Uit de ordners van Jan …

De eerste Nederlandse renners die in de Tour de France hebben gereden waren de Zeeuw Theofiel Middelkamp en de Brabanders Albert Gijsen en Antoon en Albert van Schendel. Samen met vier Zwitsers vormden ze één ploeg. De ploegleider was de journalist Joris van den Bergh, maar die was vanwege de kosten in Nederland achtergebleven. De renners beschikten evenmin over een mecanicien en voor de verzorging konden ze tegen betaling gebruik maken van een soigneur van de organisatie. De gebroeders Van Schendel waren wel in Brabant (Lage Zwaluwe) geboren, maar ze woonden in Zuid-Frankrijk nadat ze in 1926 met hun ouders, broers en zusters waren geëmigreerd en in de buurt van Toulouse terechtgekomen. Hun vader begon daar een boerenbedrijf. Het werd een mislukking en in 1933 keerde de familie gehalveerd en teleurgesteld terug naar Nederland. De vijf ... 
... oudste kinderen, vier jongens en één meid, bleven in Frankrijk achter, omdat ze er hun bestemming hadden gevonden en niet terugverlangden naar de armoe in de Zonzeelse polder. 
Antoon en Albert verdienden de kost als boerenknecht. Zes dagen hard werken op het land en op zondag na de kerk een stukje fietsen. Zo raakten ze eens verzeild in een peloton amateur-wielrenners, die de Nederlandse knapen op hun gewone fietsen niet uit het wiel konden rijden. De andere dag stond Sylvain Marcaillou bij hen op de stoep. Hij had meegereden in dat peloton en vroeg of ze geen lid wilden worden van zijn club. Ze konden daar nog wel wat goede renners gebruiken. Hij be¬zorgde hen ook een baantje in de fietsenfabriek van France Sport in Toulouse, sponsor van een ploeg waar ook de bekende Fransman Antonin Magne als prof voor reed. 
Extra helpers voor Magne
Nadat Albert in 1935 de Omloop van het Westen had gewonnen vond de directeur van de fabriek dat de broers maar eens prof moesten worden. En zo reden ze niet veel later met Marcaillou en Magne in één ploeg. Diezelfde Antonin Magne, in 1931 en 1934 winnaar van de Tour de France, had begin 1936 het plan geopperd om Antoon en Albert in een Nederlandse ploeg in de Tour te laten starten. Directeur Pierre Bellenger van France Sport maakte zich er ook sterk voor. Het betekende immers twee extra helpers in het peloton, ook al werd er met landenploegen gereden. Tourdirecteur Henri Desgrange vond het best als er een combinatie met Zwit¬serland werd gemaakt. Via Karel Van Wijnendaele werd sportverslaggever Joris van den Bergh gevraagd om nog twee Hollanders te zoeken, die met de Van Schendels de eerste Nederlandse ploeg konden vormen. Voor Gijsen was het een eenmalig avontuur, Middelkamp zou drie keer starten en de broers elk vier keer. Niet zonder succes.
Drie ritten op één dag
Fiel Middelkamp zorgde in 1936 voor de eerste Nederlandse etappezege en twee jaar later voor nog één. In dat jaar won ook Antoon zijn eerste etappe. Er stonden die dag drie ritten op het programma. Het tweede deel was een tijdrit. Op twintig kilometer voor de finish van het eerste deel ontsnapte hij uit de kopgroep en reed solo naar de finish. In de tijdrit deed hij het vervolgens lekker rustig aan om bij te komen. In de namiddag was het op¬nieuw raak. Nu na een demarrage op een kilometer van de finish, die door Antonin Magne knap werd afgeschermd. Met negen seconden voorsprong won Antoon opnieuw. De¬ze twee overwinningen worden tot op de dag van vandaag nog steeds als één geteld, omdat de totaaltijden van de drie ritten werden samengesteld tot één dagklassement. Een jaar later won Antoon opnieuw een rit. Dit keer in Annecy waar hij in de eindsprint de Lu¬xemburger Pierre Clemens klopte, nadat er 's ochtends om drie uur al gestart was voor een etappe over 126 kilometer door de cols. In de middag was er nog een tijdrit over 63 kilometer met daarin de beklimming van de Col d'Iseran van ruim 2800 meter hoog. Anno nu is zo’n dagprogramma toch niet voor te stellen.
Fietsenwinkel
Broer Albert won bijna ook een etappe. In 1939 was hij in Lorient na een rit over 174 kilometer duidelijk sneller in de sprint dan Raymond Louviot uit de Franse nationale ploeg. Tien meter voor de finish trok de Fransman hem aan zijn trui en ging hem op de streep nog net voorbij. Er werd nog wel geprotesteerd maar Louviot was nu eenmaal een Fransman en Van Schendel maar een Hol¬lander. Iedereen had de overtreding ge¬zien, maar de commissarissen keken toe¬vallig net de andere kant op. Antoon zette tijdens de oorlog een punt achter zijn carrière, Albert pas in 1948. De broers zijn hun vereder leven in Toulouse blijven wonen, waar Antoon in 1941 een fietsenwinkel begon in de Rue de la Colombette. In 1948 werd Albert zijn compagnon. De zaak zou in totaal dertig jaar bestaan. Twee zonen van Antoon, Gérard en André, zijn ook wielrenner geworden. Gérard was een verdienstelijk amateur die tussen 1964 en 1970 zestig overwinningen boekte. Daniel, de enige zoon van Albert is eveneens als amateurwielrenner actief geweest.
Tot volgende week, als op maandag 7 juli mijn dagelijkse terugblik op de Tour van 1936 van start gaat.
Jan Houterman
DOE MEE MET HET SLOGBLOG TOURSPEL EN MAAK KANS OP EEN SCHITTERENDE FIETSVAKANTIE IN ANDALUSIË !  
Door Fred van Slogteren, 30 juni 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web