De jarige van vandaag …

Ik hoorde voor het eerst van Gastone Nencini toen hij in 1953 in het Zwitserse Lugano tweede werd bij het WK op de weg voor amateurs. Achter zijn landgenoot Ricardo Filippi. Die werd direct uitgeroepen tot de toekomstige opvolger van Fausto Coppi, die een dag later op waarlijk indrukwekkende wijze wereldkampioen werd bij de profs.

Samen wonnen de twee wereldkampioenen vervolgens de Trofeo Baracchi, een prestatie die ze in de twee jaar daarna zouden herhalen. Voor Nencini was veel minder aandacht, hoewel hij wel direct werd ingelijfd door Legnano, de sterkste ploeg in Italië.

Van Filippi is niet zo veel meer vernomen, maar Nencini ontwikkelde zich tot een van de beste ronderenners van zijn tijd. In 1955 werd hij al derde in de Giro en een jaar later debuteerde hij in de Tour met een etappezege en een 22ste plaats in het eindklassement.

Weer een jaar later in 1957 won hij de Ronde van Italië voor Louison Bobet, Ercole Baldini, Charly Gaul en Rafaël Geminiani. Dat waren niet de minsten in die tijd.

In die Giro was hij de initiatiefnemer van het 'Offensief van Ospidaletto'. Gaul was netjes achter een boom een plasje aan het doen toen Nencini vol gas gaf en het peloton direct achter hem aan raasde. De Luxemburger verloor minuten en was gelijk uitgeschakeld voor de eindzege, maar hiel er wel de bijnaam Monsieur Pipi aan over.

Dat was tegen de toenmalige gedragscode van het peloton, maar twee jaar eerder in de Giro van 1955 was De Leeuw van Mugello iets dergelijks overkomen. Hij reed lek reed en de ploegen van Coppi en Magni de handen ineensloegen om die gevaarlijke nieuwkomer op grote achterstand te rijden. (zie video)

In 1960 werd hij nog niet in staat geacht de Tour te winnen. De Fransman Roger Rivière was de grote favoriet en verder stonden ook de Spanjaard Federico Bahamontes (de winnaar van een jaar eerder) en de Belgen Jean Brankart en Jan Adriaenssens als favoriet aan het vertrek.

Plus de Duitser Hennes Junkermann die kort daarvoor op grootse wijze de Ronde van Zwitserland had gewonnen en vooral in het hooggebergte indruk had gemaakt.

Al in de zesde etappe ging Rivière in de aanval. Nencini reageerde attent en ook Adriaenssens muiste mee. Junkermann sloot als laatste aan. Met bijna dertien minuten voorsprong passeerden de vier de streep in Lorient.

Rivière won de etappe, Adriaenssen mocht het geel aantrekken en Junkermann steeg naar de vierde plaats in het klassement. Hij werd gelijk als een kandidaat voor de eindzege gezien.

Maar het kwam er niet van, want de Duitser was de kopman van een B-ploeg met maar zeven landgenoten, waarvan er vijf Parijs niet zouden halen. Een uiterst zwakke ploeg in vergelijking met de sterke  twaalfmans formaties van de Fransen, de Italianen en de Belgen.

Na het uitvallen van Rivière rekenden alle Tourvolgers erop dat Junkermann zou aanvallen, maar dat gebeurde niet. Als hij het al zou kunnen, dan kon hij de gele trui met zijn ploeg nooit verdedigen. Daarom bleef hij in het verdere verloop van de Tour passief volgen om als vierde in Parijs aan te komen. Een verbond met Nencini is nooit aangetoond maar was niet denkbeeldig.

Nencini werd in het Parc des Princes uitbundig gehuldigd als de winnaar van de 47ste Ronde van Frankrijk. Naast hem stonden zijn landgenoot Graziano Battistini als tweede en Jan Adriaenssens als derde. Het was een mooi gebaar van Nencini toen hij het enorme boeket van de overwinnaar na de huldiging direct overhandigde aan Marcel Bidot, de ploegleider van de onfortuinlijke Roger Rivière.

Het was de eerste keer dat ik iets van de Tour de France op televisie zag. Bij een vriend thuis op een klein bibberig zwart/wit beeldje. Zouden Tourminnende jongens van nu beseffen in welk een bevoorrechte tijd ze leven?

Nencini was een goede klimmer, maar is vooral in de herinnering gebleven als de beste daler van zijn tijd. Het was Geminiani die ooit zei: “Nencini proberen te volgen staat gelijk aan zelfmoord.” Rivière kon er van meepraten.

Na zijn Tourzege werden de prestaties van Il Leone del Mugello steeds minder. Hij stopte op 35-jarige leeftijd en overleed vijftien jaar later aan maagkanker. Nog maar vijftig jaar oud.



Door Fred van Slogteren, 1 maart 2016 9:00

Gastone Nencini

De Tour van 1960 was mijn eerste Tour, die ik als jongen van 13 jaar elke dag via de radio, met verslaggever Dick van Rijn, volgde. Al in de eerste (halve) etappe van Rijssel naar Brussel trok Nencini ten aanval. Een etappe die Martin van der Borgh had moeten winnen. In die etappe verloor Rivière 2 minuten 11 seconden op zijn grote rivaal Nencini. Een achterstand die hij niet meer zou overbruggen. Eén van de ploegmaten van Junkermann was Manfred Donike, later bekend als de dopingbestrijder prof. Manfred Donike.
Geplaatst door Piet van der Meer, 01 maart 2016 10:41:42

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web