Uit de stalling van Peter R. de Fiets

© T&T Tekst & Traffic

“Het baanseizoen draait op volle toeren en de zesdaagsecoureurs strijken deze week neer in Rotterdam. Verwonderlijk is het daarom niet dat ik vandaag een echte baanfiets in de spotlights zet en wel de stayersfiets van Martin Havik. Martin reed achter de grote motor in de tijd dat hij een contract had bij de Italiaanse GIS-ploeg en in die ploeg werd op fietsen gereden van het merk Francesco Moser. Op de horizontale buis staat een sticker van de Super Prestige Pernod 1978, het jaar dat Moser eindwinnaar was van het wereldbekerklassement. Aangezien Martin Havik getrouwd was met een Italiaanse en daar ook woonde, paste het plaatje om voor het team van Moser uit te komen mooi in elkaar. Wat minder mooi in elkaar paste, waren de ...

... home-made stayersfietsen. Nederland had daar zowel in renners als in materiaal veel meer traditie in dan Italië. En zo werd de stayersfiets van Havik door Klaas Kwantes gemaakt. Kwantes was in de jaren vijftig beroepsrenner en na zijn carrière werd hij mecanicien en als zodanig heeft hij vele jaren voor de KNWU gewerkt. Op bestelling maakte hij zo nu en dan ook wel eens een frame, want Kwantes was een groot vakman.
Het stayeren is weer in opkomst en ik heb gehoord dat Harry Mater een aantal grote motoren opgekocht heeft, ik meen in Duitsland. Hij laat ze restaureren met als doel ze te gaan gebruiken op de baan van Alkmaar. Als ik ooit een eigen tentoonstellingsruimte krijg, zou ik er graag een in bruikleen hebben. Een stayersfiets wijkt in veel opzichten af van een gewone baanfiets. De voorvork lijkt omgekeerd in het frame geschoven, maar dat hoort zo. De voorbouw van het stuur is extreem lang en het zadel is ver naar voren geschoven. Beide zijn ondersteund door een stangensysteem om doorbuigen of afbreken te voorkomen. Dit alles, tezamen met het kleine voorwiel, heeft tot doel de renner zo dicht mogelijk achter de motor te plaatsen om een optimale zuiging te bewerkstelligen. Dat wordt ook wel abri genoemd. De renner draaide de grote molen, zoals dat in wielerjargon heet. Dit betekende een grote plaat voor met 66 tanden en achter 14 tandjes, goed voor een afstand van 10,06 meter per pedaalomwenteling. De velgen lijken van hout te zijn, maar dat is niet het geval. Ze zijn gemaakt van aluminium en omwikkeld met ballonstof om een optimale hechting te krijgen van de tubes op de velg. Een afloper is natuurlijk geen pretje bij een snelheid van 80 tot 100 kilometer per uur. Het bijzondere van de spaken is, dat ze op het punt waar ze elkaar kruisen aan elkaar gesoldeerd zijn. Dat zorgt voor een grotere stijfheid van het wiel. Ik zou zeggen: een heel gelukkig en voorspoedig nieuw jaar en hopelijk tot ziens op de baan in Rotterdam.

Tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 2 januari 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web