zijn wielerleven liever aan grootheden uit die tijd als Fausto Coppi en zijn landgenoot Fred De Bruijne.

Die laatste schrijft in zijn autobiografie: “Nadat ik in 1956 drie etappes had gewonnen in de Ronde van Frankrijk, was iedereen door het dolle heen. Men begon zelfs te schrijven dat ik de Ronde van 1957 wel eens zou kunnen winnen. Ik werd dan ook als kopman aangewezen met naast mij de beste vriend die ik ooit onder renners heb gehad: Désiré Keteleer.”

Nadat De Bruijne in 1956 eerst Parijs-Nice en vervolgens Milaan-San Remo had gewonnen, was hij de belangrijkste kandidaat voor het winnen van de Ronde van Vlaanderen. Het gevolg was dat iedereen op zijn wiel reed en hij geen duimbreed ruimte kreeg.

Het was Keteleer die wel wist hoe een en ander moest worden opgelost. De in Anderlecht geboren meesterknecht demarreerde voluit op de Muur van Geraardsbergen en hij kreeg vier man mee. Hij ging vol door en binnen de kortste keren hadden de vijf twee minuten te pakken.

D'n Dis reed zo hard dat hij een voor een zijn medevluchters loste. Toen werd het tijd voor consolideren. Terwijl hij een flink tempo aanhield keek hij steeds achterom tot hij De Bruijne, met in diens wiel alle andere kanshebbers, in de verte zag opdoemen.

Toen ze bij Keteleer kwamen ging andermaal de bullepees erover en ‘die ongelooflijke krachtpatser’ (citaat De Bruijne) reed ze allemaal aan gort.

In Wetteren had hij vervolgens nog zoveel over dat hij de sprint nog voor zijn meester kon aantrekken. De Bruijne faalde niet en behaalde in het nog prille seizoen zijn derde grote overwinning.

Hij was nog maar net vijftig jaar toen Désiré Keteleer op 17 september 1970 veel te jong overleed en dat was natuurlijk ook niet gewenst.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 13 juni 2016 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web