Uit de ordners van Jan

Zo zag Dik de zege van Kneet in Wieler Revue (© Dik Bruynestein)

Onze bloemlezing van vandaag begint op maandag 6 maart 1978. De eerste etappe van Parijs-Nice voerde de renners van Creteil naar Auxerre over 201 kilometer. Gerrie Knetemann was zo vroeg in het seizoen al in topvorm, want hij had een dag eerder de proloog gewonnen met 5 seconden voorsprong op Joop Zoetemelk. En 6 maart is voor de Kneet een speciale dag, want hij vierde zijn verjaardag en hoe kun je dat nou beter doen dan met een klinkende overwinning. In de eindsprint van de kopgroep van 29 renners was hij veruit de sterkste. Slim als hij altijd was, liet hij Jean-Luc Vandenbroucke lang in de waan dat hij kon winnen om er vervolgens vlak voor de streep overheen te wippen. Joop Zoetemelk werd in de ...

... eindsprint vierde. Overigens zaten in de groep gerenommeerde sprinters als Jacques Esclassan, Klaus-Peter Thaler en Jan Raas en ook landgenoten als Leo van Vliet, Henk Lubberding, Fedor den Hertog, Hennie Kuiper en Aad van den Hoek hadden het nakijken. Knetemann bleek ook in de rest van deze etappekoers veruit de beste en hij won uiteindelijk de rit naar de zon voor Bernard Hinault en Joop Zoetemelk.

In de Telegraaf van 29 februari 1980 stond dat Joop Zoetemelk glorieus winnaar was geworden van de Willem van Hanegem Wisseltrophee. Samen met de naamgever waren ook Veronica-omroepster Marijke Bodar en oud-turnkampioene Ans Smulders naar de huldiging gekomen. Wat Jopie voor het winnen van deze trofee had gepresteerd blijft onbeschreven en ook in Fred van Slogteren’s JOOP heb ik er geen woord over gelezen. Het belang er van zal dus wel meevallen.

Een week later, weer in Parijs-Nice en natuurlijk ook weer op de verjaardag van Gerrie Knetemann, gebeurde er iets heel bijzonders. Nadat de Kneet de dag ervoor de proloog had gewonnen, bestond het eerste deel van de eerste etappe uit een ploegentijdrit, dé specialiteit van de TI-Raleigh-Creda ploeg. De tijdrit werd verreden door ploegen van vier renners, dus twee ploegen per team want ieder team was met acht renners aan het vertrek gekomen. En wat gebeurt er? Bianchi 1 met Knudsen, Prim, Contini en Parsani won met maar liefst 22 seconden voorsprong op Raleigh 1 met Knetemann, Lubberding, Raas en Van Vliet. Raleigh 2 met Van den Hoek, Mutter, Priem en Wesemael werd derde op 1 minuut 17 van de winnaars. Het was in die tijd eigenlijk onbestaanbaar dat Raleigh niet won en dit was dus een dubbele nederlaag voor de ploeg van Post in hun specialiteit. Parijs-Nice, zoals vrijwel het hele seizoen 1980 verreden onder barre weersomstandigheden, werd met overmacht gewonnen door Gilbert Duclos-Lasalle. Knetemann eindigde op 3 minuut 46 als derde.

Eind 1980 stopte Gerben Karstens met professioneel wielrennen. En omdat je zo’n topsportief leven verantwoord af moet bouwen, werd hij lid van een trimclub in Rijen. Op zondagmorgen 6 maart 1981 lag hij met nog twee andere trimmers een eindje voor op de rest van de groep, toen een andere groep trimmers de bocht uitkwam waar zij net instuurden. De twee groepen reden vol op elkaar in. Karstens en een jongen uit de andere groep zijn toen in volle vaart met de koppen tegen elkaar gevlogen. Ze werden met spoed naar het Elisabeth ziekenhuis in Tilburg vervoerd en lagen tegenover elkaar op dezelfde afdeling. Karstens had naast een zware hersenschudding waarschijnlijk ook nog een scheurtje in de schedel opgelopen. Gerben was kort daarvoor als vertegenwoordiger in dienst getreden bij een grote handelmaatschappij in sportartikelen, reden waarom volgens zijn vrouw Jenny ook maatschappelijk gezien de zware kwetsuur bijzonder ongelegen kwam.

Twintig jaar lang hadden we weinig vernomen van oud-profrenner Eddy Beugels. Uit de krant van 6 maart vernamen we dat hij meester in de rechten ging worden. In de jaren zestig joeg hij als wielrenner een aantal seizoenen vergeefs op een titel. Het dieptepunt daarbij was het wereldkampioenschap 1965 in San Sebastian. In de finale lag hij alleen op kop, maar hij werd op een luttele twee kilometer voor de finish door zijn eigen ploegmaats teruggepakt. Beugels, nog maar 26 jaar oud nam in 1970 gedesillusioneerd afscheid van de wielersport. Ruim twintig jaar later pakte Eddy dan toch eindelijk een titel aan de Universiteit van Amsterdam. Op 18 maart werd hem de bul uitgereikt. “Ik heb er enorm voor moeten knokken. Wat ik aan zelfdiscipline heb moeten opbrengen om deze studie naast mijn normale dagtaak als verzekeringstussenpersoon te voltooien, kun je vergelijken met de kastijding in drie Ronden van Frankrijk inclusief het beklimmen van tientallen cols.” De woorden van de Meester van de Wilskracht werden opgetekend door Jean Nelissen.

In het weekend van 5 en 6 maart 1988 werd De Omloop Het Volk gewonnen door Ronny van Holen voor Johan Lammerts en John Talen. Eric Vanderaerden won voor Peter Pieters de Ronde van Belgisch Limburg, waar John van den Akker vierde werd. Kuurne-Brussel-Kuurne werd een prooi voor Hendrik Redant. Jelle Nijdam was derde en Patrick Tolhoek zevende.

Een van de vaste onderdelen in deze maandagse rubriek is de internationale verjaardagskalender. De niet-Nederlandse jarigen van vandaag zijn: Georges Barras (1949) uit België; de Italianen Bruno Leali (1958) en Giovanni Pettinati (1926); de Fransen Bruno Wojtinec (1963), Jacky Mourioux (1948) en Nicolas Barone (1931) en tenslotte de Zwitser Alfred Bula (1908). Maar niet alleen wielrenners zijn jarig, ook mensen die met de wielersport zijn vergroeid krijgen wel eens een taart met kaarsjes, zoals vandaag de Belgische wielersportjournalist Mark Uytterhoeven, die 49 jaar wordt. Van harte proficiat, Mark!

Ook besteden we elke week aandacht aan een of meer van de 525 overwinningen die Eddy Merckx op de dag van vandaag in het verleden heeft behaald. Vandaag is het er maar eentje – mag het eens een keer - want overwinning nummer 170 werd op 6 maart 1969 behaald. Het was de vierde etappe van de Ronde van de Levant, van Cullera naar Bunol.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 6 maart 2006 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web