Vijf bidons in tien seconden …

Sinds de start van de Tour wordt de discussie erover vooral beheerst door de
valpartijen. Dit keer zijn niet alleen de knechten en vederlichte klimgeiten het slachtoffer, maar ook de vedetten zelf gaan onderuit. Potentiële winnaars haken huilend af en dat is reden voor veel geklaag. Vooral in kranten en op TV barst het van de zieners die zeker weten dat het nu allemaal veel erger is dan vroeger. Heel eerlijk geloof ik daar geen bal van. Het grote verschil met vroeger is dat tegenwoordig elke scheet publicitair wordt uitvergroot. Helaas zijn de zogenaamde napraatprogramma niet meer beperkt tot alleen voetballen. Lang leve de kijkcijfers. 
Iedereen die ooit zelf op een racefiets in koersen zat, weet dat een onvrijwillige kennismaking met asfalt of klinkers erbij hoort. Meestal beperkt zich de schade tot schaafwonden, soms breek je wat. Af en toe gaat het echt fout en komt iemand met ernstige kwetsuren in het ziekenhuis terecht en gelukkig maar een heel enkele keer komt er iemand om het leven. Direct gevolgd door ... 
... de roep om maatregelen. Maar hoe effectief zijn die als het om domme pech gaat? Daar komt bij dat renners meer dan eens zelf schuldig zijn aan hun buiteling. Deze Tour kent meerdere sprekende voorbeelden. Zoals Talansky die in volle spurt opzij kijkt, of Contador die meent met tachtig kilometer per uur in de afdaling nog iets uit zijn achterzak te moeten halen en natuurlijk Cavendish die al jaren vindt dat iedereen in de spurt voor hem opzij moet.
In de waaier gooien
Uit mijn nieuwelingentijd herinner ik me Marcel Pennings (foto), een grote sterke vent uit Nieuw Vennep. Hij won regelmatig en werd daarna amateur bij de Vredesteinploeg. Marcel zat er bij de eerste klassiekers meteen goed bij. Daarbij zeker ook gesteund door een zeer brutale manier van zich in de waaier gooien. Hoe het nu is in het peloton weet ik niet, maar eind jaren zestig en ook daarna was dat vragen om problemen. Weldra hadden ze hem door. Dat geforceerd inbreken in een waaier eindigde vervolgens vaak op het asfalt. In mijn herinnering zie ik Marcel altijd met pleisters op ellenbogen en knieën. Ooit maakte Roy Schuiten korte metten met een renner die ronde na ronde in bochten gevaarlijk binnendoor of buitenom passeerde. Tot Roy het zat was. Vlak voor me reed hij hem bij de eerstvolgende bocht het trottoir op.
Angst en incompetentie
Donderdag zag ik Trentin een klotestreek uithalen. Dankzij fantastisch stuurwerk van Degenkolb ontaardde het niet opnieuw in een massale valpartij. Trentin werd teruggezet naar de laatste plaats. Het is zo’n maatregel die iets te nadrukkelijk ruft naar angst en incompetentie. Hoe lang moeten we nou nog wachten voordat een jury het lef heeft om zo’n daad met onmiddellijke uitsluiting te bestraffen? Het onnodig in gevaar brengen van anderen is toch reden genoeg.
Onvoorspelbare voorzienigheid
Ter afsluiting twee voorbeelden van hoe fout of goed dingen soms gaan. De val van Lars Bak in de kasseienetappe was er één van. Er vielen er meer, maar Lars onderscheidde zich door de domheid om tijdens het vallen zijn stuur te blijven vasthouden. Waarom de voorzienigheid hier wel ingreep en afgelopen donderdag in Oost-Oekraïne niet, zal wel eeuwig een raadsel blijven, maar Lars zijn geluk lag in een kleine greppel langs de weg. Het bood zijn hoofd net genoeg ruimte voor de salto met fiets en al. Wie stuurt deze jongen eens naar een cursus valbreken?
Tenslotte de schoonheid plus vaardigheid samengebald in tien seconden. Inderdaad, hij kreeg het voor elkaar, de verzorger die in tien seconden tijd feilloos vijf bidons wist uit te delen aan de hem voorbij flitsende wielrenners. Over concentratie en coördinatie gesproken. Zou je voor zoiets een lintje kunnen krijgen? (Foto: archief dewielersite.net)
Tot een volgende keer!
Joep Scholten  
Door Fred van Slogteren, 20 juli 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web