Uit de beeldentuin van Jac …

In het Vlaamse stadje Eeklo staat bij het stedelijk zwembad aan de Oostveldstraat een gedenkzuil voor Noël Foré. Oorspronkelijk stond het monument op de Markt, waar het in 2003 net voor de doortocht van de Ronde van Vlaanderen door Rik Van Looy is onthuld, ter ere van de oud-winnaar van de Ronde, toen precies veertig jaar geleden. Het gedenkteken bestaat uit een balkvormige zuil van kunsthars, glas en metaal. Het is in totaal 192,5 cm hoog, donker en glad aan de oppervlakte, maar ruw en rood in de diepte van het reliëf. “Ik weet dat koersen hard labeur is, en dat wilde ik oproepen met de ruwheid van de sokkel. Het rood doet dan weer denken aan ... 
... het warme hart dat Noël Foré de wielersport toedroeg”, aldus kunstenaar Leo de Buysere. 
Er zit nog meer symboliek in het gedenkteken: op de zuil staan, in ruikervorm, de voornaamste overwinningen van Noël Foré, waaronder de Ronde van Vlaanderen in 1963. Boven op de sokkel vertegenwoordigen symbolen voor twee wielen en een koersstuur de belangrijkste componenten van de fiets, en de wielen zijn zo gemonteerd dat ze onbewust doen terugdenken aan de manier waarop de Flandriens, zoals Noël er eigenlijk ook een was, destijds de reservetubes om hun schouders droegen. De letters ‘O’ in Noël en Foré werden voorzien van spaken.
Fausto Coppi
De eerste grote koers die Foré won was Gent-Wevelgem in 1958, een overwinning die hij zelf even hoog inschatte als zijn winst in de Ronde van Vlaanderen. In 1959 behaalde hij een hele mooie overwinning in Parijs-Roubaix. Het regende die hele dag pijpenstelen en de kasseien lagen er kletsnat bij. Er stond een hele groep favorieten en outsiders aan de start, waaronder Anquetil, Darrigade, Van Looy, Graczyk en Nencini. Fausto Coppi was al veertig jaar oud en had sinds 1955 niets meer van betekenis gewonnen, maar niemand durfde hem te vertellen dat hij beter zou kunnen stoppen. 
Gladde kasseien
Foré kwam na Amiens, waar de strijd echt losbarstte, met tien anderen in een kopgroep voorop. Daarachter reden de favorieten, van wie Anquetil na een val had moeten lossen. Het werd een permanente jacht, waarin de kopgroep renners verloor en kilometers lang maar zo'n tweehonderd meter voorsprong wist te behouden. Toen gleed een motor uit op de gladde kasseien en sleurde Darrigade en Van Looy mee in de val zodat zij minuten verloren en kansloos werden. Op de wielerbaan van Roubaix aangekomen waren er van de kopgroep nog maar drie over en Foré won de sprint met een voorsprong van enkele lengtes, voor Gilbert Desmet en Marcel Janssens. 
Slechtweerrijder
Ook in 1963, het jaar waarin hij de Ronde van Vlaanderen won, maakte hij zijn reputatie als ‘slechtweerrijder’ volledig waar. Het was een kille, miezerige dag met een meedogenloze noordwestenwind en een druilerige regen. Er was trammelant binnen de Flandria-ploeg omdat Van Looy, de kopman, ruzie had gekregen met sponsor Paul Claeys. Toen het net voor de Ronde van Vlaanderen tot een uitbarsting kwam vertrok Van Looy, aan wie Foré gaandeweg een steeds grotere hekel had gekregen, met de halve ploeg en werd Foré plotseling tot kopman gebombardeerd. 
Vete met Van Looy
Hij wist dat er bij Merelbeke, niet ver van de finish die toen nog in Gentbrugge lag, een nieuw stukje kasseiweg aan het parcours was toegevoegd, een vreselijk stuk van een kilometer lang en ideaal voor een late demarrage. Wat over was van de Flandria-ploeg reed op het wiel van Van Looy; iedereen mocht winnen behalve hij. Toen de bewuste strook naderde en Foré zich opmaakte voor zijn geplande ontsnapping demarreerde plotseling Simpson als een raket. Foré moest er wel achteraan, met Altig in zijn spoor, maar Van Looy was nergens te bekennen en dat gaf hem vleugels. Toen Altig lek reed was het pleit helemaal beslecht en kon de Vlaming het in de sprint afmaken. 
Geen coalitie
Foré was geen rasspurter, maar op bepaalde dagen en na een zware wedstrijd kon hij zich met de besten meten. Hij won dat jaar ook nog de E3-Prijs Harelbeke en Kuurne-Brussel-Kuurne. In 1967 won hij Vlaanderen bijna voor de tweede keer. Hij liet zich meeslepen in een lange ontsnapping als gevolg van een mislukt tactisch plan en bleef als enige van die kopgroep over. Hij werd ingelopen door Merckx, Gimondi en diens ploegmaat Zandegu. Die begonnen om beurten te demarreren. Merckx counterde elke keer maar polste Foré tot diens frustratie niet voor een coalitie. Toen Merckx even op adem moest komen zag Foré, die toen al tweehonderd kilometer op kop reed, zijn kans schoon zag en ging achter de ontsnapte Zandegu aan. 
Merckx legde zich er niet bij neer en kwam terug tot op tien seconden. De voorsprong bleef echter behouden en Foré dacht in de sprint te kunnen winnen van Zandegu, die in de ontsnapping veel van zijn krachten had verbruikt, maar werd kansloos toen in de eindsprint zijn derailleur haperde. Hoewel typisch een klassieker-renner, won hij de Ronde van België twee keer: in 1958 en 1962. Na de winst in Rund um Köln in 1967 beëindigde hij het jaar daarop zijn carrière. Noël Foré deed op latere leeftijd veel aan de begeleiding van jonge wielrenners en was mede met Rik Van Looy, met wie het later blijkbaar toch weer goed gekomen is, het gezicht van de Vlaamse Wielerschool. Noël Foré overleed in 1994 op 61-jarige leeftijd.
Tot over veertien dagen.
Jac Zwart
Deze en een veelvoud aan andere wielermonumenten zijn te vinden in een serie e-boeken die zijn te downloaden van de website www.xinxii.nl en geschikt om te lezen op een iPad of andere e-readers.

Door Fred van Slogteren, 2 november 2013 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web