Uit de beeldentuin van Jac …

“Vandaag aandacht voor de plaquette die mij ooit op het idee bracht om wielermonumenten te gaan verzamelen. In 2006 reed ik de Honderd Cols tocht en kwam ik in de afdaling van de Col d’Aubisque langs de plek waar Wim van Est op 17 juli 1951 in het ravijn stortte. Daar hangt aan de bergwand een koperen gravure die aan zijn val herinnert. Bij de onthulling in 2001 was Wim van Est, die in 2003 overleed, zelf aanwezig. De herdenkingsplaat is een tijd weg geweest maar hing in ...

... de zomer van 2006 weer op zijn plek.

Het verhaal erachter is dat Jac van Oers, wielerliefhebber uit Sint-Willebrord, de plaat los op de grond zag liggen en deze naar het restaurant boven op de top heeft gezeuld. Hij dacht in eerste instantie dat het een daad van vandalen was, maar volgens de eigenaar van het restaurant, Nicolas Nespoulous, is de plaquette in een vreselijk noodweer door de bliksem getroffen. Rini Wagtmans is een week later naar toe gereisd om de plaat met keilbouten te verankeren.

Pellenaars
In de eerste na-oorlogse jaren had Nederland in de Tour de France vrijwel niets gepresteerd. In 1949 had geen enkele landgenoot Parijs gehaald en een jaar later slechts één. Er moest iets veranderen. Oud-renner Kees Pellenaars liet zich overhalen een ploeg te formeren die kans op een beter resultaat zou maken. Samen met enkele sponsors en een nieuwe lichting renners, waaronder Gerard Peters, Wout Wagtmans, Wim van Est en Gerrit Voorting, trok hij in 1951 naar de start in Metz. Peters, die Pellenaars nog kende uit zijn eigen wielerverleden, werd zijn verlengstuk en aanspreekpunt in de ploeg.

Eerste gele trui
In de twaalfde etappe, van Agen naar Dax, reed Van Est mee in een kopgroep die ruim twintig minuten voorsprong pakte. Fausto Coppi ging naast Peters rijden om te vertellen dat Willem de gele trui zou gaan pakken. En dat gebeurde. Van Est won zelfs de etappe in Dax en kreeg als eerste Nederlander de gele trui om de schouders. Aan tafel die avond werd er uiteraard gefeest en gepraat. Van Est wilde de trui verdedigen, maar Peters had zo zijn twijfels. Hij wist dat Wimme geen klimmer was die bovendien niet goed kon dalen. 

Fatale bocht
Op weg naar Tarbes nam Van Est risico's en sneed de bochten scherp aan. De euforie van de gele trui en de absolute wil om niet te lossen maakten hem onvoorzichtig. Vlak na de top van de Aubisque ging hij voor de eerste keer onderuit. Hij kreeg een wiel van Pellenaars en probeerde aan te haken bij Fiorenzo Magni, in die tijd één van de beste dalers. Toen kwam de fatale bocht in de Cirque de Litor. De juiste toedracht zal wel altijd onbekend blijven.

Plaats des onheils
Van Est zelf dacht dat een lekke band of een tube die van de velg losliet, de oorzaak was, anderen zeggen dat hij die bocht miste. Hoe het ook zij, hij dook het ravijn in. De enige die het zag was de Belgische coureur Roger Decock, die bij de plaats des onheils wachtte tot er volgauto’s aankwamen die hij tot stoppen dwong. Toen de inzittenden daarvan over de rand keken zagen ze Van Est daar diep beneden bewegen en pogingen ondernemen naar boven te klauteren. Volgens Peters zag hij eruit ‘als een boterbloem in het gras’.

Veel geluk
Met aan elkaar geknoopte tubes wist men IJzeren Willem uit de diepte te trekken. Op wat schaafwonden na mankeerde hij niets en werd meteen een prooi van de reclame ‘Wim van Est, zeventig meter wiel hij diep, zijn hart stond stil maar zijn Pontiac liep’. Hij besefte terdege dat hij onnoemelijk veel geluk had gehad omdat hij juist op een plek was gevallen waar een klein plateau lag met bosschages om zijn val te breken. Iets verderop gaapte een enorme diepte en als hij daar in was gevallen had hij het niet na kunnen vertellen. ‘Toen heb ik m'n dood gezien. In een schim zag ik alles voor me’, heeft Van Est later wel eens gezegd.

De naam van de Aubisque is afgeleid van een plantje dat daar groeit en gebruikt wordt als veevoer en voor het maken van schoorsteenborstels. De col werd in 1910 voor het eerst in het parcours van de Tour de France opgenomen

Tot over veertien dagen!”

Jac Zwart

Deze en een veelvoud aan andere wielermonumenten zijn te vinden in een serie e-boeken die zijn te downloaden van de website www.xinxii.nl en geschikt om te lezen op een iPad of andere e-readers.

Door Fred van Slogteren, 5 oktober 2013 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web