ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Uit de ordners van Jan …

Ze werd een rebel genoemd omdat ze altijd probeerde haar sport te veranderen. In haar tijd werd er nog wel eens meewarig over dameswielrennen gedaan. Ach die vrouwtjes, toch. Ze won Olympisch goud en werd wereldkampioene en vandaag viert ze haar vijftigste verjaardag. Monique Knol, een van de beste rensters in de geschiedenis van het vrouwenwielrennen. Na de vele successen die na haar Leontien van Moorsel en Marianne Vos behaalden is ze een beetje in de vergetelheid geraakt. Als haar naam nog wel eens valt is het vooral vanwege de vete met de zes jaar jongere ... 
... Van Moorsel die op de bovenstaande omslagfoto zelfs in de boksring is uitgevochten.
Die onderlinge naijver begon in 1990, twee jaar nadat Knol Nederlands en Olympisch kampioen was geworden. In 1990 werd ze in Japan samen met Van Moorsel, Astrid Schop en Cora Westland wereldkampioen in de loodzware discipline 50 kilometer ploegentijdrit. Knol was de vedette van het kwartet en Van Moorsel nog maar een aankomend talentje. De Brabantse zou in de jaren die volgden Knol overvleugelen en dat veroorzaakte een zekere animositeit tussen de beide dames. Twee jaar later kwam het tot een uitbarsting. 
Ik was de beste
Als wereldkampioene en winnaar van de Tour Féminin eiste Van Moorsel het kopvrouwschap op toen de twee aan de start stonden bij de Olympische wegwedstrijd in Barcelona. Het leidde tot een tweedeling in de Nederlandse ploeg en de buitenlandse concurrentie wist daar wel raad mee. Met haar snelle eindschot redde Knol nog de eer door naar brons te spurten. “Ik was de beste”, zei ze na afloop tegen de pers, waarmee ze bedoelde dat ze haar rivale had afgetroefd en niet dat ze slechts derde was geworden. 
Voortrekkersrol
Knol heeft altijd geprobeerd het vrouwenwielrennen te professionaliseren. In 1990 stapte ze uit de nationale selectie en begon met de snoepwinkelketen Jamin als sponsor een eigen ploeg. “Bij de KNWU zijn ze veel te conservatief. Voor de toekomst van het vrouwenfietsen wil ik daar tegenin gaan. We moeten vooruit en dat gebeurt niet. Een eigen team is daarom mijn ideaal.” Het was niet eenvoudig om buiten de selectie om nog aan internationale wedstrijden deel te nemen, omdat de reglementen dat onmogelijk maakten. 
Mentaal zwaar
“Ik heb er voor moeten vechten en heb ontzettend veel brieven geschreven. Met behulp van Hein Verbruggen is het gelukt. Ik ben er trots op dat ik dat voor elkaar heb gekregen. Voor mijn eigen ploeg heb ik wel de tol moeten betalen, want het was mentaal zwaar. Toch ben ik blij dat ik de meiden, die na mij zijn gekomen, vooruit heb kunnen helpen.” De voornaamste reden voor haar vertrek uit de nationale selectie was echter de aanwezigheid daarin van Van Moorsel. 
Aan me gevreten
De twee vochten sindsdien in de media een verbale strijd uit. Door die conflicten miste Knol tweemaal een WK. Nadat ze in Barcelona brons had gewonnen, verscherpte de ruzie zich. “Die problemen hebben aan mij gevreten. Ik heb vaak het gevoel gehad dat mij onrecht is aangedaan. Maar ik heb er ook motivatie uitgehaald. Ik wilde laten zien dat ik de beste was.”
Lichaam was op
Begin 1997 stopte Monique Knol met de actieve wielersport. Dagblad Trouwschreef: ‘De rebel van het Nederlandse vrouwenwielrennen stopt ermee. Monique Knol domineerde jarenlang samen met Van Moorsel het nationale en internationale vrouwenpeloton. Na twaalf jaar topsport is het lichaam van de mondige sprintster op.’ Knol won in haar carrière ruim honderd wedstrijden en had er nog graag mee doorgegaan, maar het lichaam wilde niet meer.
Fantastische erelijst
“Het is jammer, maar ik kan terugkijken op een mooie carrière, waarin ik alles heb meegemaakt en veel heb gewonnen.” Daar heeft ze gelijk in, want met één Nederlandse titel, goud en zilver in de ploegentijdrit, Olympisch goud en brons, twintig etappezeges in de Tour de France voor vrouwen en nog tal van overwinningen in minder belangrijke wedstrijden, is ze na Hage, Van Moorsel en Vos de meest gelauwerde wielrenster van ons land. 
Zwarte gat
Dat stoppen met topsport niet voor iedereen een pretje is, bleek toen ze in in juli 2008 haar verhaal vertelde in het tv-programma Vinger aan de pols. Na haar carrière kreeg ze last van slapeloosheid en depressies. “Ik schold iedereen in mijn omgeving stijf, reageerde heel agressief op kleine momenten van tegenspoed en had mezelf absoluut niet meer onder controle.” Het lukte haar soms niet om goed met haar dochtertje om te gaan. “Ik voelde me een slechte moeder, slecht en ongeduldig.”
Happy end
Hoe het nu met haar is, weet ik niet, maar ze vertelde in dat programma dat ze haar hele verdere leven medicijnen moet gebruiken. Verder heeft ze zich op de paardensport geworpen. Niet om ontspannen te paard stapvoets door de vrije natuur te lopen, maar heel fanatiek. “Ik wil weer ergens goed in zijn. Een paard is echter geen fiets. Zo'n dier vraagt invoelingsvermogen van je.” Het programma had gelukkig een enigszins happy end, want door de vele hulp die ze kreeg besloot ze de uitzending met de woorden: “Ik begin het leven weer een beetje leuk te vinden.”
Monique, als je dit leest, ik hoop dat je het leven nog steeds leuk vindt. Doe de groeten aan Sarah en ik wens je nog vele jaren in goede gezondheid toe!
Tot volgende week!
Jan Houterman
Door Fred van Slogteren, 31 maart 2014 10:00

Monique

Een coureur naar mijn hart.
Van harte gefeliciteerd

Geplaatst door Harm Oosting, 31 maart 2014 13:07:21

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web