Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

Een van de pronkstukken in mijn kleine privé-museum in Rotterdam-Zuid is deze groene baanfiets, met de merknaam Cycles Bontekoe, type Super Course. Met een bracketgroep van BSA. Die fiets heeft namelijk toebehoord aan Gerrit Bontekoe junior. Dat impliceert dat er ook een Bontekoe senior heeft bestaan en van die bezit ik de complete prijzenkast. Plus de ingelijste foto van deze vooroorlogse baansprinter die zijn meeste roem echter vergaarde als stuurman op de tandem.

Junior kon als renner niet in de schaduw staan van zijn vader, hoewel hij vlak na de oorlog als amateur op de baan en in de criteriums niet voor spek en bonen reed. In de eerste naoorlogse edities van de Ronde van Capitol, in het Haagse stadsdeel Loosduinen, was hij zelfs de held van het publiek. Iedereen moedigde hem aan, maar dat kwam omdat zijn rijwielzaak op de Loosduinseweg aan het parcours lag. De tijd die die zaak opeiste was een van de redenen waarom zijn wielerprestaties bescheiden zijn gebleven.

Junior, die in 1998 is overleden, was er in de eerste naoorlogse jaren wel altijd bij als de NWU (de K zou er pas in 1953 bijkomen) renners uitzond naar de toernooien van de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen. Niet als deelnemer maar als mecanicien, want hij was een geweldige vakman.

Die racespeciaalzaak is door zijn vader (foto) opgericht, nadat die in 1930 zijn wielerloopbaan had beëindigd. Hij had er eigenlijk het geld niet voor, maar twee trainingsmaten van hem leenden hem het benodigde startkapitaal. Dat waren Gerard Leene en Piet Moeskops, die als internationale topsprinters geld genoeg hadden om hun vriend, wiens profloopbaan minder fortuinlijk was verlopen, uit de brand te helpen.

De zaak bestaat nog steeds en ik heb er als verzamelaar van antieke racefietsen op de zolder heel wat moois gevonden, dat na restauratie nu in mijn museum staat.

De racespeciaalzaak Bontekoe is nu al weer vele jaren in handen van de derde generatie en de twee kleinzonen van de oprichter noem ik altijd ‘De Jongens van Bontekoe’ naar het beroemde boek van Jan Fabricius dat ik in mijn jeugd heb verslonden.

Gerrit Bontekoe senior (1893-1962) was van 1917 tot 1930 beroepsrenner. Een ernstige val op de Amsterdamse stadionbaan maakte een einde aan zijn carrière als populair baanrenner. Op de tandem was hij voor de oorlog met zijn vaste maat Willem van Duin schier onverslaanbaar. Spontaan kregen ze op de Scheveningse wielerbaan de bijnaam ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’, met Bontekoe in de rol van de eerste.

Toentertijd was ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’ de eerste regel van een populair revueliedje en dat werd hartstochtelijk gezongen als de twee Hagenezen de piste in Scheveningen betraden. Die baan had een bijzondere constructie. De latten lagen niet in de lengterichting maar juist dwars, en dat zorgde voor een monotoon ratelend geluid als de renners er op reden.

De oude Bontekoe komt ook meermalen voor in het befaamde boek ‘Te midden der kampioenen’, want hij was de vaste trainingsmaat en vriend van de hoofdpersoon van dat boek, de vijfvoudige wereldkampioen Piet Moeskops.

'De Jongens van Bontekoe' zijn nog steeds trots op Jopie Slim, hun opa, die met hard werken en slim zakendoen een prachtige zaak heeft opgebouwd, waar zij nog steeds hun boterham mee verdienen. Cycles Bontekoe mag dan hun broodwinning zijn, het is mijn snoepwinkel.

Door Fred van Slogteren, 30 november -1 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web