De Burgerlijke Stand van 20 februari.

Charles PÉLISSIER (1903, overleden 28.05.1959, Frankrijk)

Charles Pélissier was de populairste renner die Frankrijk ooit heeft voortgebracht. Raymond Poulidor kwam na de tweede wereldoorlog in de buurt, maar anders. In een tijd dat de televisie nog moest worden uitgevonden lag het hele Franse volk aan de voeten van Charlot. Hij was een goede renner, maar niet zo goed als zijn twee oudere broers Henri en Francis. Het was een enorme ijdeltuit met de uitstraling van een filmster. Hij werd Brummel genoemd naar Beau Brummel alsook Valentino, naar de beroemde filmster uit de tijd van de stomme film. Rudolf Valentino was de mooiste man van het witte doek en toen hij op jonge leeftijd stierf hebben honderden vrouwen over de hele wereld zich spontaan van kant gemaakt. Charles Pélissier was ook een heel mooie man en hij was bovendien een winnaarstype. Zo won hij in de Tour de France van 1930 acht etappes, een record dat nooit is verbeterd, maar wel twee keer (Merckx en Maertens) is geëvenaard. Pélissier was heel veelzijdig, want behalve op de weg reed hij ook als veldrijder en betwistte hij heel wat zesdaagsen. Hij onderging de verschrikkingen van de ouderwetse zesdaagse (144 uur vrijwel aan één stuk op de fiets) even manmoedig als zijn collega’s, maar in de schaarse uren van rust had hij een heel gevolg bij zich om hem en zijn fiets te verzorgen. Kees Pellenaars was zo’n collega die na het uitvallen van de vaste maat van Pélissier in de Zesdaagse van Parijs 1938 eens aan de Fransman werd gekoppeld. Pierre Huyskens vertaalde de indrukken van d’n Pel over Pélissier als volgt: ‘Een grand seigneur met een bijzondere hofhouding, 52 schone truitjes in zijn koffer, zijn gezicht mocht niet worden gewassen, maar werd gedipt en gebet, zijn toastjes werden in een servetje verpakt en zijn edele lid werd op vastgestelde plastijden door een butler met een paardenkop en handschoenen aan ter behoeftedoening plechtig uit de broek gehaald.’ Bij de eerste aflossing ging het al mis, want Pélissier kreeg een klapband. Pellenaars greep hem in zijn nekvel en voorkwam dat de publiekslieveling voor het oog van zijn vele supporters en aanbidders een doodsmak maakte. Diezelfde avond kwam de butler hem als dank een envelop brengen met daarin 10.000 francs. Die butler zou later minstens zo beroemd worden als zijn meester, want hij heette Fernand Contandin, beter bekend als de grote filmkomiek Fernandel.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Jean GOLDSCHMIT (1924, overleden 14.01.1994, Luxemburg)

Tegenwoordig zijn ze er weer: goede wielrenners uit het groothertogdom Luxemburg. De gebroeders Schleck, Kim Kirchen en Benoît Joachim kunnen een goed stukje fietsen en ze zorgen de laatste jaren voor een revival van het Luxemburgse wielrennen. In het verleden was het kleine land een grote wielernatie, hoewel ze in de tijd van de landenploegen altijd het probleem hebben gehad van te weinig renners. Heel lang geleden wonnen coureurs als François Faber en Nicolas Frantz al eens de Tour en Frantz zelfs twee maal. Na de oorlog voegde Charly Gaul, de Engel van het hooggebergte, er een vierde Luxemburgse zege aan toe en hij leek de laatste der Mohikanen. Kirchen is trouwens een bekende naam in het Luxemburgse cyclisme, want in de jaren veertig en vijftig had Luxemburg toch wel zo’n tien toprenners, waaronder de gebroeders Kirchen. Een van die goede coureurs was Jean Goldschmit en een andere was Bim Diederich, die op dezelfde datum als Goldschmit, maar twee jaar eerder werd geboren. Op Diederich komt Henk Theuns morgen terug en dit stukje gaat over Sjeng Goldschmit. Een sterke ronderenner, die in 1948 de eerste Ronde van Nederland won, maar later werd teruggezet naar de tweede plaats omdat hij niet geheel reglementair had gereden. Hij was allround, want hij kon goed klimmen, fantastisch dalen en hij had ook nog een vlijmscherpe sprint in huis. In de Tour van 1950 droeg hij de eerste drie dagen de gele trui, nadat hij de eerste etappe (Parijs-Metz) had gewonnen. Na zijn carrière werd hij in 1958 ploegleider van de gecombineerde Luxemburgs/Nederlandse ploeg. Daarmee werd de Nederlandse ploegleider Klaas Büchli gedegradeerd tot chauffeur, want Sjeng nam de touwtjes stevig in handen. En met succes. Charly Gaul won die Tour, maar de stemming in de ploeg was niet groots. Uit gesprekken met Gerrit Voorting heb ik begrepen dat Goldschmit en Gaul die Hollanders slechts beschouwden als pure knechten en het helemaal niet op prijs stelden dat Voorting een etappe won en Wim van Est en ook Voorting enkele dagen in het geel reden. Luxemburg heeft lang op de successen van toen moeten teren, maar ze kunnen dankzij Schleck c.s. eindelijk naar de historie worden verwezen.

De andere op 20 februari geborenen zijn:

DIEDERICH, Bim (1922, Luxemburg)
PEPELS, Leo (1921, Nederland)
PUSTJENS, Mathieu (1948, Nederland)
ZANDE, Frans van de (1920, overleden 28.12.1995, Nederland)
ZIMMERMANN, André (1939, Zwitserland)
ZWEIFEL, Hansrudi (1945, overleden 1994, Zwitserland)

Door Fred van Slogteren, 20 februari 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web