Uit de ordners van Jan

Voor de historische zesdaagse blijven we deze keer in eigen land, want Rotterdam is in 1986 de plaats van handeling. Daar eindigde op 29 januari de 20e editie van de zesdaagse met een overwinning voor de Australiër Danny Clark en de Italiaanse vedette Francesco Moser (foto). De rest van de uitslag luidde: 2) Pijnen-Vanderaerden 3) Oosterbosch-Thurau 4) Elshof-Frank 5) Hermann-Knetemann 6) Dhaenens-De Wilde 7) Bondue-Kristen 8) Tourné-Leo van Vliet 9) Doyle-Teun van Vliet 10) Oersted-Pedersen 11) Vaarten-Vandenbroucke 12) Moorman-Pieters.
De geschiedenis van de zesdaagse van Rotterdam strekt zich in 25 edities uit over de jaren tussen 1936 en 2007 en dat betekent dat in het merendeel van de jaren er geen zesdaagse in Rotterdam was. Maar de keren dat er gekoerst werd, was het altijd boeiend en waren er winnaars met naam en faam. In totaal 23 renners hebben de Rotterdamse zesdaagse een of meerdere malen op hun erelijst geschreven. Zoals wel vaker is René Pijnen met 10 zeges recordhouder. Danny Clark won 7 maal, Patrick Sercu 6 maal, Leo Duyndam 4 maal, Peter Post 3 maal, het koppel Robert Slippens en Danny Stam 2 maal en dan nog 16 renners die elk eenmaal wonnen. Daaronder toppers als ...

... Francesco Moser, Eddy Merckx, Gerben Karstens, Jan Raas en Urs Freuler.

Gedenkwaardig was de 6e editie in 1972. Peter Post was nog steeds actief en met 65 overwinningen recordhouder. Hij was gekoppeld aan de Duitser Sigi Renz en kwam na een foutieve aflossing ernstig ten val. De Amstelvener brak daarbij zijn sleutelbeen en zijn bekken, waardoor hij zijn loopbaan moest beëindigen. Voor Post een ongelukkig einde van zijn wielercarrière; voor de jongere garde Duyndam en Pijnen echter de ultieme kans om de fakkel over te nemen. Zij sloten deze zesdaagse af met hun eerste zege als koppel. Voor Pijnen was het de derde zesdaagseoverwinning van een reeks die uiteindelijk tot 72 zou uitgroeien. Gerard Vianen, prominent inwoner van het Groene Hart waar op 25 maart a.s. een nieuwe wielerronde gaat plaatsvinden, werd met Hilversummer Albert van Midden twaalfde. Duyndam en Pijnen zouden ook in 1973 en 1974 winnen. Vooral 1974 was speciaal want toen werd het onklopbaar geachte koppel Merckx-Sercu verslagen. Ditzelfde koppel zou wel de editie van 1976 winnen.

De eerste zesdaagse (van 6 tm 13 november 1936) werd gewonnen door het thuiskoppel Jan Pijnenburg en Cor Wals. Frans Slaats was tweede, Kees Pellenaars derde, Adriaan Braspennincx met Gerrit van der Ruit zesde en Jan en Piet van Kempen zevende. ‘Zwarte Piet’ (door zijn volle bos zwarte haren op latere leeftijd) startte in meer dan honderd zesdaagsen. Zijn eerste overwinning boekte hij in maart 1921 in New York met de Zwitser Oscar Egg als koppelgenoot, en zijn laatste in mei 1937 in Londen aan de zijde van de Belg Albert Buysse. Bij elkaar won Van Kempen 32 keer. Verder werd hij twaalf keer tweede en elf maal derde. In het seizoen 1929/1930 won hij niet minder dan vijf zesdaagsen achter elkaar. Van Kempen had geen vaste ploegmaat: zijn 32 zeges behaalde hij met 24 verschillende partners, in 1934 in Minneapolis zelfs met twee koppelgenoten. Zo toonaangevend was hij dat buitenlandse baandirecties hem graag samen met een plaatselijke grootheid lieten rijden. Met een Nederlander als partner koerste hij dan ook zelden. Hij won slechts één maal met Klaas van Nek en drie maal met Jan Pijnenburg, waaronder de eerste Nederlandse zesdaagse in Amsterdam in 1932. Met zijn elf jaar jongere halfbroer Jan kwam hij nooit verder dan een tweede plaats en dat was in 1930 in Keulen.

De wekelijkse blik in de kranten van op of rond 29 januari.

Zaterdag 31 januari 1981 meldde de Gelderlander dat nadat de laatste plooien waren gladgestreken, de KNWU Piet Libregts had aangesteld als bondscoach van de amateurwegrenners. Hij volgde daarmee Rini Wagtmans op. ‘Ik kan in ieder geval bogen op een praktijkervaring van 25 jaar. Zonder een flinke brok ervaring zou ik het aanbod ook niet geaccepteerd hebben. Ik besef heel goed dat, wanneer het niet lukt, ik iets te verliezen heb. Lukt het wel, dan is dat heel fijn.’ Jarenlang fietste hij zelf en 10 jaar lang was hij amateurploegleider toen zijn huidige werkgever Nico de Vries een profploeg opbouwde rond Fedor den Hertog. Zeven jaar is hij technisch manager van de profronde van Nederland geweest en verder begeleidde hij de Nederlandse profrenners tijdens het wereldkampioenschap. In die functie zag hij Knetemann en Raas regenboogtruien winnen. ‘Ik denk wel dat er een verschil is tussen de amateurs van jaren geleden en de huidige generatie. Door al die sponsors zijn de amateurs wel erg verwend geworden’, aldus de toen 51-jarige Libregts.

‘Hennie Stamsnijder te goed voor Nederland’, kopte De Telegraaf op maandag 31 januari 1983. Het verwachte duel Stamsnijder-Groenendaal tijdens het Nederlands Kampioenschap veldrijden in Hulsberg duurde precies 1000 meter. Toen draaiden de crossers voor de eerste keer het veld in. In de bliksemstart die Stamsnijder het hele veld voorschotelde, loste hij alles en iedereen, ook Groenendaal. Daarna werd het kampioenschap één demonstratie van pure klasse van Hennie Stamsnijder, die nog maar weer eens bewees hoe wijs het van hem was om zich volledig op het zware werk in het veld te concentreren. Stamsnijder is absolute wereldklasse! Van der Poel was tweede, derde (en amateurkampioen) werd Snoeyink, vierde Kools en vijfde Van der Wereld.

En toch zou het Reinier Groenendaal een keer lukken om de veldrittitel te winnen. Want na vier opeenvolgende overwinningen van Hennie Stamsnijder is Groenendaal er op 28 januari 1985 dan toch eindelijk in geslaagd om de Twent te onttronen als Nederlands kampioen veldrijden. De Brabander legde op het besneeuwde parcours in Gieten Stammie zijn tempo op, waardoor de wedstrijd zich ontwikkelde tot een boeiend duel tussen Nederlands beste veldrijders. De 33-jarige stucadoor loste zijn concurrent twee ronden voor het einde definitief en reed regelrecht naar de verdiende overwinning, waarop hij al vele jaren vergeefs gejaagd had. ‘Dit is de bekroning van mijn loopbaan.’

Op 25 januari 1986 was in Rotterdam de zesdaagse begonnen met een ‘proloog’ in de vorm van een koppelachtervolging over 3000 meter. De Fransman Bernard Vallet kwam met zijn maat Gert Frank in de eerste aflossing ten val. Vallet, die feitelijk nog geen meter gereden had, brak daarbij zijn sleutelbeen. De leiders na deze eerste koers waren Moser en Clark vóór Knetemann en Hermann, op 1 ronde gevolgd door Pijnen en Vanderaerden.

Na de proloog werd door staatssecretaris Joop van der Reijden in Ahoy een standbeeld onthuld voor wereldkampioen Joop Zoetemelk. Ruim negen jaar later, op dinsdag 31 mei 2005 is onder grote publieke belangstelling het standbeeld van Joop opnieuw onthuld maar nu op de plaats waar het natuurlijk thuis hoort, namelijk in Rijpwetering, het dorp waar hij opgroeide. Ook werd op die dag het boek JOOP gepresenteerd. De presentatie van het boek vond plaats in Restaurant De Paerdeburgh midden in Rijpwetering. Het boek is geschreven door Fred van Slogteren en gaat over het wielerleven van Joop Zoetemelk. Na de boekpresentatie onthulde Joop samen met burgemeester Meerburg het standbeeld van zichzelf in de tuin van het gezellige café-restaurant dat inmiddels een soort bedevaartsoord voor fietsers is geworden. De bronzen sculptuur is gemaakt door de Rotterdamse kunstenaar Tom Waakop Reijers.

Er werd eind januari ook al weer op de weg gekoerst, zij het in Zuid-Europa. In 1978 won Michel Pollentier op zaterdag 28 januari 1978 een criterium over 36 km in Palma, de eerste etappe van de Tweedaagse van Mallorca. Jan Huisjes werd vijfde op 1 minuut 38. Aansluitend was Sid Barras (een Britse wielrenner die in 1974 deel uitmaakte van de eerste formatie van de Raleigh-ploeg) de snelste in een rit van Calvia naar Palma. Leo van Vliet werd derde en Henk Lubberding vijfde. Op zondag ook twee opgaven. Eerst won Pollentier in Palma een tijdrit over 8,5 km. voor Joop Zoetemelk. Het aansluitende criterium was een prooi voor Freddy Maertens, Jan Huisjes en André Gevers werden hier tweede en derde. De eerste rittenkoers van het seizoen werd aldus gewonnen door Michel Pollentier. Tweede op 1 minuut 27 Freddy Maertens en André Gevers werd derde op 2 minuut 9.

Dan tot slot week nr. 5 in de rubriek DE WEEK VAN 1979.


Op 28 januari werd bekendgemaakt dat vanwege geldgebrek, gemis aan een echte Spaanse wielervedette en negatieve reacties van diverse stadsbesturen de Ronde van Spanje in 1979 niet door zou kunnen gaan. De Vuelta 1979 ging uiteindelijk wel door en die werd een prooi voor onze eigen Joop Zoetemelk.
Francesco Moser, die eerst geweigerd had de Tour de France te zullen rijden omdat Bernard Hinault niet naar de Giro wilde komen, werd door zijn ploegleiding verplicht de Tour te rijden. Hij was er niet blij mee maar legde zich er morrend bij neer.
Freddy Maertens, een paar weken daarvoor nog aan beide polsen geopereerd, was uit het ziekenhuis van Antwerpen ontslagen. Thuis oefende hij iedere dag op een hometrainer. De ex-wereldkampioen op de weg wilde alles in het werk stellen om toch nog aan te treden in de Zesdaagse van Antwerpen.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 10:00

Wielerronde Rotterdam

Beste Jan, voor een onderzoek ben ik op zoek naar een Wielerronde die heeft plaats gevonden in 1972 in Rotterdam. Dit moet zijn geweest eind augustus, begin september. Ook Eddy Merckx deed daar aan mee. Kunt u mij de juiste datum van deze wielerronde doorgeven? Graag naar email: villasurgawi@hotmail.com
Hartelijk dank en met vriendelijke groet,Roel Smit

Geplaatst door Roel Smit, 18 maart 2010 03:13:20

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web