Uit de stalling van Peter R. de Fiets

© T&T Tekst & Traffic

“Louison Bobet werd geboren in Bretagne en deze streek lijkt wel een optie te hebben op eigenzinnige goede renners, zoals Lucien Petit-Breton, Jean Robic en natuurlijk Bernard Hinault. De bijnaam van Bobet was ‘de bakkerszoon’ en dat spreekt voor zich, omdat zijn eerste fietskilometers werden afgelegd met de bakkersfiets van zijn vader. Hij gaf in 1946 al zijn visitekaartje af door de nationale amateurtitel te pakken. Als eerste Fransman won hij drie keer de Tour en dat was in de jaren 1953, ‘54 en ‘55. Hij won ook klassiekers als Milaan-San Remo, de Ronde van Lombardije, Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen, Bordeaux-Parijs en de Grand Prix des Nations. Geen resultaten om van te huilen, maar toch werd hij ...

... gekscherend Bobette-Pleurette genoemd, vanwege zijn huilbuien als alles weer eens tegenzat, zoals in de beginjaren van zijn carrière. De taaiste tegenstander, die Louison in zijn profloopbaan tegenkwam, heette niet Coppi of Bartali maar Furunkel. Die naam zul je niet tegenkomen in de annalen van de Tour de France, maar misschien wel in een medische encyclopaedie. Louison had veelvuldig last van ordinaire steenpuisten op zijn achterste. Die waren soms zo groot dat ze de gelijkenis met zijn vaders krentenbollen glansrijk konden doorstaan. In zijn tijd hadden veel renners daar last van. Het was te wijten aan verkeerde voeding en gebrek aan hygiëne. Bij Bobet zaten ze altijd op de plek waar precies de punt van het zadel de huid raakt. Een operatie werd steeds uitgesteld, totdat het ongemak een levensbedreigende vorm aannam. De chirurg haalde een enorme bal dood vlees weg en had wel honderd arterieklemmen nodig om het bloeden te stelpen. De 20 centimeter grote wond werd gehecht en voor een voortzetting van zijn wielerloopbaan werd gevreesd. Hij begon echter toch weer te trainen en won op karakter doodleuk nog Parijs-Roubaix. Het einde van zijn loopbaan kondigde zich aan in de Tour van 1959, nota bene op quatorze juillet de nationale feestdag. Bobet verloor toen twintig minuten en was kansloos voor de eindoverwinning. De volgende dag stapte hij in stijl af op het dak van de Tour, de Col d’Izoard, waar hij in het verleden zo vaak het verschil had gemaakt. Op die berg staat dan ook zijn gedenkteken, samen met dat van die andere Tourlegende: Fausto Coppi. Na een verschrikkelijk auto-ongeluk was zijn loopbaan in 1961 definitief verleden tijd. Louison viel niet in het bekende zwarte gat maar werd een geslaagd zakenman, als uitbater van instituten waar de Thalasso-therapie werd toegepast. Ik zou bijna vergeten dat we het in deze rubriek over een fiets moeten hebben en zijn naam siert dan ook het balhoofd en de schuine buis van deze naar hem genoemde racefiets. De plaats waar de merknaam staat is tekenend voor het nog televisieloze tijdperk, waarin Bobet fietste. Toen de TV alles in beeld bracht werd de naam van het fabrikaat op de zijkanten van de schuine buis geplaatst waar het voor iedere kijker duidelijk zichtbaar was.

Tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 10:00

Bobet

Dag Peter,

Wat leuk om te lezen! Mijn eerste fiets was een Bobet, een paarse met 4 tandjes achter. Ik was tien jaar oud en het ding was vijfdehands toen ik hem in 1980 van een familielid kreeg.

Ik heb er nog 4 jaar mee gefietst, totdat mijn broer hem total loss reed. Ik heb al mijn fietsen nog, behalve de Bobet.

:-)
Ronald Severin

Geplaatst door Ronald, 18 maart 2008 19:10:42

Louison Bobet

Hoi Peter , ik weet niet of dit nog steeds actief is , maar wil toch even vertellen dat ik een paar weken terug een oude paarse racefiets bij de vuilnis zag liggen Louison Bobet stond op het frame met het plaatje van het gezicht van Louison Bobet op de zitbuis en balhoofd , en als echte fiets liefhebber heb ik deze natuurlijk meegenomen naar huis ,de naam zei mijn niks, totdat ik op internet de naam intikte en wist vanaf dat moment wie Louison Bobet was en wist dat ik een racefiets had gevonden die je niet dagelijks tegenkomt ,het achterwiel was er niet bij en het zadel maar omdat ik nog een achterwiel had en een oud Brooks racezadel heb ik de fiets weer helemaal rijdbaar gemaakt . De fiets heeft veel lakschade maar dat kan ook niet anders voor een fiets uit de jaren zeventig waar men niet zuinig op is geweest zo te zien.

Chris uit Amsterdam

Geplaatst door Chris le Roy, 24 mei 2011 21:09:36

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web