Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Met het begin van het nieuwe wielerseizoen, nadert het afscheid van het schaatsseizoen met rasse schreden. Behalve vreugde over de overweldigende medailleoogst in Sotsji is er binnen de schaatswereld ook een discussie opgelaaid tussen de verschillende wedstrijddisciplines. Bij de toppers van de langebaan hebben zich ook enkele schaatsers gevoegd met een achtergrond in andere glad-ijs-disciplines als het marathonschaatsen, het shorttracken en inlineskating. Met veel succes vanwege het aandeel in de medailleoogst van ... 
... de dames Ter Mors en Kleibeuker en het langeafstandsfenomeen Bergsma. 
Er leiden dus meerdere wegen naar Rome en als de disciplines elkaar kunnen aanvullen en versterken, is dat alleen maar sportieve winst. Die andere schaatsers moeten wel nog door de gevestigde orde geaccepteerd worden, getuige de affaires rond Ter Mors en Bergsma. Het is voor de Kramers en de Wüsts natuurlijk even wennen, als schaatsatleten uit andere disciplines het kunstje ook blijken te beheersen en nadrukkelijk hun plaats ook op de lange baan opeisen. Echte specialisten in het veldrijden zullen het ook niet leuk vinden als gelegenheidscrossers als Boom en Stybar even de wereldtitel komen ophalen.
Zelfs in Rusland
Als deze rubriek iets aantoont, dan is het dat het op niveau twee sporten beoefenen, veel voordelen heeft. De tijd van Jaap Eden toen de twee disciplines elkaar nog niet beten, is echter lang voorbij. Maar zijn opvolgers als kampioenen in beide sporten hebben aangetoond dat – mits goed gepland – het nog wel degelijk kan. Voorbeelden te over, niet alleen in ons land, maar ook in Amerika, Noorwegen, Japan, enzovoort. Zelfs in Rusland heb ik een voorbeeld gevonden al moeten we daarvoor wel ver terug in de tijd. Naar de jaren vijftig om precies te zijn. 
Het Rode Gevaar
We leefden toen in het tijdperk van De Koude Oorlog en iedere inwoner van West-Europa kende de vrees dat op een dag de Russen zouden komen. Het Rode Gevaar. Toen na de Winterspelen van 1952 de grote Noorse schaatser Hjalmar Andersen met drie gouden medailles om zijn nek afscheid nam, leek eindelijk een Nederlandse periode aangebroken. Kees Broekman werd op 1 februari 1953 de eerste Nederlander die Europees kampioen werd. Onopgemerkt omdat Zuid-West Nederland dat weekend door de zee werd overspoeld en alle aandacht zich concentreerde op de watersnoodramp. In die maand klonk plots ook in de schaatswereld de kreet: De Russen Komen!
Wondersprinter
Niet met rode legers gelukkig, maar op de gladde ijzers. Mannen met moeilijke namen als Boris Sjilkov, Oleg Gontsjarenko en Jevgeni Grisjin stonden drie weken later aan de start bij het WK. Gontsjarenko nam direct de macht van Broekman over door wereldkampioen te worden en die titel in volgende jaren nog twee maal in de wacht te slepen, alsmede nog enkele Europese titels. De vijfhonderd meter werd in die jaren steevast gewonnen door Jevgeni Grisjin. Dat was een wondersprinter wiens wereldrecord maar liefst drie volle seconden plus vier/tiende sneller was dan de beste tijd van Gerard Maarse, onze beste sprinter in die jaren.
Ook wielrenner
Niemand wist toen nog dat Grisjin ook aan wielrennen deed en in die sport zijn eerste successen had geboekt. Rusland was het belangrijkste land van de Sowjet Unie en van ons gescheiden door het IJzeren Gordijn, waar niet doorheen te kijken was. We hadden hem kunnen opmerken bij de Zomerspelen van 1952 in Helsinki. Hij was geselecteerd, maar moest door ziekte op het laatste moment afzeggen anders had hij daar gestreden met de beste Nederlandse amateurs van toen als Daan de Groot, Adri Voorting en Jules Maenen. Pas bij de Winterspelen van 1960 in Squaw Valley werd zijn dubbelleven bekend, toen hij dat in een interview met Amerikaanse journalisten openbaar maakte. Wat hij als wielrenner heeft gepresteerd is helaas niet te achterhalen.
Gedeeld goud
Hoewel de Rus in dat interview aangaf dat hem was aangeraden voor het schaatsen te kiezen, zal enige dwang vanuit het Sowjetsysteem wel een doorslaggevende rol hebben gespeeld. Het met de Noor Roald Aas gedeelde 1500 meter-goud was al zijn vierde Olympische plak, nadat hij eerder tijdens dat toernooi zijn Olympische titel op de vijfhonderd meter had geprolongeerd. Bij de Winterspelen in Cortina d’Ampezzo had hij in 1956 ook al goud behaald op beide afstanden, zij het dat hij die gouden plak op de schaatsmijl toen ook al moest delen. Dit keer met zijn landgenoot Juri Mikhaylov. Er werd toen kennelijk nog niet in duizendsten van seconden gemeten.
Wereldrecord
Jevgeni Romanovitsj Grisjin (1931-2005) was een van de eerste supersprinters in de schaatssport, die toen nog bijna geheel in het teken van het allroundschaatsen stond. Omdat hij als supersprinter op de korte afstanden zoveel voorsprong nam, bracht hij het zelfs eens tot Europees kampioen allround en behaalde hij ook podiumplaatsen bij enkele WK’s met vier afstanden. Hij was de eerste schaatser die de vijfhonderd meter binnen de toen magische grens van veertig seconden aflegde. Hij vestigde met 39,5 seconden een wereldrecord op de wonderbaan van Alma Ata nadat hij al in 1960 in Squaw Valley de klokken al eens op 39,6 had laten stilstaan. 
Lang doorgegaan
In het tijdperk van de Koude Oorlog kregen de prestaties van Grisjin vanuit Russisch perspectief een bijna mythische betekenis, vergelijkbaar met de ruimtesprong van Juri Gagarin. Als Held van de Sowjet Unie heeft hij zijn carrière heel lang kunnen voortzetten. Op hoog niveau, want in 1968 viel hij bij de Winterspelen van Grenoble op 35-jarige leeftijd maar net buiten de medailles. 
Na zijn sportloopbaan bleef Grisjin als trainer en coach nog vele jaren bij de schaatssport betrokken en werd hij in eigen land tot aan zijn dood vereerd, variërend van afbeeldingen op postzegels tot aan militaire decoraties. Bij de net afgelopen Winterspelen in Sotsji zal zijn naam in de Russische media nog vele malen te horen en te lezen zijn geweest.
IJs en wieler dienende, tot een volgende keer!
Ad van der Linden
Door Fred van Slogteren, 1 maart 2014 15:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web