Huub Sijen, meer dan een talent

Wat heb ik zitten kwijlen en mijmeren bij die foto van de Drie Musketiers uit Zuid-Limburg, die Fred op 20 oktober plaatste in zijn rubriek ‘Herinneringen bij een foto’. Het is dan ook heel bijzonder dat drie wielerprofs, die ‘op een zakdoek’ in Maastricht en naaste omgeving bij elkaar in de buurt woonden, liefst de helft van de vaderlandse ploeg vormden die mocht aantreden voor het WK van 1948 in Valkenburg. Na twee jaar eerder ook al gedrieën vijftig procent van de Nederlandse équipe in de Ronde van Spanje te hebben gevormd. Lambrichs werd daarin derde en had zonder ... 
... doodsbedreigingen die Vuelta ook best kunnen winnen. 
Zeven jaar eerder had diezelfde Lambrichs al een puike prestatie geleverd in de Tour de France. Pas twee dagen voor de aankomst in Parijs was hij van plaats vijf naar acht gezakt doordat ploegleider Joris van den Bergh hem in de tijdrit niet had geïnformeerd over de stand van zaken. Jefke Janssen was op de Cauberg twee maal wegkampioen van Nederland (1947 en 1949) en was in het WK van 1947 nabij Reims niet alleen de man aan wie Theo Middelkamp voor een belangrijk deel de regenboogtrui te danken had, maar ook nog eens derde werd in de uitslag. 
Twee keer nationaal kampioen
Van Huub Sijen weten veel wielermensen echter stukken minder. Ook ik heb hem helaas nooit zien rijden, in tegenstelling tot Janssen en Lambrichs, maar juist daarom boeit die man me zo. En fietsen kon hij, want feiten en uitslagen jokken niet. De op 21 november 1918 in Maastricht geboren klimmer won bijvoorbeeld al op achttienjarige leeftijd de nationale wegtitel bij de onafhankelijken, een categorie die het mogelijk maakte zowel aan koersen voor profs als voor amateurs deel te nemen. Dat dit succes geen uitschieter was, toonde hij een jaar later op dezelfde Cauberg. Wederom landskampioen. 
In de afzink van de Aubisque
Tijd om over te stappen naar de beroepsrenners. In 1939 al, nog maar twintig jaar jong, werd hij als neo-prof tweede in de Waalse Pijl (toen nog zonder aankomst op de Muur van Huy) achter de Belg Edmond Delathouwer en 24ste in Parijs-Roubaix. Kort daarop volgde zijn Tourdebuut. In rit negen, Pau-Toulouse over 311 km. (spoelt u maar!), sloeg het noodlot toe. In de afzink van de Aubisque, toen nog een grindweg, knalde een auto hem tegen de vlakte. Huub naar huis. In de Tourboeken zou later vaak slechts staan dat Sijen de Tour niet uitreed. Hij zou nog twee keer in de Tour terugkeren, maar beide keren wederom Parijs niet halen.
Ook op de kasseien
In 1940, het eerste jaar na zijn Tourdebuut, had Sjaak (zo werd hij in België genoemd, terwijl hij om niet te achterhalen redenen in Nederland met Huub werd aangesproken) succes in de Ronde van Catalonië. Winst in deel twee van de openingsrit en twee dagen in de leiderstrui. Een kunstje dat de Limburger in 1946 zou herhalen. In datzelfde jaar 1940 finishte hij als elfde in de Ronde van Vlaanderen, dus ook op de kasseien kwam hij goed vooruit. Nergens evenwel voelde Huub zich beter thuis dan op de Cauberg. Na er al twee maal de titel bij de onafhankelijken te hebben veroverd, streed hij jarenlang tevergeefs voor de nationale driekleur bij de profs. Liefst zes maal finishte hij in de Top Tien. 
Vaak dichtbij titel
Gerrit Schulte was zowel in 1944 als 1948 de enige die Sijen van de titel kon afhouden. Derde was onze Limburger in zowel 1942 als 1946. Met stadgenoot Jean Schweitzer en de Zaandammer Bouk Schellingerhoudt was hij dat laatste jaar ronden lang in de aanval. Totdat Lepe Fieleke oftewel Theofiel Middelkamp uit de achtergrond opdook, waarna Schellingerhoudt demarreerde en beide Maastrichtenaren geparkeerd stonden. Een jaar later (1947) heette de boosdoener Jefke Janssen, die solo naar de titel reed. Sijen volgde als vierde. Na eerder ook al eens zevende te zijn geweest in het jaar dat Theo Middelkamp won (1945).
Renners waren zzp'ers
Ik vind dat alles bij elkaar zo slecht nog niet en ben dan ook van mening dat we Huub alias Sjaak te kort doen door hem na al die jaren als een aardig talent te betitelen. Hij verdient beslist meer. Vergeet ook niet dat hij fietste in een tijd toen wielerprofs nog zzp'ers waren. Zelfstandigen zonder personeel. Er was soms een sponsor, die voor een trui en een broek plus wat tubes zorgde, maar verder moest de coureur het maar uitzoeken. Niks trainingsschema of medische begeleiding. Niks trainingskamp, niks wedstrijdprogramma, niks gezamenlijk transport per ploegbus-met-douches. Zoek het maar uit. 
Die is gek
Op eigen houtje naar de koers, per fiets of trein, zelf op zoek naar de startplaats, zelf inschrijven, zelf op zoek naar een onderkomen voor de nacht. Vergoeding van reis- en verblijfkosten? Hoe bedoelt u? Gewoon fietsen en hopen op wat premies en/of prijzengeld, zodat de reis- en verblijfkosten er uit waren. Rijden in ploegverband? “Dié is gek!”, zou de onlangs ontslapen Henk Kruithof uitroepen. Nee nee, de mannen reden ieder voor zichzelf. Jefke Janssen moet ooit pislink zijn geworden op zijn ‘buurman’ Jan Lambrichs, omdat uitgerekend hij hem was komen halen nadat de ex-mijnwerker was ontsnapt. Hard labeur destijds.
Han de Gruiter
Door Fred van Slogteren, 31 oktober 2015 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web