Uit de ordners van Jan

“Vandaag aandacht voor een Nederlandse zesdaagse, en wel die van Maastricht. Tussen 1976 en 1987 waren er 12 edities in de toenmalige Eurohal, waarna het financieel onhaalbaar bleek het evenement voort te zetten. En misschien was het aantrekken van de economie reden dat tussen 28 september en 3 oktober jongstleden in het MECC de dertiende Zesdaagse van Maastricht werd verreden. Winnaars waren de Zwitsers Marvulli en Risi. En hierbij blijft het niet want er ligt een overeenkomst tussen de Stichting Euro Zesdaagse en het MECC Maastricht voor een periode van nog twee jaar. Heel positief voor de florerende baanwielersport in Nederland!

In het verleden eindigden twee edities van de Maastrichtse Six op 18 december. Danny Clark won op die datum in 1984 met René Pijnen en in 1985 met Tony Doyle. Pijnen is in Maastricht recordhouder met zes overwinningen, twee maal met Gerrie Knetemann, tweemaal met Ad Wijnands en eenmaal met zowel Danny Clark als Dietrich Thurau. Daarnaast nam hij deel aan 11 van de 13 edities en dat is ook een record.

Acht maal stond een van de meest bijzondere en kleurrijke coureurs aan de start, de Belg Willy Debosscher. De ‘clown van de piste’ werd geboren op ...

... 14 februari 1943 en was prof tussen 1969 en 1985. Zoals vermeld stond hij in Maastricht acht keer aan het vertrek met twee zesde plaatsen als beste klassering. En wat velen niet weten, hij won in zijn profbestaan vier wegkoersen en ook vier zesdaagsen. In 1973 was hij met Eddy Demedts de sterkste in Detroit, in 1979 en ‘80 won hij met Pietro Algeri in Montreal en in 1983 werd met Stefan Schropfner de zege in de Zesdaagse van Buenos Aires behaald. De inmiddels 63-jarige Belg won op 14 juni 1972 de Profronde van Arnhem door Jan Janssen en Leo Duyndam in de sprint te kloppen.

Renner van de week is deze keer geheel in de stijl van de tijd van het jaar een veldrijder. Kees van der Wereld was vorige week dinsdag jarig, hij werd 51 jaar geleden in Nieuwkoop geboren. Ik citeer het blad Wielersport uit december 1980: ‘Was vroeger bloemist en is sinds februari 1980 rijwielhersteller. Nadat hij actief voetballer en schaatser was geweest werd hij in 1968 jeugdrenner. In 1971 begon hij als aspirant in nationale wedstrijden te rijden. Heeft in de lagere categorieën 15 wegwedstrijden gewonnen. Is vooral bekend geworden als veldrijder. Reed in alle categorieën naar overwinningen en behaalde in 1973 de nationale titel. Reed in 1976 Olympia's Ronde en werd toen negende in het eindklassement.
Beroepsrenner sinds 1 december 1977. Bracht tot en met het seizoen 1979-1980 zijn totaal aantal veldritzeges (alle categorieën) op 41. Nederlands kampioen (beroepsrenners) in 1978, ‘79 en ‘80. Was als beroepsrenner driemaal deelnemer aan het wereldkampioenschap veldrijden. Reed dit seizoen (1980, JH) erg weinig op de weg en stelde alles in op de voorbereiding van het veldritseizoen 1980-1981. Reed achtereenvolgens voor Gios-Zodiac en (sinds 1979) De Uitkomst-Riejan Sport's Gazelle,’, aldus auteur Ad Vingerhoets.
Van der Wereld zou nog tot en met 1988 prof blijven.

Wat schreven de kranten in het verleden op 18 december? ‘Kneet valt weer in de prijzen’, lees ik op de Telesport-pagina’s van de Telegraaf van 18 december 1983. ‘Een eenvoudige bos tulpen zwiept in mijn nek, terwijl ik (verslaggever Ron Couwenhoven) met soigneur Cock van Leeuwen sta te praten. Kneet kijkt grijnzend achterom. Alsof hij niet weggeweest is. Bijna negen maanden na zijn verschrikkelijke val in Dwars door België is hij weer terug in de race. Hij heeft net een afvalkoers gewonnen. Geroutineerd onderwerpt hij zich aan het ritueel. Bloemetje, kus van de miss, op de foto met de sponsor, zwaaien naar het publiek, ereronde, droog zweethemd aan, even rusten in de cabine en dan weer in het zadel. Aan de zijde van de Duitser Horst Schütz rijdt Gerrie Knetemann weer zijn eerste serieuze wedstrijd. De eerste avond draaide hij erg goed. Veel zegt het hem niet. ‘Misschien zit ik over een paar dagen in de problemen. Tenslotte beginnen de voornaamste problemen tijdens een zesdaagse bijna altijd op de derde dag. Ik ben er niet bang voor. Het voornaamste is dat ik nu weer volop train en koers en dat mijn been stukken vooruit is gegaan. Van mijn pols heb ik bijna helemaal geen last meer. Dus het zal allemaal best in orde komen.’ Uiteindelijk zou het Nederlands-Duitse koppel vijfde worden en de winnaars waren de Duitsers Albert Fritz en Dietrich Thurau.

In 1985 schreef De Gelderlander over een gul gebaar van Fred Rompelberg. Ruim een maand ervoor verbeterde hij in Moskou tweemaal het werelduurrecord indoor. Over zijn eerste recordpoging (81,339 km. in het uur en 1.13,46 voor de honderd kilometer) was hij niet zo tevreden. Fred wilde daarom nog een keer rijden en deed dat vijf dagen later, o, beter geacclimatiseerd tot respectievelijk 86,449 km en 1.10,14 te komen. Daar was echter wel een gul gebaar van Nederlandse zijde voor nodig. Rompelberg kreeg pas toestemming voor zijn tweede poging als hij een van de twee gangmaakmotoren als tegenprestatie aan de baandirectie cadeau zou doen. De reservemotor was echter eigendom van de KNWU. Geen probleem, dacht de Limburger. De renner was van mening dat wel te kunnen toezeggen als hij de bond de kostprijs - zo'n 4000 gulden - zou vergoeden. Helaas, stelde de KNWU dit gebaar niet op prijs en stuurde Rompelberg een boze brief plus een rekening van 15.000 gulden. Omdat hij dit bedrag te gortig vond probeerde Rompelberg de in Moskou achtergelaten motor terug te krijgen. Uiteindelijk lukte het om de motor te ruilen tegen een inmiddels door Rompelberg zelf aangekochte, officieel door de UCI goedgekeurde, motor. De KNWU ging akkoord met deze regeling. Luidt het spreekwoord niet: Wie met andermans veren pronkt zal nooit keizer worden"?

Op 18 december 1989 kreeg Theo Akkermans uit de Koga Miyata ploeg van Egbert Koersen de eerste prijs in het Gazelle klassement overhandigd. De titel van beste en regelmatigste wieleramateur van het seizoen werd zodoende zijn deel. Achter Akkermans eindigden Pierre Duin, Maarten den Bakker, Joost van Adrichem, Eric Knuvers, Patrick Rasch, Tonnie Teuben, Richard Luppes, Harm Jansen en Wilco Zuyderwijk. Akkermans reed een paar jaar als prof in de Spaanse Lotus Festina ploeg en boekte een zege in een koers in Zweden. Van Pierre Duin is mij geen profavontuur bekend, uiteraard wel van Maarten den Bakker die in 1990 prof werd en dat nog steeds is.

Erik Breukink en Leontien van Moorsel vielen in de prijzen tijdens de verkiezing van de sportman en sportvrouw van het jaar 1990. Beiden kregen in het Congresgebouw van Den Haag de Jaap Eden trofee uitgereikt. Breukink won twee etappes in de Tour de France en eindigde als derde in het eindklassement. Bovendien won hij de Ronde van Ierland en schreef hij de wereldbekerfinale op zijn naam. Hij bleef schaatser Ben van den Burg, motorcoureur Hans Spaan en roeier Frans Göbel voor.
Leontien van Moorsel werd in Japan wereldkampioen achtervolging en met Monique Knol. Cora Westland en Astrid Schop eerste in de ploegentijdrit. De Joekel van Boekel bleef zwemster Marianne Muis, triatleet Thea Sybesma en atlete Elly van Hulst ruim voor.

Tot slot naar 18 december 1994. De zesde Super Prestige veldrit van het seizoen was op Belgisch grondgebied maar kreeg daar een oranje kleurtje. De 35-jarige Adrie van der Poel was de sterkste in Overijse. Na hem kwamen Wim de Vos en Richard Groenendaal over de streep. De Tsjech Radomir Simunek behield door zijn vierde plaats de leiding in het SP-klassement. De drie Nederlanders kwamen erg sterk uit de startblokken en bleven lang bijeen. Vier ronden voor het einde sloeg Van der Poel tijdens een klimmetje een gat van vijftig meter. De Vos en Groenendaal lieten de routinier verder ongemoeid en sprintten om plaats twee.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


Door Fred van Slogteren, 18 december 2006 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web