Uit de ordners van Jan

“De Noord-Duitse stad Hannover mag er best zijn. Kreeg al 766 jaar geleden stadsrechten en herbergt tegenwoordig zo'n half miljoen inwoners. Elk jaar wordt er de grootste computerbeurs ter wereld gehouden. En ooit werden er zesdaagsen georganiseerd. Ooit, want de laatste van de in totaal tien edities van de Zesdaagse van Hannover werd al weer 26 jaar geleden verreden. Het begon allemaal in 1913. Vijf koppels met louter Duitsers bestreden elkaar. Willy Lorenz en Karl Saldow waren de winnaars. De eerste wereldoorlog zorgde er voor dat de eerste zesdaagse ook voorlopig de laatste was. Pas in 1950, toen ook de ergste puinhopen van de tweede wereldoorlog waren opgeruimd, werd er weer een zesdaagse in Hannover georganiseerd. Drie landgenoten stonden toen aan het vertrek. Kees Pellenaars werd vijfde, Piet van Kempen zesde en Theo Middelkamp haalde de finish niet. Winnaars waren de vermaarde Duitsers Gustav Kilian en Heinz Vopel (foto).

Later dat jaar togen de coureurs nogmaals naar Hannover. ‘Mooie’ Hugo Koblet en Armin Von Büren wonnen met overmacht. Hugo Koblet, geboren op 21 maart 1925 in Zürich, was een sierlijk atleet. Hij dankte ...

... er zijn bijnaam ‘Pedaleur de charme’ aan. Koblet (foto) was een buitengewoon groot kampioen, die in alle onderdelen van de wielersport tot de uitblinkers behoorde. In 1946 werd hij prof en in deze categorie werd hij acht jaar achtereen achtervolgingskampioen van zijn land. Een wereldtitel zat er echter nooit voor hem in. Op de baan was hij een topattractie. Samen met Von Büren vormde hij een veelgevraagd koppel en ze wonnen samen vele wedstrijden, waaronder zeven zesdaagsen. Met Walter Diggelmann als maat won Koblet eerder ook al twee sixes. Op de weg ontpopte de Zwitser zich als een renner van buitengewoon formaat. Hij was in 1950 de eerste buitenlander, die de Ronde van Italië won en het jaar daarop won hij op meesterlijke wijze de Tour de France. Op 2 november 1964 raakte Koblet bij een zwaar auto-ongeval betrokken. Hij slipte en knalde met zijn wagen tegen een boom en werd vreselijk verminkt naar het ziekenhuis gebracht, waar hij op 6 november aan de gevolgen van het ongeluk is overleden. De geruchten dat het geen ongeval, maar zelfmoord was zijn nooit ontzenuwd.

Op 5 februari 1953 won het Zwitserse sprintkanon Oscar Plattner de Zesdaagse van Hannover met de Duitser Hans Preiskeit als koppelgenoot. Lucien Acou (de schoonvader van Eddy Merckx) werd tweede met een andere grote sprinter als maat. Dat was onze landgenoot Arie van Vliet. Henk Lakeman (foto) werd negende en laatste. Deze Amsterdammer was in zijn tijd bekend als de zingende wielrenner. Vooral in Duitsland was hij populair. Hij reed daar in de jaren vijftig regelmatig zesdaagsen met de Zaankanter Cor Bakker als partner. Tussen de jachten door nam hij iedere avond plaats achter de microfoon om een operette-aria ten gehore te brengen. Lakeman reed in totaal 22 zesdaagsen en was één keer winnaar. Op 12 juni 1952 won hij met Cor Bakker de Zesdaagse van Barcelona.

Tussen 1979 en 1981 werden de drie laatste zesdaagsen in Hannover verreden. In 1979 won het koppel Fritz-Sercu voor het Nederlands/Duitse koppel Pijnen-Schumacher. Het Nederlandse dup Karstens-Venix werd achtste. In 1980 won het Australische koppel Clark-Allan. René Pijnen werd met de Duitser Peffgen vierde Karstens-Venix eindigden dit keer als elfde en laatste. Romann Hermann en Horst Schütz zijn de laatste namen op de erelijst. Dat was in maart 1981. Pijnen kwam met de Belg Vaarten niet verder dan de zesde plaats en Roy Schuiten en Martin Venix werden zevende. De conclusie is dat geen enkele Nederlander de Zesdaagse van Hannover op zijn erelijst heeft staan.

Wat stond er op of rond 5 februari in de kranten.

Kent U hem nog Hans Vonk uit Arnhem? In het seizoen 1981 debuteerde hij bij de profs en dat viel niet mee. Werd wel keurig 15e in de Ruta del Sol, maar in de Ronde van de Middellandse Zee liep hij een voedselvergiftiging op. Door ook nog een flinke griep kwam er van voorseizoen weinig terecht. In de Ronde van Spanje werd hij twee maal derde in een rit en was hij actief in de strijd om de grijze trui voor de tussenprints. Na drie bergritten moest hij totaal uitgeblust afstappen. Aan het eind van het seizoen werd zijn contract bij HB nier verlengd en Vonk stond op straat. Op 5 februari 1982, was hij weer optimistisch in het nieuws toen hij een contract tekende bij AMKO. Hij deelde bij die gelegenheid mee zich te zullen specialiseren op de achtervolging op de baan. Hij had de indruk dat Roy Schuiten en Bert Oosterbosch daar niet zoveel belangstelling meer voor hadden en hij wil graag naar het WK. Maar bovenal wilde Vonk zich bewijzen bij zijn nieuwe werkgever en het in hem gestelde vertrouwen met resultaten belonen.

Op 5 februari 1985 was er weer een ploegvoorstelling, dit keer van de SKIL ploeg. Ploegleider was de Franse burggraaf en oud-renner Jean De Gribaldy en die had een uiterst ambitieus programma opgesteld voor zijn 23 renners. Alle belangrijke eendagswedstrijden en kleine rittenkoersen maar ook de grote ronden van Spanje, Italië en Frankrijk stonden op het proghramma. Kopman was Sean Kelly en hij werd bijgestaan door drie Zwitsers, een Duitser, een Belg, dertien Fransen en ook nog vier Nederlanders. De voorstelling was in Het Turfschip in Breda waar Gerrie Knetemann, Jacques van Meer, Frits Pirard en Jean Habets hun opwachting maakten. Knetemann: ‘Voor mij persoonlijk geldt dat ik alles mag, maar niets hoef. En dat staat me wel aan, trouwens, anders had ik dat contract geeneens getekend.’ Later dat jaar zou de Kneet op legendarische wijze de Amstel Gold Race winnen. De beelden van het interview met Mart Smeets staan menig wielersportliefhebber nog op het netvlies.

Vijf jaar later, op maandag 5 februari 1990, berichtten de kranten over de wereldkampioen veldrijden. De 29-jarige Henk Baars ontsnapte in het Spaanse Getxo in de laatste ronde en werd niet meer ingelopen. Adrie van der Poel, één van de topfavorieten, werd net als vorig jaar tweede. Frank van Bakel maakte het Nederlandse succes compleet met een vierde plaats. En het kon niet op in Spanje, enkele uren voordat Baars op het podium stond, won de 17-jarige Erik Boezewinkel uit Hooglanderveen de regenboogtrui bij de junioren. De middelbare scholier volgde Richard Groenendaal op die de titel een jaar eerder had gewonnen. Ook hier stonden twee landgenoten op het podium, nationaal kampioen Niels van der Steen werd derde. De toen nog voor ons onbekende Belg Vervecken werd op 54 seconden van Boezewinkel zesde. Met de Belg zou het, zoals we vorige week en ook vorig jaar zagen, helemaal goedkomen. Boezewinkel zou de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Zijn amateurloopbaan verliep met vallen en opstaan en zonder grote successen. In 1997 werd hij prof worden, maar ook in die categorie bleven aansprekende resultaten uit, waarna hij in 1999 zijn fiets aan de wilgen hing.

Dan week nr. 6 in de rubriek DE WEEK VAN 1979.

Maandag 5 februari won Patrick Friou de eerste wegwedstrijd van het seizoen. Dat was de GP van St.Paul Lejeune. Een dag later won zijn landgenoot Jean-Louis Gauthier de GP l'Argentiere. Jos Schipper werd hier vijfde.
Op dezelfde dag startte in Fuengirola de Ruta del Sol. Nederlandse resultaten waren er niet, de diverse etappes werden gewonnen door IJsboerke, Thurau, Thurau, Renier, Belda, Jacobs en Saronni. Dietrich Thurau won het eindklassement voor Daniel Willems en Vicente Belda.
Later die week ging ook de Ster van Bessèges van start. Op donderdag 8 februari kon het eerste Nederlandse succes van het seizoen gevierd worden, want Fons van Katwijk (foto) won in Tresques de eerste etappe. Patrick Beon won de tweede rit waar het jongste Katwijkje op 3 minuut 15 werd gereden. Op zaterdag was de derde en laatste rit in Bessèges en daar won Joop Zoetemelk solo. Joop had 19 seconden voorsprong op Pierre Bazzo en 21 op Jacques Michaud. Het peloton had meer dan 2 minuten achterstand. Voor Michaud was dit voldoende om het eindklassement te winnen. Fons van Katwijk werd 7e en Jos Schipper 9e.
Tussendoor won het trio René Pijnen, Albert Fritz en Michel Vaarten de Zesdaagse van Antwerpen. Gerben Karstens werd met de Belgen Demeyer en De Witte vijfde en het Nederlandse trio Van Gerwen-Pirard-Bal zevende.
Tot slot raakte de Belg Bertje Vermeire zijn bronzen WK medaille kwijt, vanwege een positieve plas. Hij zou efedrine genomen hebben. Zeker in de neusdruppels.

Tot slot heb ik de oude doos weer eens omgekeerd met een ploegvoorstelling van 40 jaar geleden. Op woensdag 18 januari 1967 werd in Roermond de amateurploeg van OVIS Roggebrood voorgesteld. Een nieuwe ploeg waarmee het komend seizoen aan vrijwel alle grote amateurkoersen zou worden deelgenomen.
De ploeg bestond uit negen jonge amateurs die onder leiding stonden van de bekende Limburger Sjefke Janssen. De namen van de renners waren: Hay Beurskens, Gijs van Dongen, Michel Evers, Ger Harings, Piet Knubben, John Krekels, Mathieu Ramaekers, John Schepers en Jan Spetgens. Spetgens is vorige week woensdag 60 jaar geworden en won in 1969 de Omloop van de Baronie en in 1972 de Omloop van de Kempen. In 1971 won hij zilver bij het NK veldrijden. Ger Harings was met zijn broers Huub en Jan nog te bewonderen in het januarinummer van Wieler Magazine. Harings was ook een prima crosser en was in 1966 zelfs nationaal kampioen. Hij was tussen 1969 en 1976 een modale prof met Caballero en Goudsmit Hoff als meest aansprekende ploegen. Broer Huub, was net als Jan Spetgens vorige week woensdag jarig (hij werd 68), won zelfs 4 Nederlandse kampioenstruien in het veld. Hij was prof tussen 1965 en 1971. De derde broer, Jan, was prof tussen 1967 en 1970. Deze Harings was de beste wegrenner van de drie met een ritzege in de Ronde van Spanje 1967 als meest aansprekende zege.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


Door Fred van Slogteren, 5 februari 2007 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web