De Burgerlijke Stand van 22 februari.

Philippe GAUMONT (1973, Frankrijk)

Deze renner uit Amiens had veel talent en hij begon zijn loopbaan als beroepsrenner met zeges in de Vierdaagse van Duinkerken en de Tour de l’Oise. Een jaar later won hij de klassieker Gent-Wevelgem en zijn naam was gevestigd. Maar in 1998 begon de ellende toen hij op doping werd betrapt, samen met ploeggenoot Frank Vandenbroucke. Voor beide begon hier een lange reeks van incidenten, ontkenningen, schorsingen, terwijl de prestaties steeds minder werden. Gaumont ontkende dealer te zijn en hij voelde zich ook geen crimineel. En passant beschuldigde hij het gehele profpeloton van gestructureerd dopinggebruik. Het was allemaal niet fris en toen hij in 2004 opnieuw betrapt werd, nu samen met ploeggenoot David Millar, werd hij bij Cofidis ontslagen. Hij zette direct een punt achter zijn carrière en begon aan een boek waarin hij alles zou openbaren. Dat heeft hij in ‘Prisonnier de dôpage’ inderdaad gedaan en het geschrift wemelt van de namen van renners die gebruiken en artsen en verzorgers die het toedienen. Die reageerden als door een wesp gestoken en als alle rechtzaken doorgaan die zijn toegezegd dan staat Gaumont voor de rest van zijn leven in het beklaagdebankje. Volgens mij is er sindsdien echter niets gebeurd. Niet alleen is Gaumont nog niet in een gerechtsgebouw gesignaleerd, maar de autoriteiten doen er ook het zwijgen toe. Misschien dat jonge renners nog wat aan het boek hebben, want ze kunnen daarin gedetailleerd lezen hoe je bijvoorbeeld huidallergieën kunt simuleren om daarvoor medicijnen te krijgen die als nevenwerking het gebruik van cortisonen maskeren. Als je het allemaal leest dan kom ik maar tot één verklaring waarom we niets meer van Gaumont hebben vernomen. Hij is vanwege zijn grote kennis van farmaceutica apotheker geworden, in zo’n anoniem klein Frans dorp, waar alleen verdwaalde toeristen en trainende wielrenners doorheen komen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Jean BOBET (1930, Frankrijk)

Hij gold in zijn tijd als het intellectuele broertje van Louison. Vijf jaar jonger dan de drievoudige Tourwinnaar en als renner van veel mindere klasse. Net als Arie van Vliet en Jan Janssen werd hij ‘le Professeur’ genoemd. Bij de twee Nederlanders kwam dat door de bril, die kennelijk synoniem is met een helder verstand. Bij Jean Bobet sloeg het echter op het feit dat hij voor accountant studeerde toen hij voor het eerst op een racefiets stapte. Dat was eigenlijk uit een uitdaging voortgekomen. In 1947 begon de ster van Louison te rijzen en mede-studenten daagden Jean uit ook wielrenner te worden. Hij liet zich uitdagen en in 1949 en 1950 was hij wereldkampioen bij de studenten, een titel die vele jaren later ook eens door Theo de Rooij is behaald. Hoewel hij al snel in de gaten had dat hij het talent van zijn broer ontbeerde, besloot hij toch beroepswielrenner te worden. Hij trainde als een beest en won in 1955 Parijs-Nice. Het werd zijn enige grote overwinning en in 1959 stopte hij om daarna direct de wielerjournalistiek in te stappen. Hij volgde vele jaren het internationale wielergebeuren en hij schreef drie boeken. Biografieën over broer Louison en over Octave Lapize en een instructieboek over training.

De andere op 22 februari geborenen zijn:

BRUIN, Petra de (1962, Nederland)
DAVID, Wilfried (1946, België)
DOLMAN, Evert (1946, overleden 12.05.1993, Nederland)
JÖRIS, Mathieu (1929, Nederland)
KASPUTIS, Arturas (1967, )
VOS, Frans (1925, overleden 14.04.2001, Nederland)
WHITE, Matthew (1974, Australië)

Door Fred van Slogteren, 22 februari 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web