Uit de ordners van Jan …

Het Belgische weekblad De Post was in haar uitgave van 26 maart 1967 lyrisch over de jonge wielerheld Eddy Merckx. Na zijn glorieuze start in de Ronde van Sardinië en zijn exploot in de klassieke rittenkoers Parijs-Nice boekte de hoop van alle Belgen zijn tweede zege in de fameuze openingsklassieker Milaan-San Remo. “Hij won deze race nog magistraler dan vorig jaar”, aldus schrijver Theo Ten Bensel. “U ziet Merckx’ portret op de voorpagina. Een bewijs dat wij niet aan hem twijfelden, want deze vierkleurendruk werd gereedgemaakt een dag voor zijn fantastische zege. Zaterdagmiddag om tien voor vier jubelden wij extra: Leve Eddy Merckx!
Ten Bensel: “In de klassieker Milaan-San Remo bewees één man dat het lente is in onze wielerwereld.” En Merckx zelf: “Ik beef nog als een espeblad”. Hij stond, toen hij dit zei, reeds ... 
... onder de douche. En de geweldige spurtfinish op de Via Roma in San Remo lag al een half uur achter hem. Maar hij was niet de enige die nog beefde. Bij de tientallen journalisten, maar ook in de verslagen voor radio en tv leefde pure euforie. Zo riep tv-reporter Fred De Bruyne als in geestverrukking: “Eddy wint, Eddy wint, Eddy wint!!!!!” Ook bij de honderdduizenden toeschouwers en tv-kijkers steeg de spanning tot het kookpunt toen de pas 21-jarige bij het beklimmen van de Capo Berta naar de kop van de wedstrijd reed. Bij het uitkomen van Porto Maurizio maakte hij de definitieve kloof. Alleen Gianni Motta volgde hem in het wiel.
Via Aurelia
Het was nog 38 kilometer tot de meet en Merckx stond er alleen voor. De blonde Italiaan verzaakte zijn aandeel in het werk. Het hinderde de Belg niet in het minst. Hij wilde koste wat kost zijn tweede overwinning in deze koers behalen en er ook keihard voor werken. De mobiele camera's van de RAI brachten het via Eurovisie in de Belgische huiskamers. Daar zagen ze de lange, soepele, donkere jongeman uit Woluwe zich op het kronkelende betonnen lint van de Via Aurelia langs de witschuimende, lenteblauwe Middellandse Zee, naar de laatste hindernis spoeden, de Poggio. Die felle klim tussen bloemenserres, waar het hele jaar door asters geuren, moest de beslissing brengen. Twee maal probeerde Merckx zijn Italiaanse tegenstrever los te rijden. Het lukte niet, maar Merckx was zichtbaar heer en meester. 
Kat op koord
Met een voorsprong van ongeveer 25 seconden suisde het duo de Poggio af. Hun duivelse snelheid was desondanks niet genoeg, want bij het binnenrijden van San Remo kwamen Gimondi en Bitossi met in hun kielzog het restant van het peloton, heel dichtbij. De honderd meter werden er vijftig. Merckx zag ze komen en bedacht: “Dit zijn geen kleine mannen. Er was nog achthonderd meter te gaan, maar ik had geen schrik van ze. Ik kon hun hijgen horen. Daar kon ik ook aan horen dat ze helemaal kapot zaten. Ik liet ze komen en bij de aansluiting heb ik ze eens goed bekeken. Ik zat aan de linkerkant toen ik Bitossi als eerste zag demarreren. Toen was de kat op de koord. Ik heb gegeven wat ik kon en koos de rechterkant van de weg. Daar kon ik voluit spurten en onbedreigd winnen. Ik heb Motta die tweede werd niet eens gezien. Ik heb me ver laten uitbollen om er zoveel mogelijk van te genieten dat ik voor de tweede keer Milaan-San Remo had gewonnen.”
“Het lijdt geen twijfel”, schreef Ten Bensel in dit nummer van De Post, “dat de jonge campionissimo de komende weken als een heilige zal worden aanbeden. Maar ook dat er van hem iedere week opnieuw bovennatuurlijke prestaties zullen worden geëist. Hoeveel beeldjes van de heilige Antonius worden er in Vlaanderen dagelijks niet met de neus naar de muur gekeerd, omdat ondanks alle gebed iets niet meteen wordt teruggevonden? Intussen wordt er echter voor Eddy Merckx nu gul en rijkelijk wierook gebrand. En hij heeft het verdiend.”
Tot volgende week!
Jan Houterman
Door Fred van Slogteren, 23 maart 2015 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web