De Burgerlijke Stand van 3 februari.

Hennie KUIPER (1949, Nederland)

Grote wielrenners hebben niet alleen aan hun ontwikkeling als atleet gewerkt, maar ook aan hun persoonlijkheid. Een mens is een verzameling van botten, vlees en spieren, maar er moet de bezieling zijn om dat lijf aan te sturen. Hennie heeft zich als atleet en als mens fantastisch ontwikkeld. Hij heeft zijn tekortkomingen overwonnen en zijn sterke punten geoptimaliseerd. Zo heeft hij een fantastische carrière gerealiseerd met vele hoogtepunten. Hij koos zijn wedstrijden uit en bereidde zich daar zo op voor dat hij vaak als een zombie aan de start stond. Strijdplan in het hoofd, voor duizend procent geconcentreerd en ver weg van de rest van de wereld. Zo won Kuiper zijn koersen en hij werd er om bewonderd. Behalve die ene keer bij de Olympische Spelen in München in 1972. Na de afschuwelijke moord door Palestijnse terroristen op Israëlische sporters verkeerde de hele sportwereld in verwarring. De lol was er af en verschillende atleten verlieten het Olympisch dorp en gingen naar huis. Voor Hennie Kuiper was dat geen optie. Hij was in München ... 

... om Olympisch kampioen te worden en hij was zo geconcentreerd dat hij weer mijlenver van het dagelijkse gebeuren af stond. Hij slaagde in zijn opzet maar hem viel hoon ten deel. Er kleefde bloed aan zijn medaille, werd gezegd. En toen toonde Hennie dat hij het beter begreep dan veel anderen. Er zijn dingen die een eenvoudige sporter niet kan veranderen. De strijd in het Midden Oosten gaat nog steeds door en dat zou ook zo zijn geweest als Hennie demonstratief naar huis was gegaan. Het leven gaat door, wordt bij iedere begrafenis gezegd. De timmerlieden timmeren, de boeren dorsen en de wielrenners fietsen. En zo is het of we dat nou altijd leuk vinden of niet. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Stan OCKERS (1920, overleden 01.10.1956, België)

De overeenkomst tussen Hennie Kuiper en Stan Ockers is dat beide renners twee keer als tweede in de Tour de France zijn geëindigd. Een andere overeenkomst is dat ze allebei razend populair waren. Maar er zijn ook verschillen. Kuiper was een aanvaller, terwijl Ockers bekend stond als een groot rekenmeester. Geen trap teveel en optimaal profiteren van de arbeid van anderen. Stanneke Ockers uit Borgerhout was in de jaren na de tweede wereldoorlog, samen met Rik Van Steenbergen en Briek Schotte, het gezicht van het Belgische wielrennen, dat in die tijd wereldtop was. Frankrijk, Italië en België waren de wielergrootmachten en Nederland, Zwitserland en ook Spanje bleven daar ver bij achter. Ockers was een groot renner omdat hij een talent met fysieke tekortkomingen was, die dat met veel tactisch inzicht compenseerde. Hij was een goede ronderenner omdat hij het vermogen had in een lange ronde op hetzelfde niveau te blijven, terwijl alle anderen minder werden. Hij won weinig, maar hij zat er altijd bij door slim te koersen. Hij wist altijd welke ontsnapping de juiste was en daar heeft hij zich zelden in vergist. Verder was hij allround, hij kon klimmen, dalen en tijdrijden als de beste en ook nog een sprintje winnen. Maar zijn grote kracht was zijn koers afstemmen op anderen. Hij had een café in Borgerhout en hij liet zich daar regelmatig zien. Hij verzorgde ook zijn PR uitstekend en werkte geconcentreerd aan zijn populariteit, omdat hij het effect van zijn daden goed kende. Zijn tragische dood door een val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis droeg enorm bij aan de legendevorming rond zijn persoon. Zijn uitvaart was die van een vorst. Zo imposant is geen enkele wielergrote ten grave gedragen. De kleine Sinjoor was niet meer en heel Antwerpen was in rouw. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 3 februari geborenen zijn:

BALEMANS, Theo (1910, overleden 08.12.1976, België)
DESMET, Gilbert I (1931, België)
ROSSIGNOLI, Francesco (1963, Italië)
VAN SLYCKE, Rik (1963, België)

Door Fred van Slogteren, 3 februari 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web