Uit de ordners van Jan …

Met de Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne-Brussel-Kuurne en de Driedaagse van West-Vlaanderen zijn de Flandriens weer uit hun winterslaap gekomen. De Vlaamse renners die een wedstrijd hard maken door voortdurend te kiezen voor de aanval en te blijven rijden totdat men oververmoeid de streep bereikt. De term is ontstaan tijdens de Vlaamse wielerkoersen die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog werden georganiseerd. De tijd dat de coureurs een voortdurend gevecht moesten leveren tegen de slecht aangelegde kasseien op de Vlaamse wegen. Sindsdien is de betekenis van ... 
... de term aan verandering onderhevig. 
Vlaanderen heeft een rijk wielerverleden. Zelfs heel wat buitenlandse renners die anno 2014 in Vlaanderen koersen weten heel goed dat aan elke bonkige kassei in de Vlaamse Ardennen een hele koershistorie plakt. Het beeld van de typische Vlaamse renner van toen die met reservebanden om de nek, met modder in het gezicht en met een gezicht dat boekdelen spreekt de streep passeert, staat bij de wielergekke Vlamingen bekend als het beeld van de Flandrien. 
Levende legenden
Vanaf begin april 2010 zat er bij de Belgische krant Het Laatste Nieuws dertien maal een gratis bijlage onder de titel ‘De Flandriens - De grootste wielerhelden van Vlaanderen’. Aangeprezen als twaalf unieke portretten met heroïsche getuigenissen en exclusief fotomateriaal, waarbij ook nog een luxe verzamelmap geleverd kon worden. Alle afleveringen zijn geschreven door Benno Wauters, zoon van radiolegende Jan Wauters. 
Lading niet gedekt
In zijn inleiding is Wauters meteen duidelijk over het begrip Flandrien. De term wordt hier alleen gehanteerd voor de nog levende Belgische winnaars van de Ronde van Vlaanderen en/of Parijs-Roubaix. Hij beseft terdege dat die lading de Vlaamse vlag der Flandriens lang niet helemaal dekt omdat het begrip en de eraan verbonden wielerwedstrijden vele generaties teruggaan en natuurlijk niet alleen levende legenden oplevert. 
Monsieur Paris-Roubaix
Aflevering 5 uit deze serie was helemaal geweid aan Roger De Vlaeminck,Monsieur Paris-Roubaix die in de Hel van het Noorden vier maal winnaar, vier maal tweede en een maal derde was. In 1977 pakte de Zigeuner zijn eerste en enige zege in de Ronde van Vlaanderen. Een man naar het hart van velen, in maar ook buiten België. Tijdens zijn carrière omdat hij het steeds op een heldhaftige manier opnam tegen de beste coureur ooit. Nooit gaf Roger zich op voorhand gewonnen tegen Eddy Merckx. Ondanks zijn fenomenale generatiegenoot fietste De Vlaeminck een indrukwekkende palmares bij elkaar. En, hij werd nooit betrapt op doping. 
Veelzijdig talent
In De Vlaemincks tijd was koersen een heel ouderwetse sport zonder veel begeleiding, zonder specialisatie, zonder specifieke training en met - hoe je het ook draait of keert - beperktere concurrentie. Als Roger De Vlaeminck nu zou gekoerst hebben, zou hij ook hebben moeten kiezen tussen de kasseiklassiekers en de heuvels in de Ardennen. De Vlaeminck was zonder twijfel een meer dan veelzijdig talent. Hij kon buiten spurten ook een goede tijdrit neerzetten en zelfs een stukje bergop rijden zonder dat hij een klimmer genoemd kon worden. 
Parijs-Roubaix 1975
Roger De Vlaemincks mooiste Parijs-Roubaix was die van 1975, zijn derde zege. Niet zozeer vanwege de koers op zich, maar vanwege de nummer twee die dag: Eddy Merckx. De Kannibaal kloppen was voor De Vlaeminck een obsessie. Men zei vroeger dat De Vlaeminck veel meer had kunnen winnen als Merckx er niet was geweest, maar dat verhaal heeft hij zelf allang onderuitgehaald: de aanwezigheid van Merckx stuwde hem – en nog anderen ook – juist naar grootse prestaties. 
Koninklijke spurt
De concurrenten van Merckx – zijn landgenoten voorop - moesten telkens het beste uit zichzelf halen om de strijd met de allergrootste aan te gaan. Merckx was ook sterk die voorjaarsdag in 1975. Hij reed op tien kilometer voor Roubaix lek maar dichtte alsnog de kloof met De Vlaeminck, André Dierickx en Marc Demeyer. Op de wielerpiste volgde een koninklijke spurt, die door De Vlaeminck zegevierend werd afgesloten.
“Ik koerste tien jaar met Eddy. Dan weet je gewoon dat hij de beste is. En dan heb je maar één doel: de beste proberen te kloppen. Het mooiste in mijn leven was als ik won en Eddy tweede was. Want die wilde altijd alles winnen. Die gaf zelfs geen criterium weg. Ik weet nog dat ik Eddy één keer vroeg om mij de wedstrijd te laten winnen. Dat was toen ik voor het eerst in Italië reed voor mijn sponsor. Eddy zei: “Ja, ’t is goed”. En wat gebeurde er? Eddy won en ik was vierde. Zo was Eddy.” 
Tot volgende week!
Jan Houterman 
Door Fred van Slogteren, 10 maart 2014 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web