De Burgerlijke Stand van 8 november.

Jan RAAS (1952, Nederland)

Hij is met afstand de beste Nederlandse eendagsrenner aller tijden, maar al zijn grote overwinningen ten spijt is hij voor mij toch vooral het symbool van de patron. De man die het spel leidt. Wielrennen is een sport voor mannen die echt fietsen kunnen, maar ook een spektakel met een hoge amusementswaarde. Het publiek moet vermaakt worden en de volgende keer terugkomen en dat vereist regie. En Jan Raas was misschien nog wel een beter regisseur dan wielrenner. Zijn rol in de fameuze Raleigh-ploeg van Peter Post is groot, heel groot geweest en hij lijkt daarin wel meer op de Amstelvener dan hij ooit zal toegeven. Beide hebben in ieder geval sterk bijgedragen aan de professionaliteit van het Nederlandse cyclisme en ten tijde van Raleigh waren zij een unieke tandem, waarop al die successen zijn gebouwd. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de betere profs van zijn tijd financieel enorm hebben geprofiteerd van de wijze waarop hij het criteriumfestival bestierde. Ook daarin toonde hij zich een groot regisseur. Er wordt door tal van oud-renners nog met veel respect over die tijd gesproken. Jan was als renner en regisseur soms keihard voor zichzelf en voor anderen en daarom ben ik er nooit goed achter gekomen, waarom hij als ploegleider niet de status heeft bereikt van een Driessens, een De Muer, een Post, een Ferretti om maar eens een paar namen te noemen. Het leek altijd of hij het met tegenzin deed. Er zijn mensen die de gijzeling van zijn gezin en het effect dat dat op hem had als oorzaak noemen. Maar toen was Raas al een aantal jaren ploegleider. Bij Rabobank heeft hij een perfecte organisatie neergezet, maar kwam toch ook met zijn broodheer in conflict, omdat je niet alles vanuit Zeeland kunt delegeren. Misschien heeft Post wel gelijk toen hij lang geleden zei: ‘het probleem van Jan Raas is, dat hij niet van het wielrennen houdt’. Het zou kunnen, maar ik herinner me hem het liefst in die laatste honderden meters van het WK 1979 in Valkenburg. Als je zo gepassioneerd en tegelijk koel berekenend een finale kunt rijden dan behoor je voor mij tot de allergrootsten uit de wielergeschiedenis. Daarom was ik een groot bewonderaar van Jan Raas, een begenadigd wielrenner met een kop er op. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Marshall Walter (Major) TAYLOR (1878, overleden 21.06.1932, Verenigde Staten)

Deze vermaarde wielrenner, die omstreeks de voorlaatste eeuwwisseling zijn grootste triomfen vierde, is een van de eerste zwarte sportmensen in Amerika geweest. Dat is er oorzaak van dat hij een symbool is geworden van de zwarte man die ondanks alle raciale tegenwerking zijn omgeving ontsteeg en wereldberoemd werd. Hij werd geboren in Indiana als zoon van vrijgemaakte slaven. Toen Taylor een tiener was trad zijn vader in dienst bij een welgestelde familie in Kentucky die wel lol hadden in de acrobatische jongen die allerlei toeren uithaalde om de blanke familie te behagen. Als dank gaven ze hem een fiets. In korte tijd werd hij een acrobaat op twee wielen en hij verhuurde zich aan een fietsenwinkel om in soldatenuniform voor de deur van de winkel met zijn fiets allerlei fratsen uit te halen om de belangstelling voor de handel van zijn baas te wekken. Door dat uniform werd hij Major genoemd. Dat was in 1892 en in dat jaar won hij zijn eerste wielerwedstrijd. Zijn doorbraak werd bemoeilijkt door het felle racisme van toen, waardoor hij vaak niet tot wedstrijden werd toegelaten. Hij trok het zich zo min mogelijk aan en in 1899 werd hij wereldkampioen op de mijl met vliegende start. Hij werd daarna eindelijk in eigen land ontdekt, niet vanwege zijn sportieve kwaliteiten maar omdat het leuk was een zwartje als attractie te laten optreden op de rollenbank op kermissen en in vaudeville-theaters en bioscopen. In 1901 vertrok hij naar Europa en versloeg daar alle kampioenen van die tijd. Ook hier was hij vanwege zijn zwarte huid een enorme attractie in het toen nog vrijwel geheel blanke Europa, maar hij kwam ook sportief aan zijn trekken. De ontwikkeling van zijn verdere carrière werd bemoeilijkt door zijn geloofsplichten, want Major Taylor was een diepgelovig baptist. Hij stopte op 32-jarige leeftijd en hij stortte zich met zijn verdiende geld in het zakenleven. Dat mislukte schromelijk en hij raakte aan lager wal. Hij kreeg ook problemen met zijn gezondheid en hij overleed zo arm als een kerkrat al op 53-jarige leeftijd. Hij liet de wereld zijn autobiografie na met de titel ‘The Fastest Bicycle Rider in the World’. Nadien zijn er nog tal van boeken over hem geschreven en hij is nog lang niet vergeten. Er is zelfs een ‘Major Taylor Association’ ter nagedachtenis van een van de eerste grote zwarte sportmensen van Amerika. Erevoorzitter van deze sympathieke organisatie is Edwin Moses, in de jaren tachtig een van de beste atleten ter wereld, gespecialiseerd in de 400 meter horden.

Zie ook http://wielersport.slogblog.nl/post/1/466 met commentaar van Tim Krabbé en Theo.

De andere op 8 november geborenen zijn:

AS, Suzanne van (1980, Nederland)
JANSEN, Harm (1967, Nederland)
STEEN, Martin van (1969, Nederland)
HOUA, Léon (1867, overleden 31.01.1918, België)
PEVENAGE, Patrick (1956, België)

Door Fred van Slogteren, 8 november 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web