Uit de stalling van Peter R. de Fiets

© T&T Tekst & Traffic

“Ik mag me gelukkig prijzen de BSA baanfiets van Gerrit Bontekoe junior in bezit te hebben, samen met de complete prijzenkast van zijn vader Gerrit Bontekoe senior (1893-1962). Junior was een goede renner die net na de tweede wereldoorlog vooral op de baan uitblonk. Senior was een kleurrijk figuur die van 1917 tot 1930 beroepsrenner was. Een ernstige val in Amsterdam maakte een einde aan zijn wielerloopbaan. Senior was in die tijd met zijn vaste tandemmaat Willem van Duin schier onverslaanbaar. Spontaan kregen ze op de Scheveningse dwarslattenbaan de bijnaam ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’, met Bontekoe in de rol van de eerste. Toentertijd was ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’ de eerste regel van een populair revueliedje en dat werd hartstochtelijk gezongen als de twee Hagenaars de baan betraden. De baan van Scheveningen had een bijzondere constructie. De latten lagen niet in de lengterichting maar juist dwars, en dat zorgde voor een monotoon ratelend geluid als de renners er op reden. Gerrit Bontekoe senior komt ook meermalen voor in ...

... het befaamde boek ‘Te midden der kampioenen’, want hij was de vaste trainingsmaat en vriend van de vijfvoudig wereldkampioen Piet Moeskops. Op een recentelijk op deze slogblog besproken affiche uit het museum van Hans staat de naam Bontekoe vermeld bij het veteranennummer, samen met Guus Schilling, Jan Tulleken, Gerrit van Vliet en anderen. De oude Bontekoe vertelde over die wedstrijd nog jarenlang een leuke anekdote. Als kwajongen had hij de wedstrijden op de Scheveningse baan alleen maar kunnen zien vanuit een boom waar hij in geklommen was. Hij had namelijk geen geld voor een toegangskaartje. Toen hij in 1935 naar de bovengenoemde wedstrijd ging en met de auto bij de stadionbaan in Amsterdam arriveerde, zag hij in de ogen van de jonge knapen die bij de toegangspoort stonden het vurige verlangen om gratis het stadion binnen te komen. Bontekoe herkende dat gevoel en hij deelde de jongens mee dat hij treuzelend de poort zou passeren, waardoor ze ongezien binnen konden glippen.
‘Grasin’ was een bekende kreet van hem. Als hij tijdens de training of een wedstrijd een afloper kreeg, dan stuurde hij onder het herhaaldelijk uitroepen van die kreet naar het middenterrein om daar in het gras te belanden. Dat was komisch, want er was destijds een beroemde Franse stayer die Grassin heette, maar die naam werd hier op zijn Nederlands uitgesproken. Nadat hij met wielrennen was gestopt stapte de oude Gerrit over op de duivensport, waarin hij het tot keurmeester van sierduiven schopte.
In de zomermaanden rij ik regelmatig met het gezin naar Ter Heide, een kleine badplaats nabij Scheveningen. Als vrouw en dochters op het strand zijn geïnstalleerd, zeg ik meestal: ‘even bij de jongens van Bontekoe kijken’. Ik ga dan op de racefiets naar de Loosduinseweg in Den Haag, waar sinds jaar en dag de rijwielzaak van Bontekoe is gevestigd. Ter Heide is niet groot, maar het heeft een groots verleden. De beroemde admiraal Tromp liet hier het leven bij de grote zeeslag tegen de Engelsen in 1653 en dat speelt dan in mijn hoofd als ik naar de jongens van Bontekoe fiets. Een link met Tromp want ‘De jongens van Bontekoe’ is de titel van het befaamde boek van Johan Fabricius, waarin de avonturen van scheepsjongens uit de tijd van Tromp beschreven worden. In dat boek staat ook vermeld hoe een paar duiven worden afgeschoten en in het vet van een waterschildpad worden gebraden. Als toegewijd keurmeester ven sierduiven zal de oude Gerrit Bontekoe zeker hebben ontkend dat die scheepsjongens zijn voorvaderen waren. Zijn nazaten zijn er echter trots op de kleinzonen te zijn van Jopie Slim, want met hard werken en slim zakendoen bouwde opa een prachtige zaak op, waarin zij nog steeds actief zijn. Cycles Bontekoe, mijn snoepwinkel.

Tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web