Uit de beeldentuin van Jac …

Ottavio Bottecchia werd geboren op 1 augustus 1894 in San Martino di Colle Umberto. Als jonge coureur deed hij mee aan wedstrijden en de eerste prijs die hij daarmee behaalde was een gouden horloge. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog maakte hij deel uit van een legeronderdeel dat was uitgerust met een soort vouwfietsen. Dat ging hem goed af, want als blijk van waardering voor zijn diensten werd hij onderscheiden met een bronzen medaille. 
Teodoro Carnielli, de eigenaar van een kleine fietsenfabriek en president van de ‘Associazione Sportiva di Vittorio Veneto’, gaf hem een racefiets cadeau en stuurde hem naar ... 
... de leiding van de ‘Unione Sportiva di Pordenone’. Daar vergaarde hij zijn eerste successen. De elfde editie van de Giro d’Italia in 1923 werd gewonnen door Costante Girardengo, maar Ottavio Bottecchia werd vijfde in het algemeen klassement als eerste van de deelnemende junioren en onafhankelijken. In de pers werd hij de beste man in de race genoemd en kreeg zijn eerste contract van Aldo Borella van de Franse firma Automoto. 
Voor die ploeg nam hij, nog steeds in hetzelfde jaar, deel aan de Tour de France. Hij zorgde meteen voor een verrassing. Aan het einde van de eerste etappe van 381 kilometer van Parijs naar Le Havre, was hij tweede van de meer dan tweehonderd deelnemers en werd toegejuicht door het publiek. De Franse pers loofde hem iedere dag weer en aan het einde van de Tour, die door Henri Pélissier werd gewonnen, stond Bottecchia nog steeds tweede. 
In 1924 reed hij wederom voor Automoto en demonstreerde opnieuw zijn klasse. Schijnbaar moeiteloos beklom hij iedere col in een perfecte cadans en vol zelfvertrouwen. Hij won vier etappes. Op 22 juli kopte de Gazetta dello Sport met vette letters: ‘Bottecchia triomfeert in de Tour de France en bereikt het doel dat sinds twintig jaar door elke Italiaanse coureur is nagejaagd’. Hij was niet alleen de eerste Italiaanse renner die de prestigieuze wedstrijd op zijn naam bracht, maar ook de eerste die de gele trui van begin tot het eind om de schouders droeg. 
Het jaar daarop, aan het einde van de Tour die bekend zou worden als ‘de Tour van het Lijden’ (‘le Tour de Souffrance’), kwamen slechts 49 van de 130 coureurs in het Parc des Princes aan. Bottecchia won opnieuw, met een voorsprong van meer dan 54 minuten op zijn ploeggenoot Lucien Buysse. Als een held werd hij in zijn thuisland ingehaald. Op 15 juni 1927 overleed hij in een ziekenhuisbed in Gemona del Friuli, nadat hij dertien dagen buiten bewustzijn heeft gelegen. De oorzaak van zijn dood is nog steeds door raadselen omgeven. Hij werd maar drieëndertig jaar.
In het bij Colle Umberto gelegen gehucht San Martino di Colle Umberto staat langs de provinciale weg P71 (Via Boscchetta) in de richting van Cordignano een groot marmeren monument dat daar in 1952, vijfentwintig jaar na zijn dood, is geplaatst. De tekst op de steen luidt: ‘Al campione del ciclismo medaglia di bronzo al Valor Militare’. Bovenin hangt een fietswiel dat omgeven is door een lauwerkrans. Links ervan is in 1994, ter herdenking van zijn honderdste geboortedag, nog een andere gedenkplaat geplaatst. Een soortgelijke plaat aan de rechterkant herdenkt zijn vriend, helper en en trainingsmaat Alfonso Piccin, die hem ooit heeft aangespoord om beroepswielrenner te worden met de tekst: ‘Al fedele gregario’.
Tot over veertien dagen!
Jac Zwart
Deze en een veelvoud aan andere wielermonumenten zijn te vinden in een serie e-boeken die zijn te downloaden van de website www.xinxii.nl en geschikt om te lezen op een iPad of andere e-readers.

Door Fred van Slogteren, 2 augustus 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web