Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

‘De jeugd heeft de toekomst’, is een gezegde dat in de sport en zeker de topsport de houdbaarheidsdatum nooit zal bereiken. De deskundigen die in de twee sporten, waar deze rubriek over gaat, verantwoordelijk zijn voor de jeugd, beseffen dat als geen ander. Dat blijkt uit het vele talent dat als schaatsers en wielrenners telkenjare aan de gevestigde orde wordt toegevoegd. In de wielersport valt er over de jeugdopleiding niet veel te klagen, maar toch kunnen de coureurs in spe met enige jaloezie naar de opleidingen in het hardrijden op de schaats kijken, want in die tak van sport verschijnen er, zeker in de ... 
... laatste kwart eeuw, aan de lopende band nieuwe Europese, wereld- en Olympische schaatskampioenen aan het firmament.
In de jeugdcategorieën gaat het er dan ook serieus aan toe. Jonge schaatsers zijn vaak – net als voetballertjes en jonge wielrennertjes – met beter materiaal toegerust dan de grote idolen van slechts enkele generaties geleden. Bij een beetje juniorenwedstrijd komen niet alleen de nieuwste klapschaatsen uit de sporttas, maar wemelt het ook van state-of-the-art racefietsen die in de warming-up volop worden gebruikt. Ook voor de mechanische fietstrainers is de schaatssport, ook al in de juniorenklasse, een flinke afzetmarkt.
Vroeg of laat kiezen
Het is dan ook niet verrassend dat de combinatie van schaatsen en wielrennen bij de jonkies populair is. Toch zullen ze ooit een keus moeten maken, want beide sporten op topniveau beoefenen is al sinds de dagen van Jaap Eden vrijwel onmogelijk. In het verleden werd die keuze meestal bepaald door de hoeveelheid geld die je in de ene sport wel en de andere niet kon verdienen. Daarom kom ik in de wielerstatistieken regelmatig namen tegen van renners die ook in de uitslagen staan bij de juniorschaatsers. Ik zal er hieronder een aantal de revue laten passeren op het gevaar af voor een cijferfetisjist te worden versleten.
De evenknie van Moeskops
Daar is in de allereerste plaats Theo Bos. De vijfvoudig wereldkampioen baanwielrennen, en aldus de evenknie van zijn idool Piet Moeskops, staat sinds 2009 als wegrenner te boek, maar is nog altijd op zoek naar een ritzege in een grote ronde. In navolging van zijn oudere broer Jan stond Theo ook een paar jaar op de gladde ijzers en werd in 2001 onder andere derde op het NK sprint voor de B- en C-junioren. Zeer kort daarna behaalde hij zijn eerste wereldtitel als wielrenner door als snelste de kilometer tijdrit af te raffelen. Daarmee was hij waarschijnlijk voor het schaatsen verloren.
De poolreiziger
De in 1973 geboren Noord-Hollander Steven de Jongh is als wielrenner de geschiedenis ingegaan als iemand die geweldig kon presteren als er sprake was van winterse omstandigheden. Wellicht heeft hij de lichamelijke weerstand, die daarvoor nodig is, opgedaan toen hij op vijftienjarige leeftijd deelnam aan het Nederlands kampioenschap schaatsen voor D-junioren. De tweevoudige winnaar van Kuurne-Brussel-Kuurne nam het daar op tegen latere schaatstoppers als Ids Postma en Martin Hersman. 
Met dubbel E en één A 
Ook de in 1965 geboren Peter Steevenhagen heeft een verleden als juniorschaatser. De Haarlemmer, die bijna dagelijks zijn naam moet spellen omdat het anders verkeerd wordt opgeschreven, was als wielrenner een groot talent. Als prof heeft hij vijf keer de Tour de France uitgereden, waarvan twee maal bij de eerste dertig in het eindklassement. Hij nam als vijftienjarige deel aan het NK schaatsen voor D-Junioren, waarin hij had af te rekenen met latere schaatstoppers als Gerard Kemkers en Herbert Dijkstra.
Greetje uit de polder
Langer geleden komen we de naam tegen van Greetje Donker, de vrouw die later bekend zou worden als Gré Knetemann, vrouw van Gerrie en moeder van Roxanne. Zij kwam in 1951 ter wereld en was in de jaren zeventig als wielrenster jarenlang lid van de nationale damesselectie om meerdere keren aan het WK op de weg deel te nemen. Als junior-schaatsster werd de struise slagersdochter in 1969 achtste bij het NK voor A-junioren. Haar grootste prestatie op de gladde ijzers behaalde ze echter in 1972 toen ze een officieus wereldrecord reed op de voor vrouwen incourante afstand van tien kilometer.
Wielrenner-schaatser-triatleet
Hij was als wielrenner een topamateur die daar een ietwat teleurstellende profcarrière op liet volgen. Met zeges in de Ronde van Oostenrijk en het Circuit des Mines stapte hij midden in het seizoen vol verwachting over naar de profs om in de Tour de France te ontdekken dat dat zijn wereld niet was. Hij revancheerde zich als triatleet, de sport waarin hij op gevorderde leeftijd enkele jaren een onvervalste topper was. Toch was de in 1949 geboren Matthijs de Koning ook een veelbelovende juniorschaatser, want in het schaatsseizoen 1968/1969 werd de sportman uit Scherpenzeel elfde bij het Nederlands kampioenschap voor A-Junioren. 
De fietsenmaker uit Wormer
Hij was als amateur twee maal wereldkampioen in het stayeren. Als wielrenner, want stayers kennen we ook in het schaatsen. De in 1946 geboren Piet de Wit werd bij de beroepsrenners drie maal nationaal kampioen achter de motor, en één maal in het nummer 50 kilometer zonder gangmaking op de baan. Dat heet tegenwoordig scratch. De zoon van een fietsenmaker reed meer dan zestig zesdaagsen en won met Leo Duijndam in 1973 die van Zürich. Ook Piet heeft een schaatsverleden, want als zeventienjarige nam de Zaankanter in 1964 deel aan het Nederlands kampioenschap voor B-junioren.
De blonde pijl
De andere winnaar van de Zesdaagse van Zürich was een van de grootste wielertalenten uit de geschiedenis. De Westlander was al voor zijn twintigste profwielrenner. Successen waren er op de weg, waaronder een ritzege in de Tour de France in 1972, maar toch vooral op de winterbaan. Met René Pijnen vormde Duijndam een koningskoppel dat negen zesdaagses won, waarna het tot een breuk kwam omdat ze karakerologisch niet bij elkaar pasten. Amper veertien jaar oud was de Blonde Pijl toen hij in 1962 deelnam aan het NK schaatsen voor B-junioren. Tegen Peter Nottet en Ard Schenk had hij geen kans, maar de handen gingen op elkaar toen hij bij dat kampioenschap de 1500 meter binnen de 3 minuten reed.
Rupske nooit genoeg
Bovengenoemde voorbeelden zijn van lang en zelfs heel lang geleden. Daarom tot slot nog een naam die vrijwel dagelijks nog in het nieuws is. Multispecialiste en veelvoudig wereldkampioene Marianne Vos. Zo’n tien jaar geleden deed deze superster regelmatig mee aan schaatswedstrijdjes voor junioren. Waarschijnlijk droomde ze toen al van de fiets, want als schaatsster zijn er geen uitslagen van haar bekend. Vanmiddag is er in Hoogerheide weer een wereldtitel bijgekomen en de vraag wordt interessant hoeveel ze er nog gaat halen. Wie weet dat als haar museum helemaal volhangt met regenboogtruien en gouden medailles in het wegwielrennen, het veldrijden, diverse baanonderdelen en het mountainbiken, dat ze dan nog eens in de Noren stapt om Ireen Wüst nog een poepie te laten ruiken. (Foto: © Cor Vos)
Bij het WK klunen, bijvoorbeeld!
IJs en wieler dienende, tot volgende week!
Ad van der Linden
met speciale dank aan de informatie uit de uitgaves van Schaatsseizoen, onder eindredactie van Hedman Bijlsma
Door Fred van Slogteren, 1 februari 2014 15:00

Piet de Wit

Ad,
een boeiend stuk over schaatsende wielrenners. Die Piet de Wit was wel een manusje van alles. Naast wielrenner en schaatser was hij ook nog eens provinciaal worstelkampioen bij de junioren in Noord Holland. En over worstelen gesproken: Piet Moeskops scheen ook een zeer verdienstelijk worstelaar geweest te zijn.

Geplaatst door Piet van der Meer, 01 februari 2014 19:03:23

Piet Smit op het ijs

Als schaatsenrijder kom je zijn naam zelden tegen, maar ook de voormalige Amsterdamse amateur Piet Smit kon aardig uit de voeten op de gladde vlakte. Zo wordt in het jubileumboek van de Ronde van Overijssel terloops onthuld dat hij in 1956 deelnam aan de Elfstedentocht en die dag als eerste op het ijs stond. Ook zou die Mokumer nog enige tijd in de kopgroep hebben gezeten.

Piet Smit was vast en zeker allang vergeten als hij niet op 16 augustus 1952 de eerste winnaar van de klassieker door Overijssel was geworden. Naar eigen zeggen reed hij die dag in zijn eentje naar de kopgroep, om in de finale over te blijven met zijn befaamde stadgenoten Frans Mahn en Daan de Groot. Dat rappere duo had hij in een bocht op zeshonderd meter van de streep verrast en de geklopten begrepen wel dat degene die als eerste achter Piet aan zou springen, een vogel voor de kat was. Dus bleef een reactie uit. Smit, later nog voorzitter van het organisatiecomité van de Ronde van Gorkum en consul van de provincie Utrecht, bleek niet voor niets de aankomst goed bestudeerd te hebben.

Nieuwe racefiets

De overwinning in Rijssen leverde hem een fonkelnieuwe racefiets op, maar die verkocht hij voor 125,- gulden omdat het bezit van twee fietsen hem wat overdreven leek. De koper had er niet te lang plezier van, want die zakte er na veertien dagen al doorheen. Het leverde Piet Smit nog de nodige problemen op, maar het geld was toen ook al op.

Tot zover deze herinnering uit het jubileumboek van 2002 toen de in Landsmeer wonende Piet Smit als eregast de vijftigste Ronde van Overijssel mocht volgen.

Han de Gruiter.

Geplaatst door Han de Gruiter, 05 februari 2014 13:14:58

Schaatsers

In het verleden waren Bas Maliepaard, Gerben Karsten en Cees Lute ook geen onverdienstelijke schaatsers.

In de jaren 80 was Gert Jacobs een vaste waarde in het marathonpeloton.
Afgelopen zomer vertelde hij nog dat hij graag had deelgenomen aan de Elfstedentocht in '86, maar hij kreeg van de ploegleiding van Kwantum geen toestemming. Hij moest namelijk de GP Wielerrevue rijden die op dezelfde dag als de Elfstedentocht gehouden werd. Deze werd gewonnen door Ludo de Keulenaer en ik heb altijd begrepen dat er die dag nauwelijks belangstelling was. Enerzijds door de kou en anderzijds doordat veel mensen voor de tv zaten te kijken naar Evert van Benthem.

Geplaatst door William van Peer, 06 februari 2014 10:34:19

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web