De Burgerlijke Stand van 23 november.

Gösta PETTERSSON (1940, Zweden)

Ik heb het op deze weblog al vaker over fietsende broers gehad. Recordhouders in aantal zijn volgens mij de gebroeders Leene uit Den Haag. Maar liefst vijf telgen uit dat geslacht waren wielrenner. Er was echter een enorm verschil in kwaliteit tussen de broers. Dat was ook wel het geval bij de Zweedse gebroeders Pettersson, maar ze werden met z’n vieren toch maar drie keer achtereen wereldkampioen ploegentijdrit en op de Olympische Spelen wonnen ze in die discipline zilver en brons. Ondanks die gezamenlijke successen was Gösta met afstand de meest talentrijke en hij was in de jaren zestig een van de beste amateurs ter wereld. Hij blonk vooral uit in het tijdrijden en zware etappekoersen. Pas op 30-jarige leeftijd werd hij prof en als je naar zijn resultaten kijkt, dan vraag je je af wat hij bereikt zou hebben als hij op 23-jarige leeftijd beroepsrenner was geworden. Hij won de Ronde van Romandië, met broer Thomas de Trofeo Baracchi en nog veel meer. Zijn grootste triomf is natuurlijk zijn zege geweest in de Ronde van Italië 1971. Hij was dan ook een uitstekend ronderenner die in 1970 derde werd in de Tour de France achter Merckx en Zoetemelk. Hij realiseerde een fantastische carričre en hij is een van de beste Zweedse renners ooit. Van de vier broers is Sture niet meer in leven en er staat Sture Faglum op zijn grafsteen, in plaats van Pettersson. Als je in Nederland Janssen of De Vries heet dan moet je je hele leven blijven uitleggen dat je geen familie bent van Jan of Peter R. Dat is vervelend en in Zweden hebben ze daar wat op gevonden. Als je een heel algemene naam hebt dan kun je die laten veranderen. Gösta zag daar niets in, want er zijn in Zweden slechts twee andere beroemde Gösta Petterssons, een componist en een cineast. Dan ben je wel onderscheidend. Zijn drie broers heten echter Faglum naar hun geboorteplaats. Dat betekent afstand van Gösta, maar dat vonden ze niet zo erg want de vier gelauwerde broers zijn al jaren gebrouileerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Gerard SCHIPPER (1948, Nederland)

‘Opa’ noemden zijn ploeggenoten Maarten Ducrot, Gerrit Solleveld en Frits van Bindsbergen hem, toen ze met zijn vieren in 1982 wereldkampioen ploegentijdrit werden. Gerard was op dat moment al bijna 34 jaar en dat was zo’n twaalf jaar ouder dan de drie met wie hij het grootste succes uit zijn carričre behaalde. De Oost-Groninger begon pas op zijn 23e met de wielersport, nadat een meniscus zijn voetballoopbaan voortijdig had beëindigd. Hij heeft die knie nooit laten opereren, want op de fiets had hij er geen last van. Hij ontwikkelde zich tot een hardrijder pur sang en er werd hem aangeraden het eens als achtervolger te proberen. Men zag een nieuwe Tiemen Groen in hem, maar dat was iets te hoog gegrepen. Hij werd derde bij het NK en baancoach Frans Mahn selecteerde hem voor de ploegachtervolging. Een echte baanrenner is hij nooit geworden, want hij reed veel liever op de weg. Hij reed in 1981 een sterke Vredeskoers en terug in Nederland won hij zomaar Olympia’s Tour. Zo kwam de dertiger in de selectie van wegcoach Rini Wagtmans. In 1982 zat hij in de nationale WK-ploeg en hij schrok zich dood toen hij voor het eerst op het parcours in het Engelse Goodwood een rondje reed. Keren en draaien met een venijnig klimmetje erin. Schipper was vooral een man van het vlakke, desnoods met storm en wind. Op de kop beuken tot hij erbij neerviel, maar het moest niet omhoog gaan. Dat ging het wel en hij klampte aan met de moed der wanhoop. Tot Van Bindsbergen moest lossen en de ploeg niemand meer kon missen. Joris van den Bergh noemde het de mysterieuze krachten in de sport en de metamorfose die Schipper daar onderging is er een voorbeeld van. Hij kon ineens klimmen en tijdens het keren en draaien kopwerk doen. Solleveld en Ducrot hadden een volwaardige partner aan hem en ze werden wereldkampioen. “Dat ik niet klimmen kon, zat tussen mijn oren”, vertelde hij me om daarna te zeggen: “Het Wilhelmus is een prachtig stuk muziek, als het voor jou gespeed wordt.” En zo is het!

De andere op 23 november geborenen zijn:

GREMO, Angelo (1887, overleden september 1940, Italië)
MINTJENS, Frans (1946, België)
PIKKUUS, Aarvo (1954, Estland)
ROSSEEL, André (1924, overleden 08.12.1965, België)
SANTY, Guy (1950, Frankrijk)
TINAZZI, Marcel (1953, Frankrijk)

Door Fred van Slogteren, 23 november 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web