De Burgerlijke Stand van 11 januari.

Claude CRIQUIELION (1957, België)

Er zijn renners die de wielerhistorie ingaan vanwege een bepaalde gebeurtenis, die iedereen zich herinnert. Dat is ook het geval bij deze Waalse wielrenner die in 1984 wereldkampioen op de weg was, de Ronde van Vlaanderen, de Clasica San Sebastian, de Henninger Turm en twee maal de Waalse Pijl won. Dan ben je een knappe renner geweest, want hij won ook nog de Catalaanse Week, de Midi Libre en de Ronde van Romandië. In de Tour de France kwam hij iets te kort, hoewel hij in tien starts vijf keer bij de eerste tien eindigde met een vijfde plaats als beste prestatie. In de Giro werd hij een keer zevende en in de Vuelta derde. Een knappe renner dus die Kriki, die in Vlaanderen redelijk populair was ondanks zijn afkomst. Hij sprak dan ook voortreffelijk Vlaams en dat scheelt een stuk in de acceptatie. Toch zal Criquielion niet in de herinnering blijven door zijn fraaie palmares, want in 1988 gebeurde er iets waar hij misschien liever niet meer aan herinnerd wordt. 
Het WK werd dat jaar in België verreden en wel in en om Ronse, het plaatsje in de Vlaamse Ardennen met veel lastige klimmetjes in het parcours. In datzelfde Ronse had in 1963 ook al eens een idiote ontknoping van het WK plaatsgehad, maar die van 1988 was zo mogelijk nog gekker. Drie renners hadden zich in de laatste kilometers afgescheiden van de rest en zij waren van één ding zeker: ze zouden gedrieën het podium gaan vormen. Alleen de volgorde was nog niet bekend. De drie waren de jonge Italiaan Maurizio Fondriest, de felle Canadees Steve Bauer en Criquielion. Als sprinter had de Italiaan de beste papieren, maar die zat zo kapot dat hij al bij de eerste versnelling in de aanloop naar de eindsprint moest lossen. Bauer wist dat hij tegen de Waal geen kans had en hij besloot tot een ongeoorloofde manoeuvre. Hij stuurde scherp naar rechts, waardoor Criquielion kwam klem te zitten tussen de Canadees en de dranghekken. Hij raakte het metaal en viel. Ook Bauer raakte uit balans en de al geklopte Fondriest had ruim baan. Bauer werd tweede en Criquielion kwam lopend met de fiets aan de hand over de streep, terwijl hij nog door tal van renners uit het peloton werd gepasseerd. Woedend was hij en zijn zwarte ogen schoten vuur, ook al werd Bauer direct uit de uitslag verwijderd. Claudy pikte het niet en hij stapte naar de rechter. Die wist er ook geen raad mee en enkele jaren later werd de zaak geseponeerd. Dus als ik de naam Criquielion hoor, zie ik weer die ogen. De kop van Bauer kan hij niet meer zien, maar vandaag ziet hij wel Abraham.
 (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Franco BALMANION (1940, Italië)

Nino Defilippis was in 1962 een toprenner die nu eindelijk wel eens de Ronde van Italië wilde winnen. Hij was al tien keer in de Giro van start gegaan, maar als klassementsrenner was hij slechts op een tiende plaats blijven steken. In 1962 moest het lukken en hij had alles in zijn voorbereiding gestopt, want als dertigjarige wist hij dat hij niet zo veel kansen meer zou krijgen. Defillipis begon supergemotiveerd aan het karwei als kopman van de sterke Carpano-ploeg. Er waren goede afspraken gemaakt, maar dat is geen garantie dat het ook zo loopt als voorzien. Nino Defilippis werd verrast door de pas 22-jarige Franco Balmanion. Nino schreide hete tranen van woede en teleurstelling, want zijn stadgenoot – de heren kwamen allebei uit Turijn – was een van zijn knechten. Dat die overwinning geen toeval was, bewees Balmanion een jaar later toen hij weer de Giro won. Hij toonde zich in zijn verdere carrière een sterke ronderenner, die in de Giro nog een keer tweede werd en in 1967 derde in de Ronde van Frankrijk. In het eendagswerk kon hij ook uit de voeten en dat bewijzen zijn overwinningen in het Kampioenschap van Zürich en het nationaal wegkampioenschap. Wat hij Defilippis geflikt had overkwam hem zelf in Milaan-San Remo in 1965. In de finale was hij vooruit met zijn landgenoot Vittorio Adorni en de jonge Nederlander Arie den Hartog. Die zag de twee Italianen met elkaar smoezen en hij begreep dat Balmanion de sprint voor Adorni zou gaan aantrekken. In de lange sprint zorgde hij er vervolgens voor dat Adorni niet aan het wiel van Balmanion kon komen en hij won met lengtes voorsprong. Op het podium keek Balmanion net zo beteuterd als Defilippis drie jaar eerder in Milaan. Arie straalde echter, en terecht!

De andere op 11 januari geborenen zijn:

AESCHLIMANN, Georges (1920,)
CARRARA, Emile (1925, Frankrijk)
FAURÉ, Benoît (1900, overleden 16.06.1980, Frankrijk)
PLUYM, Marvin van der (1979, Nederland)
ROBINI, Christian (1946, Frankrijk)
VOOREN, Arie (1923, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 11 januari 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web