De jarige van vandaag …

Ik heb het vijf dagen geleden beloofd, toen was de jarige Firmin Lambot. Die won de Tour de France in 1919 en 1922. Ik schreef toen dat er uit Florennes, het geboortedorp van deze Waal, nog een Tourwinnaar afkomstig was.

Dat was Léon Scieur een eerzame boerenknecht, die door zijn dorpsgenoot was overgehaald om ook wielrenner te worden. Hij was toen al ruim twintig jaar en moest nog fietsen leren.

Nadat hij zich die kunst had eigen gemaakt, bleek hij ook nog eens heel hard te kunnen fietsen. Zijn tactisch inzicht bleef daar echter ver bij achter. Het leverde hem de bijnaam op van De Locomotief.

Vanwege die achterstand in ontwikkeling duurde het lang voordat hij een koers won. Maar dat was dan ook gelijk een hoofdprijs: Luik-Bastenaken-Luik in 1920.

Die lange aanloop naar succes was natuurlijk ook te wijten aan de Eerste Wereldoorlog die het wielergebeuren in België en de omringende landen van 1915 tot en met 1918 volledig lamlegde.

Een geweldige prestatie als je bedenkt dat De Waalse Reus, zijn tweede bijnaam, toen al 32 jaar was. Hij debuteerde in de Tour de France in 1913. Hij haalde het einde niet. Pas in 1919 ging het er op lijken toen hij als vierde eindigde, een prestatie die hij een jaar later herhaalde.

En toen kwam de Tour van 1921. Al in de tweede rit veroverde hij de gele trui. In de derde rit verstevigde hij zijn positie door de etappe te winnen met negen minuten voorsprong op zijn voornaamste belager, zijn landgenoot Hector Heusghem.

In de Pyreneeën begon Heusghem een offensief waar Scieur geen antwoord op had. De Locomotief uit Florennes zag zijn voorsprong van bijna een half uur slinken, tot iets meer dan vier minuten.

De Alpen moesten de beslissing brengen. Beide kemphanen scheerden als eersten over de cols, tot Scieur lek reed en niet snel wist te depanneren. Met minuten achterstand zette hij de achtervolging in. Hoewel hij helemaal het postuur niet had om een klimmer te zijn, spoot hij op de macht omhoog en ruim voor de finish werd Heusghem achterhaald.

Het was erop en erover en met veertien minuten voorsprong ging De Waalse Reus over de finish. Hij was de beste en de terechte winnaar van de Tour van 1921.

Ik beloofde op de geboortedag van Lambot ook nog een anekdote over deze bijzondere atleet. Het was tot 1919 gebruikelijk dat een renner bij pech zelf en zonder enige hulp moest repareren.

Een lekke band was geen probleem, maar een gebroken vork was moeilijker. Dan moest een smidse worden opgezocht om de twee helften weer aaneen te smeden.

Hetzelfde bij een verbogen wiel. De renner moest maar zien hoe hij dat weer recht kreeg. Vanaf 1919 mocht in dat geval een nieuw wiel worden gestoken op voorwaarde dat het kapotte wiel na afloop van de rit als bewijsstuk bij de jury werd ingeleverd.

In de Tour van 1921 raakte Scieur bij een valpartij betrokken. Het wiel was ernstig ontzet en elf spaken waren gebroken. Hij versierde een nieuw wiel, bond het kapotte wiel met touw op zijn rug en reed aldus tweehonderd kilometer naar de eindstreep.

Dat was met de gemiddelde snelheid van toen toch al gauw acht uur hardfietsen. Geen pretje, want de as van het wiel op zijn rug boorde zich in het vlees en veroorzaakte een diepe wond.

Die genas voorspoedig, maar het werd wel een lelijk litteken. Maar ook de trots van Léon Scieur, want hij liet het in zijn verdere leven met groot genoegen zien aan een ieder die er om vroeg.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 19 maart 2016 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web