Gerrit Voorting (1923-2015)

Twaalf dagen na zijn 92ste verjaardag en drie dagen na zijn ouwe wielergabber Henk Faanhof heeft ook Gerrit Voorting de laatste eindstreep gepasseerd. Volkomen onverwacht, hoewel zijn naaste omgeving het misschien wel heeft zien aankomen. Met het verscheiden van Gerrit is wederom een groot renner heengegaan. Hij was een van de steunpilaren en kopmannen van de beroemde Tourploeg van Kees Pellenaars en hij reed in de jaren vijftig tien maal aaneengesloten de Tour de France. Drie maal haalde hij het einde niet en een elfde plaats in het eindklassement in 1956 was zijn beste prestatie. Twee maal won zwarte Gerrit een etappe en vier dagen ... 
... droeg hij de gele trui. Met zijn zilveren medaille in de Olympische wegwedstrijd in 1948 is dat alleen al een palmares met allure.
Over die Olympische deelname heb ik hem in 1996 eens geïnterviewd. Hij zag er behalve het grijze haar nog net zo uit als ik me hem als renner herinnerde. Bruingebrand, geen grammetje vet en tanig. Hij beschreef de finale in Londen en hoe hij door de twee Belgen in de kopgroep was geflikt. Die waren, toen hij in de laatste kilometers zijn demarrage plaatste, direct op zijn wiel gesprongen, terwijl ze even later de Fransman Beyaert lieten lopen. Ik verwachtte van hem een foto te kunnen maken met die zilveren plak om zijn nek, maar hij bleek het ding niet meer te hebben. Eens met een neefje meegegeven voor een spreekbeurt op school en nooit meer teruggekregen. Hij zat er niet mee, maar toen hij dat jaren later eens op televisie aan Mart Smeets vertelde was het ding binnen de kortste keren boven water. Het had voor hem niet gehoeven, want Gerrit was niet van de uitbundige.
Hij kon een enorme mopperkont zijn, als hij terugkeek op zijn carrière. Vooral Pellenaars moest het dan ontgelden, maar ook over vroegere collega’s gaf hij zijn mening recht voor de raap, want Gerrit maakte van zijn hart geen moordkuil. Hij was een echte prof en heeft er alles uitgehaald wat er in zat, maar privé zat het hem niet altijd mee. Zijn vrouw heeft hij veel te vroeg verloren, waardoor hij achterbleef met twee kleine dochtertjes, die hij zo goed mogelijk in zijn eentje heeft opgevoed en grootgebracht. 
Zijn grote liefde is altijd de fiets gebleven en toen hij als huisschilder in de VUT kon, vroeg hij direct een veteranenlicentie aan en begon weer fanatiek te koersen. Hij heeft een keer deelgenomen aan het WK voor veteranen in het Oostenrijkse Sankt Johann. “Daar gebruikten ze nog meer doping dan bij de profs”, vertelde hij me verongelijkt. 
Op z’n tachtigste schonken zijn vele vrienden hem een nieuwe Jan Janssen racefiets en Gerrit was in de wolken. Hij fietste toen elke dag nog een pittige afstand en vulde zijn dagen verder met biljarten op de bejaardensoos. Toen hij daar een keer naar onderweg was op zijn stadsfiets werd hij aangereden en begon de ellende, zoals hij dat noemde. Fietsen was er niet meer bij, wist-ie direct. Hij verbleef lang in een verpleeghuis annex revalidatiecentrum. Kon daarna niet meer zelfstandig wonen en ging via een aanleunwoning uiteindelijk naar een bejaardencentrum waar hij zijn laatste jaren sleet.
En nu is hij er niet meer en hij laat een grote leegte achter. Met zijn scootmobiel reed hij regelmatig naar oude gabbers als Ab Geldermans en Coen Niesten en bij wielerbijeenkomsten was hij steevast present. Met zijn rollator onder handbereik keek hij dan met die pientere bruine oogjes in de rondte en had het naar zijn zin. Ging je bij hem zitten dan kwamen weer de verhalen. Altijd dezelfde. Over Pellenaars die zo slecht was als een elastiek van vijf centen; over Wim van Est die in zijn boeken zijn prestaties schromelijk overdreef; over Nolten die in de Tour elke avond zat uit te rekenen hoeveel de ploeg had verdiend en over Adri zijn jongere broer, die hem in 1954 bij het Nederlands kampioenschap zo geflikt had en de afspraak geschonden. Hij heeft het hem nooit vergeven, maar toen Adri in 1961 door een afgrijselijk autoongeluk in coma in het ziekenhuis belandde, zat Gerrit zes dagen en nachten aan zijn bed te waken. Als je hem dan indringend aankeek, schoot hij vol en zei: “Het blijft je broertje, hè.” 
Gerrit rust zacht en ik wens je dochters en verdere nabestaanden veel sterkte toe. (Foto: © T&T Tekst & Traffic, gemaakt in april 1996)
Door Fred van Slogteren, 30 januari 2015 15:13

Gerrit Voorting

Bijzonder spijtig te horen dat ook Gerrit Voorting is overleden. Ik heb al eerder geschreven dat Gerrit Voorting de meest onderschatte Nederlandse profwielrenner is. Deels kwam dat door zijn bescheidenheid en deels door de meer nadrukkelijke aanwezigheid in zijn tijd van Wim van Est en Wout Wagtmans. Ik heb het genoegen gehad mijnheer Voorting een paar keer te spreken. Hij kon inderdaad mopperen als het ging over Pellenaars of Wim van Est, maar het was gemopper met humor. Hij was alles behalve een opschepper, maar tussen neus en lippen door, liet hij wel doorschemeren dat hij geen koekenbakker was. Toen de Tour van 1958 ter sprake kwam (gewonnen door Charly Gaul, met medewerking van de Nederlandse renners), merkte hij op dat hij in die Tour meer dagen in het geel had gereden dat Charly Gaul. Over zijn roze trui in de Giro was hij niet zo te spreken m.b.t. Pellenaars en Roks. Hij mopperde toen echt. Wat was het geval: Tijdens de Ronde van Italië van 1954 in de etappe Bari-Napels zat hij in de beslissende ontsnapping met Rik van Steenbergen en Michele Gismondi. Van Steenbergen won de etappe. De voorsprong op het peloton bedroeg 21’30’’. Gerrit Voorting kwam in de roze trui. Het verschil met de nummer twee bedroeg meer dan 20 minuten. De volgende dag was er een ontsnapping van drie renners: Clerici, Assirelli en Thijs Roks. Ondanks de roze trui van Gerrit Voorting reed Roks volop mee op kop. De voorsprong bedroeg uiteindelijk meer dan vijfentwintig minuten op het peloton met daarin Gerrit Voorting. Roks kon het niet volhouden tot de finish en verloor vijftien minuten op zijn vluchtmakkers. Clerici kwam in de roze trui en vervolgens stond Gerrit Voorting gedurende twaalf dagen op de tweede plaats. Zonder de actie van Roks, ingefluisterd door Pellenaars, zou Gerrit Voorting mogelijk twaalf dagen in de roze trui hebben gereden. Hij eindigde deze Giro op een mooie zevende plaats. Clerici werd eindwinnaar.
Evenals Henk Faanhof kwam Gerrit Voorting dankzij Koos Tacx en vrienden vele jaren in contact met oud wielrenners. Beide mannen zullen gemist worden bij de wielerreünies.
Beste Theo ten Dam, als ik het goed heb, is Jo de Roo nu de oudst levende Nederlandse Touretappe winnaar.
Als ik het niet goed heb,dan hoor ik het wel

Geplaatst door Piet van der Meer, 30 januari 2015 19:33:38

Jos Hinsen, geboren in 1931 is volgens mij de oudste touretappe winnaar van Nederland. Hij is wel geboren in België maar had de Nederlandse nationaliteit.

Geplaatst door Johan Balleur, 30 januari 2015 19:43:15

De oudste

De oudste nog levende Nederlandse etappewinnaar in de Tour de France is inderdaad Jo de Roo (1937). De oudste nog levende Nederlandse Tourdeelnemer is Jos Suijkerbuijk (1929). Jos Hinsen is op 15 maart 2009 overleden.

Geplaatst door Fred, 30 januari 2015 19:52:28

Roks en Voorting

Ploegleider Kees Pellenaars was een Brabander, net als Van Est, Wagtmans en Roks. En Suijkerbuijk, niet te vergeten. Allemaal afkomstig uit de regio Breda. Op zichzelf niet zo vreemd dat The Boss meer van dat kwartet dan van Hollanders als Faanhof en Voorting gecharmeerd was. Niets menselijks was hem reemd. Maar waarom zou hij in de Giro als souffleur van Roks hebben gefungeerd. De roze trui van Voorting zou twaalf dagen lang goed geld hebben opgeleverd. Een eventuele ritzege van Roks zou heel wat minder geld in het laatje hebben gebracht. Ik kan me daarom niet voorstellen dat een goede rekenmeester als Pellenaars de lijstaanvoerder, op dat moment nota ook zijn eigen financier (!), in de steek zou hebben gelaten.

Overigens is het wel bizar dat de Haarlemmer ons drie dagen na de dood van zijn ex-collega Faanhof heeft verlaten. Ze waren niet alleen jaargenoten, maar hadden van ouds her veel met elkaar te maken. Dat begon in feite al tijdens de eerste naoorlogse Olympische Spelen, die van Londen 1948. Beiden maakten daar deel van de kopgroep uit, met een Zweed als enige concurrent. Piet Peters en Evert Grift controleerden het peloton. Goud voor super sprinter Faanhof leek dan ook zeker, net als een plak voor Gerrit. Helaas leed de Amsterdammer bandbreuk en dat was in die tijd nog catastrofaal.

Faanhof en Voorting zaten ook samen in de Tourploeg die voor het eerst onder leiding van De Pel naar Frankrijk trok. Beiden zochten ook Roosendaal als hun nieuwe pleisterplaats uit. Noch Henk noch Gerrit is er ooit in geslaagd kampioen van Nederland op de weg te worden. Daarentegen slaagden beiden er wél in om 92 jaar te worden en dat hebben maar heel weinig collega's voor elkaar gekregen. Ik zal beide heren gruwelijk missen en wens hun nabestaanden alle mogelijke kracht toe om dit enorme verlies te dragen.

Han de Gruiter

Geplaatst door Han de Gruiter, 31 januari 2015 01:52:18

credo Pellenaars

Beste Han, Het credo van d'n Pel in het geval een van zijn renners een leiderstrui droeg, was niet verdedigen, maar aanvallen. Een etappezege bracht veel meer op dan het dragen van een gele of roze trui. De enige uitzondering was in 1951 toen hij en Van Est, als enigen, van mening waren dat ze de gele trui op de Aubisque konden behouden. Het leidde tot het legendarische gebeuren van de val in het ravijn. Groet! Fred

Geplaatst door Fred, 31 januari 2015 11:16:02

Waarom dan klagen?

Maar als zelfs jij het credo van Pellenaars kent, waarde Fred, mag toch worden aangenomen dat het Gerrit Voorting eveneens bekend was. Dus moet hij hebben geweten dat Thijs Roks zich in die kopgroep niet tot louter meerijden zou beperken, wat trouwens ook niet zijn natuur was. Met welk recht heeft roze-truidrager Voorting zich dan ook beklaagd over het "verraad", zoals hij dat zag, van zijn ploegmakker?

Han

Geplaatst door Han de Gruiter, 31 januari 2015 16:45:29

Egoïsme

Beste Han, Omdat Gerrit Voorting een echte wielrenner was. Hij was in zijn tijd niet de minste, had een bepaalde status en binnen de ploeg heerste er een constante concurrentiestrijd met Van Est en Wagtmans. Bovendien hebbe toprenners een enigszins egoïstische inborst. Daarom stelde hij zijn eigen belang altijd boven dat van de ploeg. Heb ik het zo goed uitgelegd? Groet! Fred

Geplaatst door Fred, 31 januari 2015 16:59:42

Van Han aan Fred

Zit je weer naar complimentjes te hengelen? Nou vooruit dan, één schouderklopje, maar eerst zien dat ik ergens een klein trapje regel, want anders kom ik er niet eens bij.

In ruil daarvoor mag ik misschien nog even doorzeuren over Roks en Voorting. De kans dat Thijs die rit zou hebben gewonnen, was betrekkelijk klein. Wie een Italiaan in de kopgroep meeneemt, en zeker in eigen land, speelt met vuur. Het zijn vaak gewiekste jongens en in de spurt verre van traag. De Beer van Sprundel mag dan een Locomotief van formaat zijn geweest, sprinten was niet zijn sterkste wapen. Zoals ik altijd erg slecht in rekenen ben geweest.
Han

Geplaatst door Han de Gruiter, 01 februari 2015 01:31:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web