Uit de ordners van Jan …

Ik wil met mijn laatste bijdrage van het jaar afsluiten met ‘Het Grote Eddy Merckx Interview’, dat in april vorig jaar werd gepubliceerd in het populaire Belgische tijdschrift HUMO. Waarom? Afgelopen juni werd de grootste wielrenner aller tijden zeventig jaar, waardoor hij onder veel meer op de Belgische televisie werd geëerd met een prachtige reeks documentaires gemaakt door Karl Vannieuwkerke. Er verscheen voorts de zoveelste biografie van De Kannibaal en als eerbetoon deed de Tourorganisatie er nog een schepje bovenop door de Tourkaravaan door zijn geboortedorp Meensel-Kiezegem te sturen. Maar bovenal besteed ik er vandaag aandacht aan omdat Eddy Merckx ... 
... mijn grote held is geweest, de ultieme wielrenner met de langste erelijst uit de wielergeschiedenis.   
Ik citeer hier en daar wat vragen en antwoorden uit het interview. Op de vraag of hij snel door had dat hij aanleg had voor de wielersport, antwoordde d’n Eddy: “In mijn eerste jaar werd ik van het kastje naar de muur gereden. Ik heb daarna de hele winter op de piste gereden. Wel, in mijn tweede seizoen won ik koers na koers. De piste is de beste leerschool. Je krijgt er stuurvaardigheid, snelheid en inhoud van. Ze zouden elke jonge renner moeten verplichten op de piste te rijden.
Favoriete koers
Merckx won op één na alle klassiekers één of meer keren, maar zijn favoriete klassieker was toch La Doyenne, ofwel Luik-Bastenaken-Luik. Hij won de Ardennenklassieker maar liefst vijf keer, maar dat hadden er volgens Merckx niet meer kunnen zijn, want de factor geluk speelt in deze koers een ondergeschikte rol. “Ik reed La Doyenne heel graag. Het is een prachtig landschap, aantrekkelijke hellingen en goede wegen.”
Onzekerheid  
In twee recent verschenen Britse biografieën wordt beweerd dat een permanente onzekerheid Merckx zo groot maakte. Merckx kan dat beamen. “Die onzekerheid is er gekomen na mijn val op de wielerbaan van Blois in 1969. Ik was toen 24 jaar en het was normaal geweest als ik nog had verbeterd. Maar vanaf dan gingen mijn prestaties achteruit. Nooit klom ik nog als voordien. In 1969 won ik de Tour met bijna achttien minuten voorsprong, logischerwijs had ik het in het jaar erop beter moeten doen. Het is achteraf de grootste voorsprong geweest van al mijn vijf Tourzeges.”   
Geld
Op de vraag of geld ooit een drijfveer voor hem is geweest zegt Merckx: “Nee, want dan had ik veel vaker de Vuelta gereden. Voor mij telden alleen de Giro en de Tour.” Dat hij de grootste wielrenner aller tijden is geworden, dankt hij volgens hem aan zijn vader, omdat diens strenge opvoeding hem heeft gehard. De relatie met zijn vader liep niet altijd van een leien dakje, laat hij weten, want: “Ik heb van mijn vader meer slaag gekregen dan eten. Maar ik verdiende het. Ik was als jonge gast een speelvogel.” 
Karakter van vader
Zodra Eddy begon te koersen keerde het tij echter. “Eindelijk deed ik iets goed.” Vader Merckx heeft hem de principes van het leven bijgebracht. Ondanks de vele pakken slaag die hij kreeg, denkt hij dan ook nog dikwijls met weemoed terug aan zijn vader die al 33 jaar dood is. “Hij was een harde werker: werkte dag en nacht in zijn winkel en had een ijzeren karakter. Dat karakter heb ik van mijn vader meegekregen.” 
Van alle Belgen
Merckx is in zijn vaderland ook vaak onderwerp geweest van kritiek. Hij is een Vlaming van geboorte, maar groeide tweetalig op in het Brusselse. Toen hij in het huwelijk trad met Claudine Acou en de plechtigheid in de Franse taal werd voltrokken, was in Vlaanderen het huis te klein. Maar tijdens zijn sportieve hoogtepunten was hij van alle Belgen. Van een splitsing wil hij dan ook niets weten. “Ik ben er zeker van dat als het erop aankomt, maar een minderheid België wil splitsen.”
Vuurwerk
Dit was mijn laatste bijdrage in 2015. Op maandag 4 januari 2016 ga ik gewoon weer door met mijn wekelijkse rondleiding in het theater van het wielersentiment. Er zitten nog voldoende leuke tijdschriften uit een ver en minder ver verleden in mijn ordners om met jullie te delen. Ik wens iedereen een heel goede jaarwisseling en alle goeds voor 2016. Dat het een jaar mag worden met veel Nederlands vuurwerk, met winnaars in plaats van slachtoffers. 
Tot slot nog een gedicht uit 1973, geschreven door de heer A. Visser, vele jaren de vaste  huisdichter van het blad Wielersport.
Tussen Kerstmis en Nieuwjaar,
gaan we ons bezinnen.
Willen – beter dan dit jaar – 
straks weer herbeginnen.
Want dit tijdperk donker kort,
’t valt niet te ontveinzen,
is geen tijd voor de wielersport
maar voor overpeinzen.
Nu geen demarrages meer,
even geen motoren.
Tussen Kerstmis en Nieuwjaar
denken wij terug aan … toen.
Met een knipoog naar elkaar
en ’t nieuwe wielersportseizoen.
Tot volgend jaar!
Jan Houterman
Door Fred van Slogteren, 28 december 2015 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web