Uit de stalling van Peter R. de Fiets

© T&T Tekst & Traffic

“In 1972 stopte Jan Janssen als actief wielrenner. Had hij in deze tijd geleefd dan zou hij met zijn palmares multi-miljonair zijn geweest. Maar in die tijd werd je nog niet rijk van de sport, zelfs Eddy Merckx moest na zijn carrière nog aan de slag. Kort na zijn afscheid kreeg Janssen een aanbod van de Belgische fietsenfabriek Flandria. Zij zouden racefietsen gaan maken met de merknaam ‘Jan Janssen’. Zij zouden voor een loods vol met fietsen zorgen en Janssen hoefde alleen maar de fietsenwinkels in Nederland af te gaan om de orders te noteren. De tijd was ideaal. Nederland was in de hoogconjunctuur van de jaren zestig in hoog tempo geautomobiliseerd en de fiets werd van vervoermiddel een middel om te recreëren. Door zijn eigen successen en die van Zoetemelk in de Tour de France was er daarom veel vraag naar racefietsen. Ook de autoloze zondagen in 1973 hielpen de vraag flink opvoeren. Janssen verkocht fietsen bij de ...

... vleet en verdiende in die jaren veel geld. Maar hij was niet tevreden, want de kwaliteit van die fietsen was matig. Daar wilde hij zijn naam eigenlijk niet aan verbinden. Hij brak met Flandria en ging in zee met constructeurs die een veel betere kwaliteit leverden, maar die mannetjes alleen konden natuurlijk geen continuïteit garanderen. In 1979 kwam hij op een rijwielbeurs in Parijs in contact met een meneer Dumas, fabrikant van prachtige aluminium raceframes met de merknaam ‘Vitus’. Janssen werd importeur voor Nederland en hij was tevreden. Hij had én een superieur product én continuïteit. Maar daar vergiste hij zich in, want meneer Dumas overleed onverwachts enkele jaren later en hij had niet voor een opvolger gezorgd. Toen besloot Janssen dat hij niet langer afhankelijk wilde zijn van anderen en begon zelf te ontwerpen. Hij had ooit een technische opleiding gehad en die kwam hem nu eindelijk van pas. Hij ontwierp zijn eigen fietsen, selecteerde de materialen en liet die bij grote rijwielfabrieken op specificatie maken. Ze werden vervolgens in eigen bedrijf geassembleerd en afgemonteerd en zo zijn de echte Jan Janssen fietsen ontstaan. Maar de naam Vitus wordt nog altijd met respect uitgesproken en ik ben blij dat ik er één heb. Eentje zelfs waar Adrie van der Poel op gereden heeft.

Met mijn beste wensen voor een gelukkig nieuw jaar …

tot volgende week!”

Peter Ravensbergen

Door Fred van Slogteren, 26 december 2006 9:00

bontekoe

Omdat mijn
vader L.A.R.Althuijzen wat ouder was dan Gerrit Bontekoe jr en ook wielrende kwamen wij al op jonge leeftijd bij de fam Boentekoe
Ik vind het verhaal heel ook leuk,omdat ik als kleine jongen al bij de oude Bontekoe over de vloer/winkel kwam.
En natuurlijk ook later mijn racespullen bij hem en zijn zoon Gerrit kocht.

Gerrit zijn zonen runnen nu de winkel aan de loosduinseweg in Den Haag

Geplaatst door Jaap Althuijzen, 08 april 2007 15:59:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web