Uit de ordners van Jan …

De wielersport leeft bij de gratie van vedetten, maar vooral ook bij de gratie van strijd en tweestrijd. Nergens in het internationale wielrennen wordt die zo hevig gestreden als bij onze zuiderburen.

De geladen duels tussen de oude Rik Van Steenbergen en de jonge Rik Van Looy; de bitse rivaliteit tussen de in zijn nadagen verkerende Keizer van Herentals en de opkomende ster Eddy Merckx.

De nog altijd voortdurende controverse tussen De Kannibaal en Freddy Maertens wat de wielersupporters in twee kampen verdeelde. Dit alles zorgde voor vuur en polemiek dat volgens dit blad in 2006 helaas ontbrak.

Regerend wereldkampioen Tom Boonen voelde geen gehijg in de nek, hoorde geen gezaag aan zijn stoelpoten, omdat hij simpelweg te goed was. Niemand stak hem naar de kroon of betwistte zijn hegemonie.

Geen enkele landgenoot werd in staat geacht hem het vuur na aan de schenen te leggen. Geen Peter Van Petegem en ook geen Frank Vandenbroucke, die in deze uitgave zijn zoveelste wedergeboorte aangekondigde.

Vragen waren er genoeg aan het begin van het wielerseizoen 2006. In hoeverre zou Johan Bruyneel er in slagen om na het afscheid van Lance Armstrong een nieuwe identiteit te vinden voor zijn onthoofde ploeg Discovery Channel?

Zou Damiano Cunego er na een kwakkeljaar in slagen zijn grote vorm van 2004 te hervinden? Kon Ivan Basso de mentale druk aan om alles op de Tour af te stemmen? Hoe zou Alexandre Vinokourov, bevrijd van Jan Ullrich, het doen in een Spaanse omgeving? En natuurlijk ook gerechtvaardigde vragen van de Nederlandse wielerliefhebbers. Of we er nog wel bij hoorden in de Pro-Tour?

Na afloop van de Ronde van Lombardije 2006 werd Jean Nelissen om zijn mening gevraagd. “Dat kun je wel vergeten. Althans voorlopig. Ik maak mij bijvoorbeeld zorgen over ons grootste talent, Thomas Dekker.”

De Neel was ook bezorgd over andere talenten die in hun ontwikkeling stagneerden als Pieter Weening en Joost Posthuma. “Qua psyche en fysiek wordt het steeds moeilijker je af te zonderen van ons sociale leven.” Eufemistisch voor: die jongens worden te veel gepamperd.”

In dit blad was er ook al aandacht voor de extreme magerzucht. Niet alleen een bedenkelijk verschijnsel bij tienermeisjes en op de catwalks, want ook in het wielerpeloton greep het zorgwekkend om zich heen.

Het gewicht van een renner werd meer en meer een issue. De overtollige kilo’s van Jan Ullrich (foto) vormden destijds ieder jaar onderwerp van gesprek.

Als tegenhanger van Der Jan waren er toen renners als Ivan Basso en Michael Rasmussen (foto). Van de Italiaan was bekend dat hij geen erwten at, omdat er te veel vet in zou zitten.

Rasmussen was nog extremer, want zijn dieet bestond uit onbelegde rijstwafels en sojamelk. Een lichaamsgewicht van 57 kilo bij een lengte van 1 meter 75 werd als heel extreem beschouwd.

Uiteraard wordt ook Leontien van Moorsel in dit verband genoemd. Haar verhaal kreeg een happy end doordat ze op tijd inzag een mooie loopbaan te kunnen maken zonder de Tour Féminin

In plaats daarvan scoorde ze een pakhuis vol Olympische medailles en regenboogtruien.

Foto’s: © Cor Vos

Door Jan Houterman, 14 maart 2016 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web