Uit de beeldentuin van Jac …

“We hebben de kermis op Alpe d'Huez weer achter de rug. Misschien dat er mensen zijn die het leuk vinden, maar ik erger mij er mateloos aan. De ‘Alpe’ wordt wel vaak de Nederlandse berg genoemd, maar dat lijkt langzamerhand meer zijn oorsprong te vinden in ons collectieve geheugen dan dat het door feiten wordt gestaafd. Oudere wielerliefhebbers herinneren zich ongetwijfeld de twee overwinningen elk van Hennie Kuiper, Peter Winnen en Joop Zoetemelk in de periode 1976-1983. Dat waren zes Nederlandse zeges in acht aankomsten. Dat was zo uitzonderlijk dat dit wel de verklaring moet zijn. Als er toen daarboven een Nederlandse renner als eerste over de streep kwam, wat eind jaren tachtig door toedoen van Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse nog twee keer is gebeurd, placht ... 
... pastoor Reuten, ook van Nederlandse afkomst, de klok te luiden. 
De toeschouwers, die vaak al dagen op de berg bivakkeren, omdat er anders geen plaats meer is, trekken bij voorkeur naar de vijftiende bocht (waar het stijgingspercentage maar liefst 12 procent is) en naar bocht zeven, bij het kerkhof van Huez, die bekend staat als de Nederlandse bocht. De Tour arriveerde in 1952 voor de eerste keer in het wintersportplaatsje. Dat gebeurde op initiatief van een paar plaatselijke zakenmensen, die de Tour als een geweldig promotiemiddel zagen en bereid bleken het benodigde geld op tafel te leggen. Er waren toen nog geen chalets en maar een paar skiliften. Ook de weg was nog niet zo glad geasfalteerd als nu het geval is. Jacques Goddet en Felix Lévitan waren echter wel in voor het idee omdat met de komst van de TV de behoefte aan spektakel bij het publiek zou toenemen en de aankomsten op bergtoppen het gewenste decor zouden kunnen vormen. 
Alpe d'Huez had dan ook de primeur van een etappe-aankomst op een bergtop. Fausto Coppi zorgde voor een spectaculaire beklimming waarbij hij de volledige concurrentie in de vernieling reed. Jean Robic kon nog het langste weerstand bieden maar ook hij moest vier kilometer voor de top de broodmagere Italiaan laten gaan. De Alpe werd hierdoor de scherprechter, want Coppi stelde in deze rit zijn Tourzege veilig. Pas in 1976 keerde de Tour naar Alpe d'Huez terug en toen brak ‘de Nederlandse periode’ aan. 
De klim begint in Bourg d'Oisans, heeft een lengte van 13,9 kilometer en telt 21 bochten die in aflopende volgorde genummerd zijn. Het gemiddelde stijgingspercentage is 8,1 procent met een maximum van twaalf. Het record van de snelste tijd is nog steeds in handen van Marco Pantani met 37 minuten en 35 seconden, gereden in 1997. Lance Armstrong bleef daar in 2004 in een tijdrit slechts 1 seconde boven. Daarbij moet wel vermeld worden dat men pas in 1994 is begonnen met de tijdmetingen. Als eerbetoon zijn de 21 genummerde bochten vernoemd naar alle winnaars van de etappes die eindigden op de Alpe. Sinds 2001, toen Lance Armstrong als 22ste winnaar finishte, verschijnen er dubbele namen op de borden. In bocht 14 staat een fraaie gedenksteen voor Joaquim Agostinho die in 1979 de eerste van de twee etappes won die dat jaar op Alpe d'Huez eindigden. 
Tot over veertien dagen!”
Jac Zwart
Deze en een veelvoud aan andere wielermonumenten zijn te vinden in een serie e-boeken die zijn te downloaden van de website www.xinxii.nl en geschikt om te lezen op een iPad of andere e-readers.

Door Fred van Slogteren, 27 juli 2013 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web