De Burgerlijke Stand van 7 november.

Reginald MACNAMARA (1888, overleden 10.10.1971, Australië)

Als jongetje van een jaar of acht heb ik eens een film gezien uit 1935 die ‘Six Day Bike Rider’ heette. Het toonde de avonturen van een renner in een zesdaagse. De hoofdrol werd gespeeld door Joe E. Brown, in de beroemde film ‘Some like it hot’ uit 1960 goed voor de hilarische oneliner: “Nobody is perfect!”. Wat ik toen niet wist en later wel, was dat de rol van Brown in ‘Six Day Bike Rider’ gebaseerd was op de avonturen van Reggie MacNamara, een van de spectaculairste zesdaagseartiesten uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Hij werd de Iron Man genoemd, omdat hij zoveel viel. Twintig valpartijen in één zesdaagse waren geen uitzondering. Hij deed het er meestal om, omdat een deel van het publiek juist was gekomen om hem te zien vallen en de baandirecties hem er dan ook dik voor betaalden. Meestal liep het goed af, maar hij brak in zijn carrière zeventien maal een sleutelbeen, hij liep een schedelbreuk op, genas van ettelijke hersenschuddingen, brak en kneusde ribben bij de vleet, verbrijzelde zijn kaak, brak zijn neus en een been en hij werd meer dan 500 maal gehecht. De enige vrouwen die hij in zijn carrière ontmoette waren dan ook verpleegsters en het zal dan ook niemand verwonderen dat hij uiteindelijk met één van die zusters trouwde. MacNamara, geboren in Australië maar vanaf zijn 24e actief in de Verenigde Staten waar hij altijd is blijven wonen, was ook een geweldige wielrenner. Zo’n type als Piet van Kempen en Fritz Pfenninger die bij hoge snelheden nog konden versnellen. Hij won in zijn lange loopbaan – hij koerste nog toen hij al over de vijftig was - negentien zesdaagsen en hij heeft er onnoemelijk veel geld mee verdiend. ‘Racing in six days is a hard way to earn an easy living’, werd er eens over hem gezegd en zijn vermogen werd aan het eind van zijn carrière geschat op twee miljoen dollar. Van ‘that easy living’ is niet veel terecht gekomen, want hij stierf berooid op 83-jarige leeftijd, nadat hij de laatste jaren van zijn leven als portier een schamel loon had verdiend. Dan heeft Joe E. Brown het beter gedaan, gezien de foto van diens praalgraf die ik op internet vond.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Ton GRIEP (1955, Nederland)

In 1998 benaderde ik Henk Lubberding eens met het verzoek om een interview. Ik was in de buurt en ik vroeg of ik direct kon komen. “Ik lig met griep te bed”, antwoordde hij maar voegde er aan toe dat het wat hem betreft prima was als ik gelijk langs kwam. De grap was dat hij toen samenwoonde met Corina Griep, die nu al weer een aantal jaren mevrouw Lubberding is. Corina is er een van het wielergeslacht uit Rotterdam, waarvan Ton de meest bekende is. Corina is een jongere zus van hem en in haar tijd een verdienstelijke dameswielrenner. Ze is al lang gestopt, maar Ton denkt daar nog niet over. Hij reed in 1971 als 16-jarige zijn eerste koersjes en hij is anno 2006 nog steeds actief. Daarmee is zijn carrière inmiddels langer dan die van Reggie McNamara. Ton was twee jaar beroepsrenner, maar kwam tot de ontdekking dat hij daar niks te zoeken had. Daarom combineert hij de wielersport al vele jaren met een fulltime baan. Een echte wielersportman, die zich waarschijnlijk heeft voorgenomen zijn fiets trouw te blijven tot de dood hen zal scheiden. De wielerbacil, er is geen kruid tegen gewassen, zelfs geen griepprik. (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 7 november geborenen zijn:

CARLESI, Guido (1936, Italië)
LOPEZ CARRIL, Jesus (1949, Spanje)
MAGNE, Pierre (1906, overleden 14.11.1980, Frankrijk)

Door Fred van Slogteren, 7 november 2006 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web