Uit de stalling van Peter R. de Fiets

© T&T Tekst & Traffic

“Philip Wilhelm Opel was slotenmaker van beroep en hij woonde in het 800 zielen tellende dorp Rüsselsheim, ergens tussen Frankfurt en Mainz. Adam, de oudste zoon was een opstandige jongen, die barstte van de ideeën en daardoor regelmatig met zijn conservatieve vader in conflict kwam. Om hem wat af te koelen stuurde vader Opel hem naar Parijs, omdat er thuis geen land met die jongen te bezeilen was. Hij had hem beter naar een klooster kunnen sturen, want de bruisende metropool voedde zijn progressieve denkbeelden alleen maar meer. Adam Opel vond in Parijs een baantje in een naaimachinefabriek, een tak van industrie die in die tijd een stormachtige groei doormaakte. Daar zag hij wel brood in, maar na terugkomst in Rüsselsheim vond hij alleen maar steun bij zijn moeder, terwijl zijn vader niets in de plannen zag. Adam was een doorzettertje en in ...

... 1862 startte hij zijn eigen naaimachinefabriekje in de koeienstal van een oom. Door keihard te werken gingen de zaken zo voorspoedig dat zijn broer George bij hem in de zaak stapte. Al na korte tijd was er genoeg verdiend om geld te kunnen investeren in de bouw van een grote fabriekshal met woonhuis aan de Bahnhoffstrasse. Voor zijn plezier kocht Adam in Engeland een Hoge Bi, maar na een paar duikelingen verkocht hij het vehikel weer. Met winst! Dat onverdachte voordeeltje zette hem aan het denken en kort daarna stuurde hij zijn zoon Carl naar Engeland om zich daar op de rijwielmarkt te oriënteren. Carl kwam terug met een laag safety model. Met zijn broers ging hij driftig op het ding oefenen en ze raakten alle vijf verslingerd aan het speeltje. De rijwielkoorts had ze te pakken en in de fabriek van pa begon kort daarna de productie van Opel-fietsen. De overgang van naaimachines naar fietsen was in die tijd niet ongebruikelijk, want ook grote naaimachinemerken als Singer en Husqvarna gingen met succes fietsen maken.
Ook bij Opel liep het als een naaimachientje en vele wielrenners uit die tijd toonden belangstelling. Piet Moeskops - wie kent hem niet - reed voor het merk Opel. Ook onze vriend Gerrit Bontekoe (uit de aflevering van twee weken geleden) en de Franse superstayer Robert Grassin (foto) zwoeren bij het merk, waarvan ze de naam trots op hun trui droegen. Het was een goed product en het was daarom niet verwonderlijk dat er in 1912 al zo’n tienduizend waren geproduceerd. De rest van de geschiedenis van Opel gaat niet meer over tweewielers, maar over vierwielers, waar het bedrijf heel groot in is geworden.

Op de foto lijkt het of ik met een oud stuk roest in mijn handen sta en dat is ook zo. Maar, het is en blijft een echte Opel met een authentiek balhoofdplaatje uit Rüsselsheim dat iedere verzamelaar het hoofd op hol zal brengen. Veel onderdelen zitten er niet op en die zullen er ook niet op komen. Dat heb je met een fiets uit 1910. Ik zou het wel willen, want met een set wielen, een ketting en een blokrem op de voorband kun je er zo op rijden. Het lijkt me ook een regelrechte sensatie om op een fiets, die met zoveel historie is omgeven, hem eens lekker van kadetje te geven.

Tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 13 februari 2007 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web