Uit de ordners van Jan …

Gisteren zat heel wielerminnend Nederland – hopelijk op het puntje van de stoel - te genieten van de vijftigste editie van de Amstel Gold Race. Waar blijft de tijd? Onze Gold Race ziet Abraham. De 25ste editie van de enige Nederlandse grotemensenklassieker werd verreden op 21 april 1990 en op die dag is de foto op de cover van Wielerrevue gemaakt. Peter Winnen en Gert-Jan Theunisse vechten verbeten bergop om de beste positie. Ik twijfel trouwens of het wel in de Amstel Gold Race was, want het zou net zo goed op La Redoute tijdens Luik-Bastenaken-Luik kunnen zijn. Hoe het ook zij, Winnen en Theunisse behoorden anno 1990 tot de beste Nederlandse renners. Winnen zou later dat seizoen kampioen van Nederland worden en Theunisse was ... 
... het jaar daarvoor vierde geworden in de Tour de France en had tevens de bollentrui van het bergklassement gewonnen. 
‘Adrie van der 'Poelidor’ heet sinds het afgelopen weekeinde weer gewoon Van der Poel’, las ik destijds in een krant. Een niets en niemand ontziende krachtsexplosie in de laatste vijfhonderd meter verloste de dertigjarige Brabander van zijn spottende bijnaam en meewarige vergelijkingen met schoonvader Poupou. Die had in het verleden vooral naam gemaakt als de ‘eeuwige tweede’. Na vijf tweede plaatsen in het WK veldrijden leek Adrie op weg de bijnaam van schoonpapa te hebben overgenomen, maar in de laatste meters van de Gold Race versloeg Poeleke met nipt verschil de Belg Luc Roosen en Jelle Nijdam. Hij schonk daarmee de jubilerende Amstel Gold Race de zilveren glans die bij een 25-jarig jubileum hoort.
Zelfs Raas
Herman Krott, de aimabele Amsterdammer, was weer voor een lang weekend Koning van Limburg. Hij genoot intens van de vele aandacht voor zijn jubilerende koers met een voor de gelegenheid georganiseerd Gala der Kampioenen. Bijna alle oud-winnaars waren present. Jean Stablinski, de eerste triomfator in 1966, Eddy Merckx, die in 1973 en 1975 de sterkste was, Gerrie Knetemann, die dat in 1974 en 1985 presteerde, Joop Zoetemelk, de winnaar van 1987 was uit Frankrijk overgekomen en zelfs Jan Raas, die tussen 1977 en 1982 vijf keer won, was nog niet belast met drempelvrees, maar had aan de uitnodiging gehoor gegeven. 
Wat een afstand!
Stablinski kon zich de eerste editie nog goed herinneren: “ln 1966 was de Gold Race door een paar omleidingen maar liefst 302 kilometer lang geworden. Het eerste wat ik na mijn overwinning zei was: Wat een afstand! Nu, 25 jaar later, ben ik er trots op dat ik de Amstel Gold Race op mijn palmares heb staan.” Joop Zoetemelk sloot zich daar bij aan. “Ik heb zestien keer aan de Gold Race deelgenomen en pas de laatste keer gewonnen. Het is een mooie koers, ieder voor zich, waar je je niet kunt verstoppen. Het is nu een grote klassieker, maar gelukkig is de sfeer hetzelfde gebleven.”
Als een veldheer
Met een met anekdotes doorspekte persconferentie trapte de organisatie de Amstel Gold Race af. In een kwart eeuw tijd had het geesteskind van Herman Krott en Ton Vissers zich de status van een wereldbekerwedstrijd verworven. Voor al zijn verdiensten is Herman Krott in november 1989 koninklijk onderscheiden met het ridderschap in de orde van Oranje Nassau. Een onderscheiding die hem emotioneel niet onberoerd liet. “Prachtig, vond ik het. Ja, zo'n man ben ik toch wel.” Ieder jaar voelde hij zich de koning te rijk als hij als koersdirecteur over de Limburgse heuvels reed, als een veldheer met zijn hoofd en torso uit het schuifdak van de auto en de neus bovenop de koers waar hij zo van hield.
Allerslechtste weer
Met voldoening liet Herman Krott, aan de vooravond van de 25ste editie, zijn blik over de erelijst gaan. Het meest tot zijn verbeelding sprak desgevraagd de triomf van Merckx in 1973. “Hij won toen solo in het allerslechtste weer van alle 25 keren. Het was verschrikkelijk koud, net boven het vriespunt. Het was de wedstrijd met het laagste gemiddelde, vijfendertig en een half per uur.” Er waren echter ook laureaten waarover hij minder te spreken was. Nota bene toen een van zijn voormalige pupillen bij de Amstel Bier ploeg won.
“Toen de Kneet in 1974 de eerste keer won, was ik daar niet zo gelukkig mee. Ik heb hem dat ook eerlijk gezegd. Gerrie, gefeliciteerd. Je bent een grootse winnaar, maar of je ook een groot winnaar bent, zullen we over een paar jaar zien. Gelukkig heeft hij daarna ondubbelzinnig bewezen een groot kampioen te zijn en is hij een sieraad op de erelijst van de Amstel Gold Race.”
Tot volgende week!
Jan Houterman
Door Fred van Slogteren, 20 april 2015 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web