De Burgerlijke Stand van 13 februari.

Freddy MAERTENS (1952, België)

Als William Shakespeare in deze tijd had geleefd dan zou de geschiedenis van Freddy Maertens ongetwijfeld dienst hebben kunnen doen voor een van zijn toneelstukken. Het verhaal van de man die op basis van zijn talenten torenhoog steeg om daarna dieper dan diep te vallen, heeft vele aangrijpingspunten voor een groots meeslepend koningsdrama. Want een koning was hij toen hij op het punt stond de grote Eddy van zijn troon te stoten. Moeiteloos reed Freddy in het midden van de jaren zeventig op z’n gemak meer dan vijftig overwinningen per seizoen bij elkaar. Hij won klassiekers, kleine rondritten, het wereldkampioenschap en zelfs de Ronde van Spanje. Dat was in 1976 en hij won niet alleen de ronde, maar ook dertien etappes en het puntenklassement. Dat laatste klassement won hij ook drie keer in de Tour de France en in slechts drie starts won hij in la Grande Boucle maar liefst vijftien etappes. Hij startte één keer in de Ronde van Italië en daar won hij er zeven, hoewel hij die ronde niet eens uitreed. Op 28 mei 1977 was hij met zijn landgenoot Rik Van Linden in een spannend spurtduel gewikkeld, dat hem zijn achtste ritzege moest opleveren, toen de sturen van de heren in elkaar raakten en zij gebroederlijk op het asfalt smakten. ‘Polsbreuk’, zei de dokter, nadat hij d’n Freddy had onderzocht. Wat niemand toen wist was dat dit schijnbaar onbeduidende ongeval het einde van een briljante wielercarrière inluidde. Maertens bleef last houden van die pols en zijn prestaties werden steeds minder. Tot Lomme Driessens zich in 1981 over hem ontfermde en ‘m aan een streng regime onderwiep. Geen seks, geen drugs en geen rock’nroll voor Freddy en de geruchten dat Lomme in de echtelijke sponde tussen Freddy en Carine in sliep, deden de ronde. Maar het had resultaat: in de Tour van 1981 won hij vijf etappes en de groene trui en hij werd wederom wereldkampioen. Maar Freddy was niet meer de Freddy van 1976, zijn beste seizoen. Hij geleek een zombie die gevaarlijk slingerend door het peloton reed, in onsamenhangende zinnen met de pers sprak en er bepaald niet gezond uitzag. Het was dan ook een eenmalige opstanding, want de val die hij daarna maakte was peilloos diep. Alleen kleine ploegjes waren nog in hem geïnteresseerd en daar werd hij steeds sneller ontslagen dan hij was gecontracteerd. Dat hij niet definitief in de goot belandde, dankt hij aan enkele goede vrienden en zijn vrouw. Hij is nu rondleider in het wielermuseum in Roeselare. Ik hoop dat hij zijn zaakjes weer op orde heeft en dat hij gelukkig is. Want dat verdient hij voor de mooie sport die hij ons in de jaren zeventig voortoverde. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Michel POLLENTIER (1951, België)

28 mei 1977, de dag dat Freddy Maertens vanwege die polsbreuk de Giro moest verlaten, betekende tevens de doorbraak van zijn ploeggenoot Michel Pollentier. De hele ploeg moest voor Maertens werken omdat die de ene na de andere etappe won en er dus goed verdiend werd. Toen Freddy naar huis was, kon Polleke aan zijn eigen klassement gaan denken. En hoe! Hij versloeg de grote favoriet Francesco Moser in de bergen en hij werd eindwinnaar. Van de ene dag op de andere was de kleine man uit Keiegem een winnaarstype. Nog datzelfde jaar won hij de Ronde van Zwitserland en werd hij nationaal kampioen. In de Tour van 1978 won hij op l’Alpe d’Huez en hij kreeg er de leiderstrui aangetrokken. Hij leek op weg naar de Tourzege, maar eerst moest hij nog naar de dopingcontrole. Hij had een ingenieus slangetjessysteem op zijn lichaam aangebracht, dat begon bij zijn oksel, waarin hij een rubberen bal gevuld met schone urine had verborgen, en dat eindigde onder zijn scrotum. Het vereist enige handigheid om aldus een flesje vol te piesen en Pollentier wrong zich in allerlei bochten om dat voor elkaar te krijgen. De toeziende arts vertrouwde het niet en trok hem onverhoeds de kleren van het lijf. De bedrieger werd genadeloos ontmaskerd en direct van verdere deelname uitgesloten. Heel België was in rouw en in het radioprogramma Cursief van de KRO, hield Gerard Cox een prachtige conference over Polleke, die na het winnen van de Omloop van Jezuseyk de urine van zijn zwangere zuster inleverde. De Tour van 1978 is voor Pollentier de uitgelezen kans op eeuwige roem geweest, maar hij heeft dat zelf verprutst. Hij won daarna nog de Ronde van Vlaanderen en hij werd een keer tweede en een keer derde in de Vuelta, maar zijn grote tijd was voorbij. Hij leeft in de herinnering voort als de man van de peer en als de renner met de lelijkste rijstijl ooit vertoond. Er zijn renners die als een god op de fiets zitten, maar bij Pollentier was daar geen sprake van. Met zijn zigzaggende stijl waarbij alles aan zijn kleine lichaam bewoog, maakte hij veel meer meters dan de rest en hij zou nog meer gewonnen hebben als hij gewoon zijn lijn had gehouden. Maar een rijstijl veranderen gaat altijd ten koste van het resultaat. Peer of geen peer! (Foto: © Cor Vos)

De andere op 13 februari geborenen zijn:

BOONS, Jos (1943, overleden 15.12.2000, België)
WULP, Tinus van de (1904, overleden 19.06.1979, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 12 februari 2007 23:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web