De Burgerlijke Stand van 6 december.

Mathieu CORDANG (1869, overleden 24.03.1942, Nederland)

Voor mij is deze Limburger de aartsvader van het Nederlandse cyclisme, omdat hij in mijn ogen veel meer heeft gepresteerd dan Jaap Eden, die algemeen wordt beschouwd als de man die voor het eerst de Nederlandse wielersport op de kaart heeft gezet. In 2005 ben ik met behulp van zijn kleinzoon Stan en mijn blogvriend Theo Buiting in de geschiedenis van Cordang gedoken en mijn bevindingen zijn in januari van dit jaar gepubliceerd in Wieler Revue. Hieronder een verkorte versie:

De wereldtitel van Mathieu Cordang uit 1895 staat in de statistieken vermeld bij de amateur-stayers. Er kwam toen echter nog geen motor aan te pas, want het motorrijwiel was toen nog maar net uitgevonden en verkeerde nog in een experimenteel stadium. Cordang en zijn tijdgenoten werden wel gegangmaakt, maar door vijf renners op een quintuplet. Dat was een vijfpersoonsfiets en de renners die er op zaten konden met elkaar natuurlijk een veel hogere snelheid ontwikkelen dan een renner alleen. Die reed daar dan heel dicht achter om maar zo min mogelijk wind te vangen, waardoor hij dezelfde snelheid kon bereiken.
Overigens is die wereldtitel niet het belangrijkste wapenfeit van Cordang geweest. Zijn allergrootste prestatie ...

... leverde hij in september 1897 op de baan van het Crystal Palace in Londen waar hij 24 uur lang in een vreselijk tempo zijn rondjes draaide. Hij werd gegangmaakt door twee quadruplets en acht quintuplets die elkaar steeds afwisselden. Hij legde in dat etmaal 991 kilometer af en dat is een uurgemiddelde van ruim 41 kilometer. Alle baanrecords over alle denkbare afstanden die hij onderweg aflegde werden tot duizend kilometer door hem verbeterd en minutieus in een recordboekje genoteerd. Het leverde hem de bijnaam Recordang op. Die records staan eigenlijk nog steeds op zijn naam, want er is geen wielrenner te vinden die hem dit nog zal willen nadoen.
Mathieu Cordang was een specialist in wedstrijden over zeer lange afstanden en dat soort koersen worden al lang niet meer georganiseerd. Bordeaux-Parijs ligt nog het meest vers in het geheugen, maar de laatste editie daarvan dateert al weer van 1988. Daarom is hij een wielrenner uit het stenen tijdperk, maar op een zonnige zaterdagmiddag in oktober 2005 kwam de prehistorie van het cyclisme verrassend dichtbij toen ik aan tafel zat met Stan Cordang, zijn kleinzoon. Een kleine aimabele man die het tot zijn levenswerk heeft gemaakt om alles van opa te verzamelen en dat ‘alles’ zit keurig gerangschikt in een rij ordners van ruim een meter breed, terwijl in de kamer en het trappenhuis diverse foto’s hangen, alsmede de twee medailles die hij voor zijn grootste prestaties kreeg omgehangen en opgespeld. Stan heeft zijn beroemde grootvader nooit gekend, want die overleed in 1942 aan een longontsteking en Stan werd pas elf jaar later geboren. Maar hij heeft in zijn jeugd zoveel over opa gehoord, waardoor hij voorgoed met de wielerbacil besmet raakte en een verzamelaar werd van alles wat er nog over opa bestaat in de vorm van foto’s, boeken, kranten- en tijdschriftartikelen en interviews.
“Het moet een stille, rustige man zijn geweest. Van de wielerwereld wilde hij niks meer weten omdat hij vaak belazerd is geworden door andere renners. Daarom wilde hij ook niet dat zijn kinderen in die sport terecht zouden komen. Er werden in de wedstrijden vaak afspraken gemaakt, maar als het er om ging dan werden die vaak niet nagekomen. Of het materiaal werd gesaboteerd. In 1897 was opa in Parijs-Roubaix alleen vooruit met Maurice Garin, de eerste winnaar van de Tour de France. Bij het binnenkomen van het stadion is opa toen door het Franse publiek onderuitgehaald en daardoor werd hij tweede. Hij was eigenlijk de pionier van de Nederlandse wielersport, hoewel Jaap Eden als zodanig veel meer naar voren wordt gehaald. Eden heeft veel gewonnen, maar dat waren allemaal kleine koersen en sprintwedstrijden. Opa reed alleen maar zware koersen, want die was pas in zijn element als er nog honderden kilometers gereden moesten worden en het koud was of stormde en regende. Het kon hem niet bar genoeg zijn en hij hield aan die voorliefde een tweede bijnaam over Le Vaillant, ofwel De Onverschrokkene. In dat soort omstandigheden kon hij iedereen aan en was hij niet te temmen. Slecht weer moest-ie hebben en hij reed vaak drie à vier van die monsterritten in twee weken tijd. Op de weg en op de baan, door elkaar. Overigens waren opa en Jaap Eden goede vrienden. Ze hebben samen in Parijs gewoond en hij heeft hem later vaak geholpen als Eden weer eens in de goot was beland. Eden is veelvuldig door het ijs gezakt door wijntje en trijntje, terwijl opa altijd een voorbeeldig mens is geweest. Niet dat het een saaie piet was hoor, hij heeft echt wel genoten van het leven. Hij was een bourgondische man, hij hield van een biertje, hij mocht heel graag mosselen en oesters eten en hij rookte sigaren. In Frankrijk werd hij daarom Monsieur Tobacco genoemd, zijn derde bijnaam, omdat hij als renner zo veel rookte. Direct na een wedstrijd stak hij een dikke sigaar op. Hij moet longen als een paard hebben gehad. Van mijn vader weet ik dat hij een kaars kon uitblazen van zes meter afstand. Ongelooflijk! Als je daarom een voorstelling hebt van een reus van een vent moet ik je teleurstellen. Het was maar een klein mannetje. Eén meter 72 lang. Geblokt was-ie. Zijn vader was beurtschipper en hij werd zeeman op de wilde vaart. Op 12-jarige leeftijd voer hij al uit als ketelbinkie. Hij heeft als matroos alle wereldzeeën bevaren en hij schijnt zelfs eens een schipbreuk te hebben overleefd. Hij heeft de hele wereld gezien tot hij een keer in de haven van Vlissingen lag en hij hoorde op de kade dat er diezelfde dag in Middelburg een wielerwedstrijd zou worden gehouden. Er was een fiets aan boord en door een weddenschap met een collega is hij mee gaan doen en heeft hij gelijk gewonnen. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij op een fiets zat en toen was hij al 24 jaar. Dat was in 1893 en twee jaar later was hij wereldkampioen. Zijn hele carrière heeft maar zeven jaar geduurd. Van de wielerspullen van opa is niet veel meer over. Kort na het beëindigen van zijn carrière is er brand bij hem geweest en toen is helaas veel verloren gegaan. Er staat nog een fiets van hem in het museum in Nijmegen en verder zijn er in de familie alleen wat foto’s en die twee medailles bewaard gebleven. De rest heb ik allemaal opgespoord. Gelukkig maar, want opa mag niet vergeten worden.”
(Foto's: archief Stan Cordang)

De andere op 6 december geborenen zijn:

AGNOLUTTO, Christophe (1969, Frankrijk)
ARROYO ROSALES, Miguel (1966, Spanje)
AUGÉ, Stephane (1974, Frankrijk)
CONTADOR VELASCO, Alberto (1982, Spanje)
FRANSSEN, Joep (1899, overleden 27.02.1975, Nederland)
GROENEVELD, Carola (1986, Nederland)
GROSSIMLINGHAUS, Klemens (1941, overleden 27.06.1991, Duitsland)
HEEREN, Cornelis (1960, Nederland)
KIRCHEN, Jim (1932, overleden 05.12.1997, Luxemburg)
SEBREGTS, Léon (1939, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 6 december 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web