Gruit’s Nostalgia ...

Hoe een veelbelovende linksbuiten een beroemde wielrenner werd
Het leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Hoewel? Toeval bestaat niet, weten sommigen en mompelen dan iets over telepathie of zoiets. “Zoek het uit!”, zou José De Cauwer zeggen. Hoe het ook zij, onlangs trof me iets bijzonders. Studio Sport had als uitsmijter een kort item over Robbie de Wit, de vroegere linksbuiten van FC Utrecht en Ajax, toen ik nog diezelfde avond op een andere ex-linksbuiten uit de Domstad stuitte. Was De Wit door fysiek malheur voor het voetbal verloren gegaan, ‘mijn’ Utrechtse vleugelman heeft het verblijf aan de kalklijn al vroeg ingeruild voor de wielersport. Ik bedoel Ben van der Voort (foto), die zou uitgroeien tot een van de beste renners van Nederland.
Veel lezers van de slogblog zal de naam Ben van der Voort weinig tot niks meer zeggen en ook voor mij was hij nooit veel meer dan een van die vele vage begrippen uit de oudheid. Gelukkig is er nu ... 
... wat licht in de duisternis gekomen dankzij een portret dat Martin Bremer in wijlen het weekblad Sportief publiceerde en wel in de eerste jaargang, de editie van 26 juli 1946. Martin Bremer was vele jaren een gerenommeerd sportjournalist. Hij was onder andere adjunct-hoofdredacteur van Sport en Sportwereld en de vader en schoonvader van het televisie-echtpaar Bob en Ria Bremer. Aan het artikel van Bremer ontleen ik onderstaande feiten inzake deze Ben van der Voort, een vergeten kampioen.
Promotie via Baarn en UVV
Begin jaren dertig voetbalde Bennie, pas zeventien jaar oud, als linksbuiten in het eerste elftal van DOS dat hij via promotiewedstrijden tegen Baarn en UVV van de derde naar de tweede klas (K)NVB hielp promoveren. Hem leek een mooie toekomst te wachten, maar zoals meerdere voetballers later (denk aan Wout Wagtmans, Piet van Roon, Appie Donker. Harrie Scholten, Jan van der Horst en Frans Maassen) zag ook Van der Voort meer heil in de wielersport. Vanaf 1935 begon hij serieus te fietsen. Dat de toen 21-jarige Utrechter aanleg had, bleek al gauw toen hij al een jaar later in Parijs deelnam aan dezelfde wedstrijd in de Tuilerieën waar Gerrit Schulte als jonge briesende amateur zijn eretitel Le Fou Pédalant (De Fietsende Gek) verdiende.
Fout van de jury
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, zond de (K)NWU hem nog datzelfde jaar uit naar de Olympische Spelen van Berlijn, om er deel te nemen aan het achtervolgingstoernooi. Een paar weken later stond hij aan de start bij het WK sprint voor amateurs. Ben van der Voort  was kennelijk van alle markten thuis en bereikte daar de kwartfinales. “Door een fout van de jury”, aldus zijn eigen mening, vond hij daarin zijn Waterloo.
Wereldrecord met Kaers
Eind 1937, nog geen drie jaar actief als coureur, werd Ben al prof, trok naar Antwerpen om er wielrenner te worden, reed er veel omniums en koppelkoersen, onder anderen met Kees Pellenaars als ploegmaat. Met de beroemde Belg Karel Kaers, wereldkampioen op de weg in 1934, die later het café in de hal van het Sportpaleis zou gaan uitbaten, vestigde Van der Voort een wereldrecord door de honderd kilometer ploegkoers in twee uur en een minuut af te leggen. Wie zou het vandaag de dag nog hebben geweten?. Ik zeker niet.
NK-successen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon Ben ook bij de kampioenschappen van Nederland op de baan van het Olympisch Stadion succes te boeken. Zo drong hij in 1940 door tot de finale van de poursuite, waarin Gerrit Schulte hem klopte. Een jaar later was de titel wél voor Van der Voort, met de Noord-Hollander Dirk Groenewegen (de opa van Dylan?) op de tweede plaats. In 1942 en 1943 werd Van der Voort wederom tweede, beide keren achter Schulte. In 1942 werd hij bovendien tweede in het spectaculaire baannummer vijftig kilometer zonder gangmaking. Ook hier moest hij in Schulte zijn meerdere erkennen. In 1944 dacht de oud-voetballer de nationale titel bij de profstayers te hebben behaald. ‘Maar zeer ten onrechte’. aldus het slachtoffer, werd de Utrechter gedeklasseerd. Zo werd Aad van Amsterdam kampioen en niet hij.
Steenrijke gangmaker
Een jaar later won Ben weer een rood-wit-blauwe trui en nu op de vijftig kilometer zonder gangmaking, Achter de grote motor werd het andermaal zilver, maar nu achter de Alkmaarder Jan Pronk, die in 1945 de eerste van zijn negen nationale titels bij de profstayers behaalde. In het eerste jaar na de oorlog werd Van der Voort alsnog Nederlands kampioen bij de stayers toen hij achter de Franse gangmaker Arthur Pasquier Kees Bakker en Ben Remkes klopte. In het WK bereikte hij dat jaar de finale waarin hij vijfde werd. Pasquier was in die jaren zijn vaste gangmaker. De toen 63-jarige Parijzenaar moet steenrijk zijn geweest, want hij reed louter voor zijn plezier en groeide uit tot de huisvriend de familie Van der Voort. Hij was ook de man die z'n poulain voorhield, dat de vele trainingskilometers op de weg niet nodig waren, omdat hij na een training meestal bekaf thuiskwam, maar na een wedstrijd nooit.
Zowel maag- als hartpatiënt
Dat Van der Voort een van de beste baanrenners van zijn tijd was mag een wonder heten, want hij was zowel maag- als hartpatiënt. Met een dieet van melkkost, witbrood en biscuitjes kon hij met zijn kwalen leven. Ook al daarom was het een heel bijzondere coureur. En bovendien een fijne vent. Dat schreef Bremer althans in Sportief. “Als hij ons even later in een van z'n auto's naar Amsterdam terugbrengt is er van beide kanten een gevoel van spijt, dat het bezoek aan dezen populairen renner beëindigd is.”
Han de Gruiter
Door Fred van Slogteren, 11 oktober 2015 12:00

Ben van der Voort

Boeiend verhaal mijnheer de Gruit. Ik had nog nooit van Ben van der Voort gehoord.

Geplaatst door W.A. ter Kant, 11 oktober 2015 17:22:58

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web