Om te janken, zo mooi!

Afgelopen week stond in De Gelderlander een mooi artikel over Jacques Anquetil. Peter Winnen refereerde er donderdag jl. ook aan in zijn wekelijkse column in de NRC. De verleiding is groot de gestoordheid van de mens Anquetil hier nog eens breed uit te meten. Ik zie er van af maar blijf wel zitten met de vraag; wat zou er met de mens Anquetil zijn gebeurd als hij niet de onschendbaarheid van een wielervedette aan zijn kont had hangen? Maar hij was een Fransman en won vijf maal de Tour, met ook nog eens een president die zich niet druk wenste te maken over dopinggebruik. 
Meer heb je niet nodig om een justitiële vervolging wegens incest en ander seksueel grensoverschrijdend gedrag te ontlopen. Daarbij had hij ook nog de mazzel ongevoelig te zijn voor ... 
... de nare bijverschijnselen die met doping gepaard gaan. Althans zo leek het lang. Monsieur Chrono was grootgebruiker en koketteerde daar zelfs mee. Bovendien zoop hij als een ketellapper. Het waren de jaren vijftig en zestig en Johnny Cash en Elvis zopen en snoven ook alles wat verboden was. Jacques stierf relatief jong. Maagkanker. Alcohol neemt de tijd om mensen te slopen.
Dokter Dick
Ooit bezocht ik huisartsen en een paar daarvan hebben zich blijvend in mijn systeem gevestigd. Met name die ene, Dokter Dick noemde ik hem en hij sprak mij aan met Professor. Dick was ongeveer twintig jaar ouder en stierf aan maagkanker. Nee, hij deed niet aan hardfietsen, hij was huisarts en wel op een allesomvattende manier. Hij was wel gek van sport en samen met een collega huisarts heeft hij enkele jaren de medische begeleiding van de FC Twente spelers verzorgd. 
Monty Python
Zijn sterkste kant was zijn directe manier van communiceren en zijn openhartigheid. Ons eerste contact, ik was net 23 en nog maar een paar dagen op pad, veranderde mijn kijk op de medische wereld definitief. Een kwart eeuw later ging hij met pensioen. Die dag schoof een eindeloze rij keurig in het pak gestoken rekkelijken en bevindelijken langzaam de Rijssenseberg omhoog. Men wilde hem bedanken en nog één keer de hand  schudden. Ook in wielerkringen was dokter Dick geen onbekende. Samen met Bert Boom verzorgde hij soms een lezing. Ik heb het zelf niet meegemaakt, maar Monthy Python moet erbij in het niet gevallen zijn. 
Geraniums
Ons laatste contact was onverwacht en kenmerkend. Op het adres waar ik me meldde kreeg ik te horen dat de dokter ziek was. Nee, de praktijk was niet gesloten; ze hadden een waarnemer. Op dat moment hoorde ik een bekende stem en keek naar het bijpassende hoofd dat om de deur verscheen. “Hé Professor, ga even naar de wachtkamer, ik ben zo klaar.” Eenmaal tegenover hem, gezeten kon ik het niet laten en vroeg: “Zeg dokter Dick, wanneer ga je nou eens achter de geraniums zitten?” 
Te lang en te veel
Hij glimlachte en vertelde vol vuur over zijn werk. Vijf dagen per week was hij in de weer met invallen voor ziek, zwak en misselijke collega’s en hij deed er ook nog een asielzoekerscentrum bij. Op zijn antwoord, “Ach jongen, het is een roeping”, wist ik niets beters te antwoorden dan “van jou ben ik bereid dat te geloven.” Hij was toen 71. Een half jaar later stierf hij. Het fundament daarvoor had hij zelf gelegd door te lang en te veel te drinken. Ik durf te beweren dat zijn patiënten daar nooit nadeel van hebben  ondervonden. 
Hielenlikkerij
Voor dokter Dick staat nergens een gedenkteken, voor Jacques Anquetil meerdere. Gezien de onthullingen over zijn levenswandel begint dat toch wat gênante trekjes te krijgen. Gelukkig ging hij op tijd dood en hoeven we ons niet plaatsvervangend te schamen bij de jaarlijkse hielenlikkerij die oud-wielervedetten ten deel valt zodra de Tour de France weer wordt verreden. Graag fulmineren daar weer oude winnaars over een sport die toen zo rot was als een mispel. Uiteraard is de interviewende journalist in blinde adoratie kritiekloos.  
Misschien moeten we daar eens aan denken als de bekende namen weer de revue passeren en voor de zoveelste keer schaamteloos uitpakken. Eigenlijk zonde van de tijd, zoals het voetbal de afgelopen weken maar weer eens bewees. Voor analyses moet een onderwerp interessant genoeg zijn en zijn hersens onontbeerlijk. Natuurlijk ga ik kijken naar de mooie beelden van een voortjagend peloton in een nog mooier landschap. Geluid uit. Soms draai ik er zelfgekozen muziek bij. Moet u ook eens proberen. Als je het goeie nummer te pakken hebt, is het ‘Om te janken zo mooi’.
Tot een volgende keer!
Joep Scholten
Door Fred van Slogteren, 6 juli 2014 10:00

Anquetil

Een late reactie op het stuk van Joep Scholten
Tot voor enkele jaren wist ik niets van het liefdesleven van Anquetil. Eerlijk gezegd het interesseerde mij ook niet. Ik wist wel dat hij getrouwd was met Janine Boëda, de vrouw van zijn lijfarts André Boëda en dat Janine twee kinderen had uit haar eerste huwelijk.
In een kort tijdbestek las ik in een aantal publicaties (kort samengevat) het volgende over de “seksuele” escapades van Anquetil.:
“Anquetil was getrouwd met Janine, moeder van twee kinderen uit een eerder huwelijk. Anquetil verwekte een kind bij de dochter van Janine en vervolgens een kind bij haar schoondochter.”
De lezer mag zelf zijn conclusie trekken.
Joep heeft zijn conclusies getrokken.

Het laatste jaar heb ik me verdiept in het fenomeen Anquetil en stuitte ik uiteraard op zijn liefdesleven. Dit bleek toch meer genuanceerd en in mijn ogen minder banaal te zijn, dan ik eerst dacht.
Anquetil wilde graag een kind van Janine, maar na twee moeizame bevallingen en twee miskramen gevolgd door een medische ingreep, kon zij geen kinderen meer krijgen. De kinderwens van Anquetil was zo groot, dat hij voorstelde om een draagmoeder in te schakelen, desnoods een prostituee die hij dan gedurende negen maanden zou betalen. De baby zou dan opgenomen worden in het gezin Anquetil. Janine zag dat niet zitten en na maandenlang discussiëren over dit onderwerp, kwam zij met het voorstel om haar dochter en Anquetils stiefdochter tot draagmoeder te maken, uiteraard met volledige instemming van dochter Annie. In 1970, nadat zijn carrière beëindigd was, verwekte Anquetil een kind bij Annie Boëda. Hij was toen 36 en zij 19 jaar oud. Jacques Anquetil, echtgenote Janine, stiefdochter Annie en het dochtertje Sophie woonden op het kasteel van Anquetil (Les Elfes). Het was een merkwaardige “ménage à trois” waar de buitenwereld nogal vreemd tegen aan keek. Sophie Anquetil schreef in 2004 ( op 34 jarige leeftijd en 17 jaar na de dood van Anquetil) een boek getiteld: “Pour l’amour de Jacques” en daaruit heb ik onderstaand tekst ontleend:
“Je veux simplement raconter comment j’ai été le centre d’une magnifique histoire d’amour. Révéler le destin d’une femme qui, par amour pour son homme, lui offre sa fille-laquelle, par amour pour eux, leur donne une enfant, c’est moi. Cet homme, c’est mon père: Jacques Anquetil.”
Mijn vertaling, die veel minder mooi is dan de oorspronkelijk Franse tekst (Grijze Gruit, die dezelfde leraar Frans had als ik, zou het wellicht beter vertaald hebben).
Sophie Anquetil: “Ik wil eenvoudig vertellen, hoe ik het middelpunt ben geworden van een schitterende liefdesgeschiedenis; openbaar maken het lot van een vrouw, die uit liefde voor haar man, hem haar dochter schenkt. Welke op haar beurt, uit liefde voor hen, hun een kind geeft. Dat kind, dat ben ik. Die man, dat is mijn vader: Jacques Anquetil.”

De driehoeksverhouding hield vele jaren stand. Toen er na ongeveer vijftien jaar waarschijnlijk door jaloezie scheurtjes ontstonden in de relatie, werd het Annie teveel. Zij vertrok uit Les Elfes, met achterlating van dochter Sophie, en betrok een appartement aan de Cote d’Azur. Anquetil haalde de zoon van Janine, Alain, met zijn vrouw Dominique en zoontje Steve naar het kasteel, in de hoop dat Annie dan terug zou keren. Dit werkte averechts. Anquetil en Dominique werden verliefd op elkaar en Janine verliet ook het kasteel. Dominique werd de nieuwe “kasteelvrouwe”. Uit de relatie tussen Anquetil en Dominique werd op 2 april 1986 zoon Christophe geboren. Anquetil was toen 52 jaar en Dominique 36 jaar. Op zijn sterfbed verzoenden Anquetil en Janine zich met elkaar. Janine gebruikt nog steeds de achternaam Anquetil.
Duidelijk mag zijn dat hier geen sprake is van incest of seks met minderjarigen. Het blijft natuurlijk, zeker in de ogen van Calvinistisch Nederland, een apart verhaal. Als we ons verplaatsen in het Frankrijk van de vorige eeuw, wordt het al anders. Heel veel Franse mannen uit de betere bourgeoisie hadden een maîtresse. Zo ongeveer alle Franse presidenten (wellicht op De Gaulle na) hielden het met meerdere vrouwen en hadden meer dan eens buitenechtelijke kinderen
De bronnen die Peter Winnen en Joep Scholten gebruikt hebben, heb ik niet. Mijn materiaal komt uit boeken geschreven door Janine Anquetil en Sophie Anquetil. Uiteraard zijn beide vrouwen niet geheel objectief en zullen ze het mooier verwoorden dan dat het was, maar ik geloof hun verhaal wel.

Geplaatst door Piet van der Meer, 19 augustus 2015 19:27:36

monsieur Chrono

Ja Piet, Frankrijk is een mooi en bijzonder land. Met een beetje dubbele moraal aangaande het sexuele. Hoewel dat bij de huidige generatie wel aan het verschuiven is.
Toch blijft er nogal wat hangen. Kijk naar DSK. Hij is publiekelijk nooit veroordeeld. Integendeel.
Om bij onze geliefde wielersport te blijven; wat te denken van Virenque. Verschijnt een jaar of wat geleden met een nieuwe vlam van 19 in het openbaar. Allebei strak in het zwarte leer. Zijn nog zo recente verleden als tricheur en zijn familie achter gelaten en opnieuw door het Franse publiek op het schild gehesen. Vive la France.
Kijk, van Monsieur Chrono, die in bed niet op 5 minuten keek, deugt wat dat betreft natuurlijk ook helemaal niets. Mijn professeur van de Franse les, een Normandische historicienne, gepromoveerd (docteur en histoire) en dus weldenkend, gruwelt er ook van.
Dat heeft dus allemaal niets met calvinisme te maken, maar alles met “la conscience morale”. Denk ik dan.

Geplaatst door theo, 19 augustus 2015 23:53:30

Objectiviteit

Dag Piet,

Je zegt het zelf al; beide vrouwen zijn wellicht niet geheel objectief. Daarmee zijn ze vrijwel net zo weinig objectief als elke menselijke waarneming, incluis die van die van mij en Peter Winnen.

Over de objectiviteit van biografieën of juist het ontbreken daarvan, kun je boeken schrijven. Een voorbeeldje.

Als ik mijn straatje uitloop en linksaf sla, gaat het richting bos. Daarin staat een mooi kasteelachtig landhuis. Een rijke weduwe gedraagt zich daar als douairière.
Ik sprak haar laatst omdat mijn hond met warm weer eens de oversteek had gemaakt voor een illegale duikt in haar mooie diepe vijver. Bij dat landhuis hoort een boerderij en daarin woont Ton. Hij beheert er een website en doet verder nog wat in de communicatie en behandelt mensen met psychische problemen.
Op haar verzoek is hij begonnen aan haar biografie, het leven van die dame kent namelijk een paar zeer interessante wendingen. Hij liet me meelezen, maar is er inmiddels mee gestopt. Er bleek een groot verschil in mening over wat er wel of niet in die biografie mocht staan. Bijv. dat haar zoon een tot op het bot verwende nietsnut is en nog steeds de grote jongen uithangt met het kapitaal van zijn moeder was voor haar een no-go area.

Zoiets kennen we ook uit de wielersport, bijv. de eerste biografie van Joop Zoetemelk bleek keurig opgeschoond ten faveure van Joop.

Laten we het erop houden dat Jacques Anquetil een geweldige renner was maar ook een ras opportunist. In zijn tijd drogeerde zich vrijwel elke renner, maar daarover openlijk praten, laat staan je spijt over uitspreken blijkt slechts weinigen gegeven. Monsieur Chrono hoorde daar in ieder geval niet bij.

Geplaatst door joepscholten, 21 augustus 2015 12:13:01

Anquetil

Het Verhaal van Piet van der Meer is zeer informatief en onderbouwd.
Iedereen die ooit met Anquetil kennis heeft gemaakt, vindt hem een zeer discreet en aimabel mens en daarbij behoren integere mensen als Jan van der Horst en vooral Ab Geldermans.
Misschien was 'Anquetil wel de Prins Bernard van het cyclisme'.

Geplaatst door jan zomer, 21 augustus 2015 13:28:38

Levensgenieter Anquetil

Hoe velen van ons hadden het 'voorrecht' oog- en oorgetuige van Anquetil's escapades in de slaapkamer te zijn? Waar halen wij dan het morele recht vandaan over die man te oordelen? Is dat niet wat hypocriet? Als ik de 'sterke' verhalen moet geloven, zijn er aardig wat renners die ver van huis wel eens buiten de pot hebben gepiest. En hoeveel oud-renners zijn er helemaal die ook na hun carrière nog altijd met dezelfde vrouw zijn? "Oordeel niet, opdat ge zelf niet geoordeeld worde", placht vader zaliger te zeggen. Ik zou eraan willen toevoegen: "Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen."

Voor een goed begrip: als de vroomste katholiek van Den Haag en verre omstreken krijg ook ik braakneigingen van het gedrag dat waarnemers Jacques Anquetil 'hors course' toeschrijven, maar laten we dan ook niet vergeten dat hij onder zijn collega's (Jan Zomer stipte het al aan) heel gezien was. Mag ik herinneren aan een ervaring die zijn ploegmaat Arie den Hartog ooit opdeed? Sjaak was door pech opgehouden, Arie kneep in de remmen en kon Monsieur Chrono vervolgens amper een dienst bewijze. Integendeel, werd bijna gelost tijdens de jacht naar het peloton. Niemand die er nog aan dacht, maar na het seizoen overhandigde Anquetil onze landgenoot een envelop met een heel leuk bedrag. Zo was de man dus ook!

Geplaatst door Han de Gruiter, 21 augustus 2015 14:19:01

nogmaals Anquetil

Beste Joep, Jan en Johannes (Han), ik had beter kunnen schrijven beste 3 J’s
Objectiviteit bestaat m.i. niet. De mooiste zin welke ik daaromtrent gelezen heb, is afkomstig uit het boek “Op pad met wielrenners” geschreven door Dr. Gerard Daniëls, destijds arts van de BWB. Ik citeer: “Mijn boek is uiteraard subjectief, maar toch getoetst aan de objectieve documentatie , die ik al die tijd heb bijgehouden.”
Zolang die toetsing gebeurt, heb ik weinig problemen met subjectiviteit. Wat betreft het opschonen van het boek over Joop Zoetemelk: Het boek ging vooral over zijn wielercarrière en de mening van anderen over hem. Dat zijn toenmalige en destijds nog levende echtgenote aan de drank was, dat ging (buiten de kring van familie en vrienden) niemand wat aan. Dat Joop dat buiten de publiciteit hield, dat sierde hem.
Terugkomend op Anquetil en zijn dopinggebruik: Anquetil was juist een van de zeer weinige renners die openlijk toegaf middelen te gebruiken, welke later op de dopinglijst voorkwamen. Anquetil zei bijna letterlijk (maar wel in het Frans): Je moet wel een imbeciel zijn om te geloven dat je 235 dagen per jaar wedstrijden kan rijden, zonder gebruik te maken van bepaalde middelen. De eerste dopinglijst verscheen pas in 1967. Formeel gesproken heeft Aquetil tot 1967 geen doping gebruikt, om de eenvoudige reden dat er geen lijst bestond met verboden middelen. In 1967 stelde de medische commissie van het IOC voor het eerst een dopinglijst vast. Op deze lijst werden alleen stimulantia en narcotica vermeld inclusief bèta-2 agonisten (astma bestrijders). De KNWU publiceerde via haar orgaan “Wielersport” op 13 juli 1967 een dopingreglement. Uitgerekend op die dag overleed Tom Simpson, mogelijk mede veroorzaakt door dopinggebruik.
Anquetil en zijn ploegleider Géminiani hadden het niet over dopinggebruik, maar over het gebruik van middelen welke de gezondheid van de renner bevorderden. Deze op het eerste gezicht wat dubieuze stelling, wordt bevestigd door de lange carrière van Anquetil (1953-1969). Hij zal op gepaste tijden en in goed overleg met artsen middelen tot zich genomen hebben, zonder dat hij zijn gezondheid en de gezondheid van zijn nakomelingen in gevaar bracht.
Wat betreft de “seksuele” escapades van Anquetil. Buiten het verwekken van kinderen bij zijn stiefdochter en stiefschoondochter wordt hij er van beticht zo ongeveer elke nacht vreemd te gaan, ook tijdens zijn carrière. Er is in de wielerhistorie geen vrouw geweest buiten Janine Anquetil, die zo vaak dag en nacht aanwezig was bij haar man. Alleen tijdens de Tour de France mocht zij op grond van de Tourreglementen niet bij hem zijn. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat Anquetil vreemd ging, terwijl zijn vrouw bij hem was.
Ter onderstreping van de woorden van Jan Zomer en Han de Gruiter over het sociale en aimabele gedrag van Anquetil het volgende. In de Tour van 1961 was na het uitvallen van Ab Geldermans, Charlie Gaul ongeveer de enige echte tegenstander van Anquetil. In de eerste Pyreneeënrit was Gaul bezig een deel van zijn achterstand goed te maken. In de laatste afdaling kwam hij zwaar ten val, maar wist wel de etappe te winnen. Hij vreesde voor de volgende dag. De ploegleiding van de Franse Nationalen adviseerde Anquetil om de volgende dag voluit in de aanval te gaan om zodoende Gaul definitief van hem af te schudden. Anquetil weigerde: “Je valt geen gewonde tegenstander aan.” In die zelfde Tour was er tien dagen later een tijdrit van ca 80 km. Anquetil startte als laatste, Gaul als voorlaatste. Na ca 75 km had Anquetil Gaul te pakken. Op dat moment was Anquetil al zeker van de winst in de tijdrit en de winst van de Tour. Uit respect voor Gaul , haalde hij hem niet in en bleef hij ca 30 meter achter hem rijden. Ter vergelijking: In de slottijdrit van Parijs-Nice van 1969 startte Merckx als laatste en Anquetil als voorlaatste. Op exact 300 meter voor de finish, Mercks wist dat hij zowel de tijdrit als Parijs-Nice zou winnen, stoof Merckx Anquetil voorbij. In de onvolprezen en helaas niet meer verschijnende Wielerexpress van Jan Zomer, in dit geval de uitgave van 1985, staan schitterende foto’s van beide bovengenoemde feiten.

Geplaatst door Piet van der Meer, 21 augustus 2015 20:13:00

Bravo bakkerszoon!

Alle respect voor je betoog, beste Piet van der Meer. Ik ben trots op je. Waardig stuk tekst, met een fikse dosis objectiviteit geproduceerd. Je ontpopt je steeds meer als een belezen mens dat altijd op zoek is naar de keiharde feiten. Je bent nooit te betrappen op gehuil met de wolven en laat ieder mens in zijn of haar waarde, ongeacht de goede of kwade faam die iemand bij de goegemeente heeft verworven. Je lijkt wel een mens. Fijn weekend!

Han de Gruiter

Geplaatst door Han de Gruiter, 21 augustus 2015 23:50:20

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web