De Burgerlijke Stand van 7 december.

Fiorenzo MAGNI (1920, Italië)

Het wielerland Italië werd in de jaren veertig en vijftig beheerst door twee iconen die in aanzien op een voetstuk stonden zo hoog als de Eiffeltoren. Fausto Coppi en Gino Bartali verdeelden de tifosi in twee kampen. De Bartalisten waren aanhangers van de vrome, devote Roomse leer van Pius XII en de Coppisten hunkerden naar enige verlichting, waarin niet iedere stap door de plaatselijke Don Camillo werd gedecreteerd. De vermetele echtbreker Coppi was in het geniep hun held, terwijl ze zich in het openbaar lafhartig uitspraken voor de tachtig keer per dag biddende Bartali om bij de heilige maagd de zoveelste zege af te roepen. Qua romantiek een fantastische tijd, waarover Martin Ros nog kraaiend kan schrijven, maar als niet-gelovig-jongetje zocht ik mijn heil liever bij Fiorenzo Magni. Fiorenzo, zo wilde ik ook graag heten, maar we hadden alleen de eerste letter gemeen. Ongeveer tweehonderd meter lager dan de top van de Eiffeltoren stond mijn held in de publieke belangstelling en dat was altijd nog veel hoger dan mannen als Ronconi, Bevilacqua, Astrua en Minardi die toch ook een aardig stukje konden fietsen. Magni was mijn held, niet vanwege zijn uiterlijk, want met zijn kale kop met zo’n lullig haarrandje achterom de oren leek hij meer op mijn opa dan op een wielerheld. Magni waardeerde ik vanwege zijn temperament en zijn inzicht om een gegeven niet als een voldongen feit te aanvaarden. Een mens is op aarde om het talent dat hij heeft meegekregen zo goed mogelijk te gebruiken, hield mijn vader me al heel jong voor. En die Fiorenzo Magni uit dat mooie Toscane bracht die wijze les in praktijk. Als een van de eerste Italianen trok hij naar de voorjaarskoersen in het noorden van Europa om er de Leeuw van Monza te worden. Hij won drie keer Vlaanderens mooiste door over de kasseien te dokkeren en de stront op zijn lippen te proeven als een echte Flandrien. Geen Vlaming die moeite had met zijn superioriteit, want hij werd een van hen. Een paar jaar geleden las ik een interview met een joyeuze zakenman in zwierig maatpak, nog altijd aan het werk in het automobielbedrijf dat hij charmant maar met harde hand runt. Tegen de tachtig liep hij, maar op de foto’s zag hij er uit als een zestiger. Gewoon een tweede leven begonnen en daar ook weer een succes van gemaakt. Door zijn kale hoofd leek hij als actief wielrenner twintig jaar ouder dan hij was en nu leek hij twintig jaar jonger dan hij is. Hij zal zijn tegenslagen wel hebben gehad, zoals iedereen, maar dan was er altijd weer het karakter van de Toscaan van Vlaanderen om er zich doorheen te rammen.

De andere op 7 december geborenen zijn:

CAMELLINI, Fermo (1914, Italië)
ENGELMOER, Jan (1910, Nederland)
GUEGAN, Raymond (1921, Frankrijk)
SCHULZE, Wolfgang (1940, Duitsland)
VELZEN, Jan van (1975, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 7 december 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web