ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Uit de beeldentuin van Jac …

Aan de muren ter weerszijden van de ingang van het Sport- en Cultuurcentrum Zomerloos aan de Sportstraat in Gistel hangen plaquettes voor de twee wielerhelden uit die Vlaamse plaats afkomstig. Links die van Sylveer Maes en rechts die van Johan  Museeuw. Maes was bepaald niet het type van de hoekige Flandrien. Hij was een frêle coureur die zowel goed kon klimmen als tijdrijden, een niet zo vaak voorkomende combinatie. Daarbij was hij taai, vasthoudend en beredeneerd. Die laatste kwaliteit werd wat ... 
... minder vleiend uitgedrukt in zijn bijnaam ‘Lepe Peer’. 
Hij was zowel binnen als buiten de koers de kalmte zelf en dat gevoegd bij zijn koersinzicht stelde hem in staat om twee maal de Tour de France te winnen. Zijn eerste overwinning was in 1936, toen hij Maurice Archambaud rustig liet uitrazen. “We zullen hem in de bergen wel temmen”, liet hij aan een verslaggever weten. De eerste bergetappe wist de Fransman nog te overleven, maar in de volgende rit van Grenoble naar Briançon zakte hij volledig door het ijs. 
Ploegentijdritten
Archambaud kreeg zo'n geweldige inzinking dat hij zigzaggend over de weg ging en van pure vermoeidheid in een gracht tuimelde en opgaf. Maes nam de gele trui over om die niet meer af te staan. De basis voor de overwinning werd vooral gelegd in de ploegentijdritten, waarin de Belgische ploeg de concurrentie domineerde. Datzelfde jaar was er voor het eerst een team uit Nederland aanwezig. Theofiel Middelkamp, die nog nooit een col had gezien, won de bergrit over de Galibier.
Natte duik
In 1937 verliepen de zaken heel anders voor Maes. De Fransen hadden al enkele jaren de Tour niet gewonnen en het chauvinisme vierde hoogtij. Maes veroverde de gele trui nadat Gino Bartali, een nieuwe ster aan het firmament, tijdens een vreselijk onweer in de Alpen in een afdaling een natte duik maakte in een bergstroompje en als gevolg daarvan twee dagen later moest opgeven. Heel Frankrijk hoopte op een Franse winnaar, drie jaar na Antonin Magne en de animositeit tegen de Belgen liep hoog op. 
Omkoping
Tourbaas Desgrange voelde de situatie perfect aan en besloot halverwege de Tour om alle nog resterende ploegentijdritten te schrappen. “Omdat hij wist dat een ondertussen zowat gehalveerde Franse ploeg daarin kansloos was” schamperde Maes. Toen de Belg tijdens de rustdag in Luchon nog steeds aan de leiding stond, werd een poging gedaan hem om te kopen. Hij ging daar niet op in, maar merkte in de dagen erna dat Roger Lapébie, bepaald geen groot klimmer, zijn achterstand in het klassement wist te verkleinen. Al gauw bleek hoe: hij werd waar mogelijk geduwd en hing aan auto's. Dat werd geconstateerd door een Italiaanse wedstrijdcommissaris en de organisatie besloot, na lang wikken en wegen, Lapébie een straftijf van anderhalve minuut op te leggen. 
Zakdoek met peper
De Belgen protesteerden omdat ze dat veel te weinig vonden, terwijl de Fransen het veel te veel achtten. Het chauvinistische publiek werd steeds agressiever en de Belg Eloï Meulenbergh kreeg een zakdoek met peper in zijn gezicht geduwd. Toen Maes eens lek reed viel Lapébie onmiddellijk aan. In de achtervolging kreeg Lepe Peer steun van twee Belgische ‘individuelen’, die geen deel uitmaakten van de Belgische ploeg. Toen hij Lapébie in zicht had gingen plotseling de spoorbomen voor zijn neus dicht, hoewel er geen trein te bekennen was. 
Spreekkoren
In Bordeaux, de woonplaats van Lapébie, kreeg Maes ook nog eens straftijd wegens ongeoorloofde hulp. Een grote schare supporters van zijn  Franse concurrent stond die nacht voor het hotel van de Belgen en door de aanhoudende spreekkoren deed Maes geen oog dicht. Daarmee was voor de Gistelaar de maat vol. Hij besloot niet meer van start te gaan en de hele ploeg pakte de koffers en vertrok naar het station van Bordeaux.
Kat en muis
In 1938 kwam keerde Sylveer terug naar de Tour maar verkeerde dat jaar niet in goeden doen. Bartali won zijn eerste Tour en zou dat tien jaar later opnieuw doen. Maes kreeg zijn revanche pas in 1939, een Tour waarin hij opnieuw strategisch koerste. Publiekslieveling René Vietto reed al snel in het geel, maar Maes gaf zijn ploeggenoten de opdracht niet aan te vallen en te wachten tot het gunstigste moment. Het werd een spel van kat en muis. 
Dertig jaar
Telkens werd Vietto gelost en moest alle zeilen bijzetten om terug te komen, waarna het ritueel zich herhaalde. Le Roi René werd totaal de vernieling in gereden en Maes maakte het karwei op de Izoard persoonlijk af en reed Vietto op zeventien minuten. Het zou daarna nog dertig jaar duren voordat er weer een Belgische renner op de hoogste trede van het podium zou staan, maar dat was dan ook meteen een Kannibaal.
Ronderenner
Ook Sylveer Maes is een renner wiens carrière door de Tweede Wereldoorlog werd geknakt. Zonder de oorlog zou zijn erelijst er zeker nog glansrijker hebben uitgezien. Hoewel hij in 1933 al Parijs-Roubaix had gewonnen, bleek hij nog betere kwaliteiten te hebben als ronderenner. In 1947, al bijna achtendertig jaar oud, werd hij door zijn regelmatige rijden nog vijfde in de Giro, op slechts een kwartier afstand van Fausto Coppi. 
Daarna beëindigde hij zijn loopbaan en was hij van 1947 tot 1957 ploegleider van de Belgische nationale ploeg. Van zijn verdiende geld bouwde hij in Gistel een café dat hij da naam ‘Tourmalet’ gaf. Het etablissement, dat nu een restaurant is, bestaat nog steeds en is gelegen aan de Oostendsesteenweg. Sylveer Maes overleed in 1966 aan kanker. Johan Museeuw, de tweede beroemde coureur uit Gistel, was toen net één jaar.
Tot over veertien dagen en de beste wensen voor een voorspoedig 2014!
Jac Zwart
Deze en een veelvoud aan andere wielermonumenten zijn te vinden in een serie e-boeken die zijn te downloaden van de website www.xinxii.nl en geschikt om te lezen op een iPad of andere e-readers.

Door Fred van Slogteren, 28 december 2013 10:00

combinatie

kunnen klimmen en ook tijdrijden is niet zo'n zeldzame combinatie. Bijna alle Tourwinnaars voldoen er aan.

Geplaatst door Michel, 28 december 2013 19:42:52

combinatie

Misschien heb ik mij niet goed genoeg uitgedrukt, want het ging mij vooral over de combinatie van beide specialismen. Tourwinnaars zijn meestal allrounders met ook nog vaak een sterke ploeg om zich heen. Het komt niet zo vaak voor dat een specialist op één (of beide) disciplines de Tour wint. Anquetil, Hinault, Indurain en recentelijk Wiggins zijn voorbeelden van superieure tijdrijders die goed in de bergen mee konden komen en daarin weinig tijd verloren maar niet speciaal bekend zijn geworden als begenadigde klimmers. Als we kijken naar de specifieke klimmers dan wordt het beeld nog duidelijker: Gaul, Bahamontes en Van Impe behoren tot de weinige echte klimmers die een Tour wisten te winnen maar zeker niet vanwege hun capaciteiten als tijdrijder. Een van de weinige renners die beide specialismen in zich verenigde was m.i. Fausto Coppi. Merckx daarentegen beschouw ik als een super-allrounder.

Geplaatst door Jac Zwart, 30 december 2014 12:01:09

Gaul als tijdrijder

Geachte Jac Zwart
Charly Gaul was niet alleen een begenadigd klimmer, maar ook een buitengewoon goede tijdrijder. In de Tour van 1958 won hij drie tijdritten en alleen in de derde tijdrit was Anquetil niet van de partij. Gaul staat vooral bekend om zijn fameuze Alpenetappe in de Tour van 1958 van Briançon naar Aix les Bains, maar hij won de Tour pas na de tijdrit Besançon- Dijon over 72 km. Hij won deze Tour door zowel in de bergen als in de tijdritten superieur te zijn.

Lucien van Impe was geen tijdritspecialist, maar wel een meer dan modale tijdrijder. In de Tour van 1975 won hij de tijdrit van Morzine naar Chatel over 40 km voor Ritter, Merckx en Thevenet.
In de enige echte tijdrit (Fleurance-Auch 37 km) van de door hem gewonnen Tour van 1976 eindigde hij als vierde achter Bracke, Knudsen en Maertens, maar voor Pollentier, Poulidor, Pronk en Zoetemelk. Van Impe (geldt ook voor Bahamontes) moest het inderdaad niet van zijn tijdritten hebben om de Tour te winnen.

Geplaatst door Piet van der Meer, 30 december 2014 15:14:35

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web