Herinneringen bij een foto …

Deze prachtige foto dateert uit 1938. Plaats van handeling Valkenburg aan de Geul. Gemaakt na afloop van het wereldkampioenschap wielrennen voor amateurs. Bovenaan in het midden zien we de nieuwe wereldkampioen in de hagelwitte trui met de regenboogstrepen. Het is de Zwitser Hans Knecht. Hij was de laatste wereldkampioen voor de Tweede Wereldoorlog en hij zou in 1947 de eerste wereldkampioen op de weg bij de profs worden. De renner die naast hem in de feestvreugde deelt, is zijn landgenoot Josef Wagner, die tweede werd. Zij zitten op de schouders, net als geheel links de ... 
... Rotterdammer Joop Demmenie, die als derde was geëindigd. 
Ieder land mocht in die tijd maar drie renners afvaardigen en behalve Demmenie staan ook de andere twee landgenoten op deze foto. Onder Demmenie zien we Jaap Engel (in NWU-trui) en op de voorgrond staat Henk de Hoog, de Amsterdammer die na de oorlog drie maal in de Tour zou starten maar die geen enkele maal zou uitrijden. Zij werden respectievelijk vijfde en zesde. Geheel links vooraan zien we de chef d’équipe van de Nederlandse ploeg, de zakenman Swaab de Beer, vele jaren voorzitter van de sportcommissie van de NWU.
Het WK was in eigen land en dus zal het de renners aan weinig hebben ontbroken, want er waren geen hoge reiskosten. Hoe anders was het in 1947. De NWU (pas in 1953 werd het KNWU) was straatarm en de geselecteerde renners werd te verstaan gegeven dat ze met een legervliegtuig (vriendendienst van de Amerikaanse luchtmacht) naar Parijs zouden worden gebracht. Vandaar ging het op de fiets naar Reims. Pas enkele minuten voor de start kregen ze de oranje truien uitgereikt, die volgens geruchten, gebreid zouden zijn door de echtgenote van chef d’équipe John Stol. Direct na afloop - met een derde plaats voor Gerard van Beek, een tiende voor Gerrit Voorting, terwijl Harm Smits en Piet de Vries (inderdaad de Vier Musketiers) ex acquo als twaalfde werden geklasseerd - moesten de truien weer bij Stol worden ingeleverd. In hun interlokkie reden de vier vervolgens naar de kleedkamers. Daarna ging het op dezelfde wijze terug naar huis, dus op de fiets naar Le Bourget, de militaire luchthaven van Parijs, vandaar met een legertoestel naar Schiphol en daar moesten de heren het zelf maar uitzoeken. Piet de Vries, de enige nog levende van de vier, herinnert zich dat hij in het donker met zijn tas op de bovenstang op de racefiets van Schiphol naar zijn woonplaats Vlaardingen is gereden. “Wat een armoe”, vertelde Rotterdamse zakenman me in 2002. “Je had je vaderland vertegenwoordigd en dan werd je zo behandeld.” 
Henk de Hoog werd in 1937 kampioen van Nederland op de Cauberg. Hij fietste twee dagen eerder van Amsterdam-Noord naar een dorp in de omgeving van Weert. Overnachtte daar bij een boer in de hooiberg, hielp als tegenprestatie de volgende morgen urenlang bij het hooien, vervolgde zijn weg naar Valkenburg, sliep die nacht op een bankje in een stadspark en reed vervolgens de koers van zijn leven door afgetekend kampioen van Nederland te worden. Dat waren nog eens tijden. 

Door Fred van Slogteren, 14 april 2015 8:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web