Gerrit Visser, wielerman met een geheim …

De Rotterdammer Gerrit Visser (1912-1986) is geen wielrenner van naam geweest. Hij was alleen maar wielrenner geworden toen in de Tweede Wereldoorlog beroepsrenners vrijgesteld waren van tewerkstelling in Duitsland.

Hij reed af en toe een koersje, werd vaak als eerste gelost en verder mocht het geen naam hebben. Hij hield er wel een netwerk aan over.

De Belgische coureur Léon Theerling kwam daarin voor en toen hij die kort na de oorlog weer eens tegenkwam in een café in Antwerpen, vroeg Theerling of hij kon masseren. Visser was op dat moment zonder werk en loog dat hij een uitstekende masseur was.

Voor hij het wist stapte hij met een paar coureurs in Marseille op de veerboot naar Noord-Afrika om in de Ronde van Algerije als soigneur van de fabrieksploeg van het fietsenmerk Terrot de renners te verzorgen.

Hij sloeg zich er doorheen en terug in Rotterdam wist hij een boekje op de kop te tikken over sportmassage. Door een ontmoeting met de Luxemburgse renner Jean Kirchen werd hij soigneur bij de selectie van het kleinste Benelux-land. Van het een kwam het ander en in 1957 was hij soigneur van Helyett, de Franse ploeg van Jacques Anquetil die dat jaar voor het eerst de Tour won.

Visser was een braniemannetje, een praatjesmaker, vond Wout Verhoeven, die in Rotterdam een racespeciaalzaak had. Daar kwam Visser in de wintermaanden wel eens een praatje maken. Hoofdzakelijk om op te scheppen wie hij in de Franse wielerwereld allemaal kende.

Om dat uit te testen vroeg Verhoeven op een keer of hij bij zo’n Franse ploeg geen goed woordje kon doen voor Jo de Haan, een jonge renner die nergens aan de bak kwam. Net zo min als een hele lichting ander wielertalent dat in Nederland klaar stond voor een overgang naar de profs en het liefst bij een buitenlandse ploeg zijn droom wilde waarmaken.

Tot verbazing van Verhoeven liet Visser kort daarna weten dat De Haan zich kon melden bij Raymond Louviot, de ploegleider van de Helyett-ploeg. De Haan deed het goed, won in 1960 Parijs-Tours en een hele rits andere Nederlandse jonkies volgden op voorspraak van Visser in het spoor van De Haan naar Frankrijk.

Visser werd hun manager, lulde ze overal naar binnen en vroeg een percentage van hun eerste jaarsalaris. Dat was drie keer niks, en het percentage dus helemaal niks, maar het was een andere tijd.

Ze werden allemaal knecht, behalve ene Jan Janssen die geen genoegen nam met een ondergeschikte rol en kopman wilde worden. Toen hij waarmaakte wat hij voorspelde ging men anders tegen Ome Gerrit aankijken.

Hij werd toen alom als de man gezien, die ons land als wielernatie, na de bloeiperiode van Kees Pellenaars, opnieuw had uitgevonden. Dankzij hem telden we weer mee. Dat was natuurlijk iets te veel eer, want hij had alleen het netwerk, sprak een mondje Frans en was vol met vaderlijke gevoelens begaan met het lot van zoveel wielertalent.

Een jaar of tien geleden, hij was toen al lang overleden, ben ik eens op zoek gegaan naar zijn roots en in gesprekken met Wout Verhoeven en enkele neven van hem kon ik zijn leven enigszins reconstrueren. Van een van die neven kreeg ik een doos te leen uit zijn nalatenschap. Een doos vol medailles, zoals die man dat noemde.

Het waren in feite accreditaties van de Tour de France, WK’s en andere grote wielerwedstrijden. Nu krijg je een kaart om je nek of een polsbandje, maar toen droeg je een soort broche waardoor je herkenbaar was en overal door kon lopen.

Er zaten ook twee legitimatiebewijzen in, de één uitgegeven door de Raad van Verzet te Rotterdam en de ander door de Nederlandse Comité van Oud-Illegalen. Op het laatste staat een tekst die een heel ander beeld van Gerrit Visser geeft dan menigeen verwacht zou hebben.

Die tekst luidt: ‘De leden der voormalige erkende verzetsorganisaties, militaire en burgerlijke autoriteiten worden verzocht, de houder van deze legitimatie zo veel als in hun vermogen is te helpen, wanneer een beroep op hen wordt gedaan.’

Met andere woorden Ome Gerrit is in de Tweede Wereldoorlog, behalve een bedroevende wielrenner, een dapper man geweest, die met dit bewijs voor de rest van zijn leven erkentelijkheid werd geschonken.

De Rotterdammer had het hart op de tong, snoefde altijd over zijn betekenis voor de wielersport en wie hij allemaal niet naar een grote Franse ploeg had gebracht, maar over dit bewijs van respect heeft hij nooit met een woord gerept. Ook zijn familie wist het niet.

Ik vind het gepast om op deze dag waarop we onze doden uit de Tweede Wereldoorlog herdenken, aandacht te besteden aan een wielerman die in die donkere jaren in verzet kwam en wellicht dodelijke slachtoffers heeft helpen voorkomen.

Foto’s: archief familie Visser

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2016 14:00

Gerrit Visser

Dag Fred, Ik ben al een paar jaar (van tijd tot tijd) bezig het verhaal van Gerrit Visser in kaart te brengen. Ik vroeg aan Hans van Houdt naar zijn personalia en hij verwees me naar jouw blog met jouw verhaal over hem. Hij gaf me zijn geboortejaar en ook in jouw verhaal is hij geboren in 1912. Leuk stuk in ieder geval. In dat jaar is echter in Rotterdam geen Gerrit Visser geboren. Er is wel een Gerrit Visser geboren op 16 juli 1915. Ik zou graag jouw bron controleren. Mogelijk kun jij uitsluitsel geven? Verrassend is ook dat de (rode) legitimatie ondertekend is door Dr. M. H. A. van der Valk. Dat was een predikant o.a. in Hillegersberg (en in de verte nog familie van me; vandaar dat zijn naam me opviel) met een bijzonder levensverhaal, maar dat is hier niet van belang. Verder vroeg ik aan Hans van Houdt of hij de overlijdensdatum en plaats wist van Janus van Herpen, jou vast ook wel bekend. Hij wist het niet, jij misschien? Hoor graag van je.
Geplaatst door Jan van Hees, 09 september 2016 19:32:22

Gerrit Visser

Beste Fred,

Toevallig keek ik zojuist naar het programma "Andere tijden sport" over de wielerploeg van Kees Pellenaars en ging toen op zoek naar mijn oom's geschiedenis, daarbij kwam ik op jouw slogblog. Leuk om dit stukje te lezen over mijn favoriete oom. Hij is niet geboren in Rotterdam maar voor zover ik weet in Puttershoek. Waar zijn ouders een boerderijtje hadden. Later zijn ze verhuisd naar Rotterdam. Ook had hij veel contact met de vader van Kees Verkerk die een cafe in Puttershoek runde en wij kwamen dan ook wel af en toe in hun cafe. Ook weet ik nog dat mijn oom Kees Verkerk masseerde als hij moest schaatsen.
Geplaatst door Marjolijn Koot-Visser, 14 juli 2019 23:47:12

Gerrit Visser-Charly Gaul-Tim Krabbé

Charly Gaul heeft een Tour en een Giro gewonnen door te profiteren van uiterst slechte weersomstandigheden. Gerrit Visser was de soigneur van Charly Gaul. Onderstaand stukje uit "de Renner" van Tim Krabbé

Charly Gaul en zuurstofopname
Ik denk dat Gaul in dit weer net zo leed als anderen, maar dat hij het lekkerder vond. Daarom kon hij natuurlijk ook goed klimmen. Misschien was hij alleen gelukkig als hem pijn gedaan werd, misschien stamt hij uit een geslacht dat langzamer had geleefd en dat nog dichter bij natuurgeweld stond.
Ik ben naar Gaul’s oude soigneur Gerrit Visser gegaan om dat uit te zoeken.
“Reed Gaul zo goed bij slecht weer omdat hij afzien lekker vond?”
“Nou …bij slecht weer komt er veel zuurstof vrij.”
“Maar bliksem en hagel bijvoorbeeld, leefde hij dan niet op.”
“Zeker! Want zie je, hij kon enorm veel zuurstof opnemen.”
“Aha, Aha Was het iemand die zich zelf graag wilde geselen
“Ja… maar zuurstof speelde toch ook een grote rol. Zuurstof! Want Gaul nam meer zuurstof op dan een ander, dus bij slecht weer…”
“Maar had u nooit de indruk, dat regen en hagel en zo hem een soort kracht gaf?”
“Absoluut! Want dan was er meer zuurstof in de lucht.”
Geplaatst door Piet van der Meer, 15 juli 2019 14:05:37

Jean Stablinski

Waar vond men oprechter trouw dan tussen . . . .

De meest trouwe knecht (meesterknecht, wegkapitein) in de wielergeschiedenis is ongetwijfeld Jean Stablinsky. Hij fietste meer dan tien seizoenen aan de zijde van het fenomeen Anquetil. Anquetil heeft tussen 1957 en 1966 acht keer de Tour gereden en acht keer stond (reed ) Stablinski aan zijn zijde. Anquetil startte niet in 1960 en 1965, Stablinski ook niet. Anquetil startte zes keer in de Giro, alleen in 1964 was Stablinski niet van de partij, waarschijnlijk vanwege een blessure. In de Vuelta is Anquetil twee keer van start gegaan en uiteraard beide keren reed Stablinski ook mee.

De beruchte passage in Parijs-Roubaix van het Bos Wallers-Arenberg is dankzij een tip van Stablinski sinds 1968 opgenomen in het parkoer. Stablinsky heeft enige jaren gewerkt in de kolenmijn van Arenberg en kende de weg,

Het WK 1962 op de weg was inderdaad het eerste weg WK welke live op tv kwam. De Ier Elliot en de Fransman Stablinski waren ploegmaten van elkaar in het team van Anquetil. Elliot heeft zeker meegewerkt aan de titel van Stablinski en zal daar ook wel betaald voor geweest zijn. Ik weet niet of dat onder omkoping valt. Huub Zilverberg, rijdend in dienst van de geblesseerde Rik Van Looy, kreeg op het eind van de titelstrijd groen licht van Van Looy om voor eigen kans te gaan en werd nog zesde.
Voor 1962 zijn er wel meer tv uitzendingen geweest van wielerwedstrijden. De eerste keer dat ik een live uitzending zag van wielrennen op de weg was de elfde etappe in de Tour van 1960 van Pau naar Luchon, gewonnen door Kurt Gimmi. De Zwitser Gimmi reed een solo van meer dan 60 km en kennelijk was er maar één camera, want gedurende anderhalf uur was alleen Gimmi in beeld. De achttiende etappe van de Tour werd eveneens uitgezondent. Nu was het Manzaneque die met een solo bezig was en dus was de hele uitzending alleen Manzaneque te zien. Milaan-San Remo 1961 kwam ook live op tv. Na een spectaculaire finale bleef Poulidor net aan het sprintend peloton voor, tweede was Rik van Looy. In mijn herinnering waren het wel goede (zwart-wit) beelden.
Geplaatst door Piet van der Meer, 22 juli 2019 17:12:45

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web